In West-Oekraïne wordt alarm geslagen

Twee jaar na de onafhankelijkheid gaan er in het zuiden en het oosten van de Oekraïne stemmen op om de banden met Rusland weer aan te halen. Zo niet in Lvov, de belangrijkste stad in het westen van het land.

LVOV, 25 MAART. De ene draagt een sportbroek, een ander een legerbroek, een derde een pyamabroek en alle dertig moeten ze zo te zien van karate nog heel wat leren. Maar de ramen van de Lokomotiv-sportzaal in Lvov zijn beslagen van hun inspanningen en hun gezichten staan bloedserieus. Want nu er in de Oekraïne en Rusland steeds meer stemmen opgaan voor 'hereniging' moeten de leden van de Oekraïense Nationale Zelfverdedigings Organisatie (OeNSO) zich voorbereiden om de in 1991 verkregen onafhankelijkheid met alle middelen te verdedigen.

De OeNSO is een organisatie met een uitgespoken voorkeur voor militaire uniformen en gotische letters, maar ze is in Lvov minder buitenissig dan men zou denken. Als para-militaire arm van de Oekraïense Nationale Vergadering (OeNA) is de strijdersclub officeel onderdeel van een politieke partij die met het motto 'Kracht Orde Welzijn' bij de parlementsverkiezingen van zondag in deze regio een goede kans maakt. En in Lvov is bijvoorbeeld ook openlijk een 'sociaal-nationalistische' partij actief. Het hakenkruis-achtige banier hangt fier aan de gevel van een herenhuis midden in de stad. Kerk en gemeentebestuur veroordelen extremisme, maar staan eveneens pal voor handhaving van de Oekraïense onafhankelijkheid.

De nationalisten in Lvov - dus zo'n beetje iedereen in deze stad met 650.000 inwoners - zijn gealarmeerd over berichten dat een groeiend deel van de bevolking in het zuiden en het oosten van het land die onafhankelijkheid gedeeltelijk wil opgeven. Twee jaar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie heeft deze natie van 52 miljoen moeite om het hoofd boven water te houden en volgens een opiniepeiling van vorige week ziet een meerderheid van de bevolking de oplossing van de economische crisis in nauwere banden met Rusland. Veertig procent zou zelfs voor volledige hereniging zijn.

De contacten met Rusland zijn een belangrijk onderwerp bij de parlementsverkiezingen van zondag. In de oostelijke mijnstreek en op de Krim, waar de meesten van de twaalf miljoen Russisch-taligen wonen, worden zondag tevens regionale referenda gehouden over vormen van russificering, zoals de invoering van het Russisch als tweede officiële taal en invoering van een dubbele nationaliteit. De uiteenlopende gemoedstoestanden in het land zijn voor de Amerikaanse inlichtendienst CIA vorige maand reden geweest te waarschuwen tegen burgeroorlog en opdeling.

De verschillen in de Oekraïne zijn historisch bepaald. Terwijl het gebied ten oosten van Kiev al sinds 1667 door Rusland is geregeerd en gerussificeerd, hoorde het westen bij het Habsburgse Rijk en Polen. Lvov is met zijn walmende Lada's en lege etalages voor iemand uit Europa misschien een stad ver weg in de Oekraïne, maar vanuit de voormalige Sovjet-Unie bezien is Lvov Europees. De kerktorens, smalle straatjes en neo-klassieke gevels illustreren het feit dat dit deel van het land pas in 1939 onder bestuur van Moskou is gekomen.

Het was ook hier dat in de jaren tachtig de beweging ontstond die naar onafhankelijkheid streefde. Bij halfvrije verkiezingen in 1990 veroverden afgevaardigden van de onafhankelijkheidsbeweging Roech een meerderheid in de gemeenteraad van Lvov. Maar door onderlinge ruzies en door gebrek aan bevoegdheden hebben de gematigde nationalistische politici weinig van hun verwachtingen kunnen waarmaken. Het woord is nu aan de radicalen.

Joeri Sjoechevitsj, leider van zowel de OeNA als OeNSO, waarschuwt dat als Russisch-gezinden net als in de tijd van de Sovjet-Unie weer de boventoon gaan voeren “de Oekraïeners zullen worden opgesloten in reservaten, zoals de indianen in Amerika, maar dan in het gebied rondom Tsjernobyl”. De constatering dat de onafhankelijkheid vooralsnog alleen maar economische rampspoed heeft gebracht, doet hij af als “propaganda uit Moskou”.

