'Ik wil een beroep doen op het geweten van politici'

VACLAV HAVEL, lang een bevlogen dissident, laat nog maar zelden van zich horen: hij is een 'gewone' president van een klein land geworden. Het hoort bij de democratie, zegt hij. Soms echter appelleert Havel aan het geweten van de wereld: hoeveel levens waren er gespaard als de NAVO in Sarajevo een jaar eerder was gaan dreigen?

PRAAG, 25 MAART. De hitte in de zaal op de Praagse burcht waar de bezoeker wacht op een gesprek met de Tsjechische president Václav Havel is verstikkend. Dat komt, zegt een medewerker van Havel, omdat er maar twee mogelijkheden zijn: de verwarming staat aan of uit. Daarom zie je in Praag zo vaak de ramen openstaan in de winter.

Ook qua inrichting ademt de wachtzaal nog de plechtige, imponerend bedoelde ouderwetsheid van weleer: zware, stijlloze meubelen, hoge hardhouten pilaren zonder duidelijke functie, donkere 17de-eeuwse doeken aan de muur, kristallen kroonluchters.

In de twee volgende zalen die naar Havels werkvertrek leiden is de stijlbreuk volledig: de secretaresse werkt aan een modern bureau, de witheid van de muren is doorbroken door abstracte figuren in primaire, vitale, vrolijke kleuren. De vergaderzaal wordt beheerst door metershoge surrealistische schilderijen, de kamer van Havel door een wild post-modernistisch mengsel van oude en moderne design-meubelen, bizarre lampjes, beelden en planten.

Van de metamorfose die Havels werkruimten hebben ondergaan is bij hem zelf niet zoveel te merken: veeleer is hij in omgekeerde richting geëvolueerd. Havel, schrijver van absurdistische toneelstukken en bevlogen dissident tijdens de dictatuur, bejubeld hoofdrolspeler tijdens de Fluwelen revolutie, is een doorsnee-president geworden. Het morele idealisme van vroeger heeft plaatsgemaakt voor een noodgedwongen nuchterder presidentiële visie op de wereld. Dat is een wereld die beperkingen oplegt, die hem bindt aan conventies, die hem dwingt een bescheiden rol te spelen als president van een bescheiden Middeneuropees land.

Voor Havel zelf is de verandering een natuurlijke. “De situatie vandaag is totaal anders dan toen”, zegt hij. “Ik werd gekozen als een man die aan het hoofd stond van een brede anti-totalitaire beweging, Burgerforum. Ik vervulde de rol van zoiets als leider des volks. Die situatie kon natuurlijk niet lang voortduren en veranderde al met de komst van normale democratische verhoudingen. Intussen hebben we al twee democratische verkiezingen achter de rug. Er is een spectrum van politieke partijen. Bovendien is de federale staat uiteengevallen en is er een nieuwe grondwet. Mijn grondwettelijke positie is dus anders, de politieke situatie is veranderd, er heerst een andere atmosfeer in het land en daarom heeft deze functie ook een andere politieke inhoud. Ik zie het niet als een achteruitgang. Ik zie het integendeel als een positief uitvloeisel van een ontwikkeling naar normale democratische verhoudingen waarin sprake is van een vanzelfsprekende verdeling van de taken tussen de afzonderlijke constitutionele instellingen.”

Tot ontsteltenis van veel van Havels bewonderaars heeft hij eind vorig jaar een wet ondertekend die het beledigen van staatsrechtelijke instellingen en personen strafbaar stelt - hoewel hij het niet eens was met die wet en altijd heeft gezegd dat hij zijn handelen laat bepalen door zijn geweten.

