Jacobs hunkert voor televisie naar maatjes in profpeloton

BORGER, 25 MAART. Hij is een beetje terug naar af. Woont in de streek waar hij is opgegroeid. Fietst in een amateurpeloton dat lang geleden het zijne was. Een ogenschijnlijk triest verhaal van een afgedankte wielerprof. Gert Jacobs (29) baalt, natuurlijk baalt hij. Maar hij maakt ook al weer plannen voor de nabije toekomst. Zonder dat ze trouwens van hem af zijn, de ploegbazen. “Ik heb er geen vrede mee om zo te stoppen. Je bent er toch een beetje lullig uitgestapt.”

Hij heeft net een trainingsrit van 130 kilometer gemaakt. Zag oude plekjes die herinneringen opriepen aan zijn Drentse jeugd. Door weer en wind, door de hele provincie. Alleen als het echt koud is, haakt Jacobs af. Dan wordt het ongezond. Dan verlangt hij naar Spanje of Frankrijk, landen waar hij zich de afgelopen jaren voorbereidde op een nieuw seizoen. Dit jaar proeft hij de zuidelijke sferen via de televisie.

Terwijl zijn maatjes Cordes en Van Poppel in Milaan-Sanremo aan de start verschenen, nam Jacobs afgelopen zaterdag deel aan de Wouden-omloop. “Ik was blij dat ik het finishdoek gepasseerd was. Pas bij Dokkum zag ik weer een levend wezen. Er stonden zelfs geen koeien in de weilanden.” Onderweg moest hij af en toe denken aan de professionals, “of ze al vertrokken waren in Milaan, hoever ze nog moesten naar Sanremo”.

Gert Jacobs reed negen jaar tussen de beste wielrenners ter wereld. Vijfmaal verscheen hij aan de start in de Ronde van Frankrijk, vier keer haalde hij Parijs. Een waterdrager, eentje die zijn markante kop in de wind stak om de echte toppers te ontlasten. De knecht ook van Jean-Paul van Poppel, die hij vorig seizoen bijstond in menige massasprint. Bij Festina vormden ze een gevierd koppel, tot de Franse ploegleider Roussel besloot om Jacobs geen nieuw contact aan te bieden. Hij kon niet goed bergop, vandaar. Een nieuwe werkgever diende zich in het najaar niet meer aan. “In september komt zoiets rouw op je dak. Had ie het maar eerder gezegd. Tijdens de Ronde van Spanje of zo, dan ben je nog volop in de picture.”

In een vraaggesprek voor de televisie wist Peter Post de oorzaak van Jacobs' werkloosheid. Zijn uiterlijk zou hem parten spelen. Een kale kop met veel oorbellen, daar zat geen ploegleider op te wachten. Jacobs: “Daar schrok ik wel een beetje van. Belachelijk gewoon. Als je kijkt naar iemand als Millar met zijn paardestaart. Is dat wel verzorgd? Of Anderson, die nam zijn eigen masseuse mee. Al die mannen hebben toevallig wel bij Post gereden. En Yates rijdt in een soort voetbalbroek.” Hij verdedigt zijn nieuwe uiterlijk vol overtuiging. “Ik kreeg in de Tour heel veel publiciteit. Er stond altijd wel een cameraploeg om me heen.”

Een half jaar later: een nieuwe woning, een nieuw begin. Het gezin Jacobs heeft Baarle Hertog verruild voor Borger. Jacobs miste in het zuiden zijn buren Cordes en Van Poppel, die zich in het buitenland voorbereidden op een nieuw profseizoen. “Ik hield het daar niet meer uit. 's Winters was het prima. Konden we met z'n drieën trainen. Daarna werd het stil.” Behalve een gunstig belastingklimaat was er weinig reden om in de Belgische provincie te blijven.

Ondertussen fietst Jacobs bij de amateurs van Casba, een groot meubelbedrijf. De Ronde van Mergelland moet die van Vlaanderen doen vergeten. “De amateurs gaan er heel wild in. Ze veroorzaken veel meer valpartijen. Ze houden ook minder rekening met elkaar. Bij de beroeps is er meer solidariteit. Logisch, het is je brood.” Jacobs heeft nog geen zege behaald, had dat ook niet verwacht. “Winnen doe je niet zomaar. Amateurs zijn geen gebakken eieren. Ze rijden ook 50 in het uur.” Het bevalt hem goed. Als hij maar kan fietsen. Hij zit liever bij een goede amateurploeg dan bij een kleine profformatie.

Natuurlijk mist hij de speciale sfeer van een grote Ronde. Daar kan geen Mergelland tegenop. “Voor de Tour begint het van binnen al helemaal te borrelen. In het vliegtuig, mooi weer, elke dag goed gesoigneerd worden, lekker eten, lang op je bedje liggen. Daar hield ik van.” Hij benadrukt zijn gedrevenheid. “Ik probeerde zo veel mogelijk slaap te pakken in de Tour. Elke dag twee uur eerder naar bed levert toch 50 uur extra slaap op in totaal. Dat is toch winst.”

Dit jaar mist hij de belangrijkste Ronde. Hij hoopt op een deal met de NOS, maar heeft nog geen contacten gelegd. Jacobs à la Knetemann. De televisie moet de leegte opvangen. Verder heeft hij grote plannen om Mountainbike-clinics te organiseren voor het bedrijfsleven. “Ik heb twee keer deelgenomen aan zo'n clinic, omdat ik toevallig Gert Jacobs heet. Allemaal hoge Pieten waren erbij en iedereen was enthousiast. Die mensen zijn er dan echt helemaal uit. En het is veel gezonder dan een dagje bowlen of zo. Dan hangen ze binnen de kortste keren aan de bar en hebben ze het alleen nog maar over hun werk.”

Een verzilverde schaats op de schoorsteenmantel symboliseert zijn andere passie. Hij gaat zich volgend jaar ook weer toeleggen op de marathon. Schaatsen vindt hij eigenlijk nog mooier dan fietsen. De vrijheid en de cadans, jammer dat de meeste ploegleiders hem niet graag op het ijs zagen. Kans op blessures. Zolang hij weer bij de amateurs fiets, kan hij met een gerust hart de ijzers onderbinden. “Op de fiets naar Assen is hooguit 15 kilometer. Rugzakje mee. En douchen kan ik daar ook.”

Alternatieven genoeg. En toch blijft hij hopen op dat ene telefoontje. Ex-coureur Teun van Vliet zou in de weer zijn met een nieuwe formatie. Jacobs: “In Nederland is echt nog wel plaats voor een nieuwe stal. Er zit genoeg talent bij de amateurs. Dat zie je zo. Maar dan moeten ze wel een eerlijke kans krijgen. Dit jaar zijn er maar twee Nederlandse neo-profs in het peloton. In Italië misschien wel 40. En die zijn echt niet allemaal even sterk.” Misschien heeft Van Vliet nog wel behoefte aan een oude rot, die “niet te beroerd is om zijn handen te laten wapperen”.

    • Jaap Bloembergen