Twee jaar geleden voorspelden Westerse deskundigen dat de Oekraïne van alle Sovjet-republieken de beste kans had zich voorspoedig te ontwikkelen. Dat dit niet is gebeurd is volgens Sjoechevitsj te wijten aan de oude Russisch-gezinde nomenklatoera die het land nog steeds regeert. “Zij creëert de crisis bewust. Het gaat niet om een economisch probleem maar om een machtsprobleem.” De oplossing ligt volgens de nationalistische leider in een verbod op politieke en bestuurlijke activiteiten van oud-communisten. Daarna moet dan een 'Oekraïense nationale revolutie' volgen, die grof kan worden samengevat als: alle Russen eruit of aanpassen.

Sjoechevitsj zegt zijn revolutie geweldloos te willen doorvoeren. Maar voor de zekerheid staat in het jongste nummer van het partijblad 'Stem van de Natie' toch de gebruiksaanwijzing van een Makarov-pistoolmitrailleur afgedrukt. De harde kern van de OeNSO heeft zo'n instructie overigens niet nodig, want de organistie heeft vorig jaar al vrijwilligers naar Georgië en Moldavië gestuurd om in de burgeroorlogen daar tegen het Russische imperium te vechten. Een van hen, de 22-jarige Andrej Tima, haalt een hem toegekende onderscheiding tevoorschijn, met een oorkonde die is ondertekend door het Georgische staatshoofd Sjevardnadze.

Zelf heeft Sjoechevitsj in de jaren veertig nog aan de zijde gestreden van de Oekraïense nationalist Stepan Bandera, die mét de nazi's probeerde het Rode Leger uit de Oekraïne te verdrijven en die later op last van de KGB is vermoord. Bandera's portret hang achter Sjoechevitsj' bureau, al kan de partijleider dat zelf niet zien: hij is tijdens de jarenlange gevangenschap die volgde op Bandera's nederlaag blind geworden.

Verzoenender maar even vastbesloten laat de leiding van de Grieks-katholieke kerk in Lvov zich over de eenheid en zelfstandigheid van de Oekraïne uit. “Er zijn heel veel dingen die het oosten en het westen van het land verenigen. Alleen de afschuwelijke recente geschiedenis heeft ons zo verdeeld. We moeten dat genezen”, zegt vicaris-generaal Ivan Datsko. De bisschoppen hebben daarom plannen opgesteld om in het oosten - “een geestelijke woestijn” - sociaal werk te verrichten en parochiën te stichten. Op den duur zullen de Russisch-orthodoxen daar zich tot de Grieks-katholieke kerk bekeren, aldus Datsko, en dan zal de Oekraïne ook spiritueel weer verenigd zijn.

Het centrum van de Grieks-katholieke kerk, die de orthodoxe liturgie volgt maar ondergeschikt is aan Rome, is de St. Joris kathedraal in Lvov. Het gebouw, in 1945 door de communisten geconfisqueerd, werd drie jaar geleden door demonstranten veroverd. De bestorming getuigde van het morele gezag dat de kerk in de westelijke Oekraïne geniet als centrum van Oekraïens nationalisme.

Dat gezag is nu hard nodig, want Datsko moet toegeven dat de euforie van twee jaar geleden bij sommige kerkgangers is omgeslagen in apathie en wanhoop. “Het is moeilijk voor de mensen. Ja, er zijn zelfmoorden. Ja, er zijn jonge mensen aan de drank. Ja, er zijn moeders die hun kind te vondeling leggen.” Maar de vicaris-generaal waarschuwt tegen teveel ongeduld en pessimisme. Drie eeuwen afhankelijkheid van Rusland kunnen niet in drie jaar onafhankelijkheid ongedaan worden gemaakt. De economische malaise vergelijkt hij met “de groeistuipen van een nieuw geboren kind”.

En hij waarschuwt vooral tegen de neiging heil te zoeken in nauwere banden met Rusland. “De mensen in het westen van de Oekraïne zijn bereid zich alle opofferingen te getroosten om de onafhankelijkheid en vrijheid te bewaren”, aldus Datsko. “Er heerst de opvatting dat als die mensen in het oosten onze onafhankelijkheid op het spel zetten, wij onze eigen Oekraïne zullen vormen.”