“Dat onder meer de president niet 'te schande' mag worden gemaakt, maakt traditioneel deel uit van onze rechtsorde. Het is geen communistische uitvinding, maar een erfenis van de Habsburgse dubbelmonarchie, die bleef voortbestaan tijdens de Eerste republiek [1919-1939]. Ik heb ernstige bedenkingen tegen deze paragraaf. Maar als ik de wetswijziging niet had getekend, zou een groot aantal criminele activiteiten nog steeds niet strafbaar zijn. Ik heb tegelijkertijd de zaak ter beoordeling overgedragen aan het Hooggerechtshof. Ik heb de regering ook een andere tekst voor deze paragraaf voorgesteld. Een elementaire bescherming van de belangrijkste symbolen van de staat is mijns inziens goed. Maar ik vind niet dat men daarvoor naar de gevangenis moet, ik beschouw geldelijke straffen als de aangewezen manier. Aan iemand die mij 'te schande' heeft gemaakt zal ik in de regel gratie verlenen, of liever, ik heb hun tot dusver altijd gratie verleend.”

Havel is het afgelopen jaar herhaaldelijk in botsing gekomen met ministers, vooral met premier Václav Klaus. Voelt hij zich niet vaak een passagier op een schip waarvan hij de koers niet kan bepalen?

“Men kan de president volgens onze grondwet niet afzetten en daarom is de regering verantwoordelijk voor zijn daden. Daaruit vloeit voort dat de president tot op zekere hoogte gebonden is aan de politiek van het kabinet. Ik heb het gevoel dat ik me aan deze politiek houd. Aan de andere kant ben ik geen machine, ik ben een mens met een ziel en een eigen brein en het kan voorkomen dat ik soms een andere mening ben toegedaan. Een zekere mate van spanning tussen de president en de uitvoerende macht is inherent aan de parlementaire democratie en is ook goed voor het systeem. Die spanning draagt bij tot het evenwicht tussen grondwettelijke instellingen. Als er geen sprake is van enige spanning, kan de vraag ontstaan waarom er eigenlijk een president zou moeten zijn. Dan zou de premier tegelijk ook president kunnen zijn.”

Een heet hangijzer was Havels verzet tegen de breuk met de Slowaken. Medio 1992 waarschuwde hij dat latere generaties die een “fatale vergissing” zouden noemen. Staat hij, gezien de positieve ontwikkeling van Tsjechië en de veel minder rooskleurige situatie in Slowakije, nog achter die waarschuwing?

“Ik betwijfel of ik dat zo categorisch heb gezegd. Ik weet niet wat toekomstige generaties gaan zeggen. Ik denk dat het de plicht is van een politicus te wijzen op alle slechte mogelijkheden. Het was vooral mijn plicht als president van Tsjechoslowakije, een president die zijn trouw aan de Tsjechoslowaakse grondwet heeft gezworen en die de onschendbaarheid van de staat moest bewaken. De geschiedenis zal uitwijzen of dit wel of niet heeft bijgedragen tot de ontwikkeling van de beide volkeren.”

In een recent essay in het Amerikaanse tijdschrift Foreign Affairs verwijt Havel het Westen dat het zijn eigen waarden verloochent door toe te staan dat die waarden vernietigd worden in een Europees land als Bosnië. Havels visie op de Westerse beschaving lijkt de laatste jaren pessimistischer te zijn geworden. Met name uit hij kritiek op de neiging uitsluitend aandacht te besteden aan “een nieuwe godheid: het ideaal van de eeuwigdurende groei van produktie en consumptie”. In plaats daarvan moet er een soort global responsability komen.

Havel: “Ik zou niet willen zeggen dat ik een pessimist word. Mijn stem bevat wellicht meer vroeger alarmerende tonen en ik vestig de aandacht op gevaren, omdat ik een beroep wil doen op het geweten van politici. In Bosnië zijn de fundamentele waarden waarop de Europese beschaving rust in gevaar. Bovendien wordt de Europese integratie bedreigd. Met 'global responsability' bedoel ik dat men zich niet alleen om zichzelf maar ook om anderen moet bekommeren. In Sarajevo zijn de wapens vrijwel tot rust gekomen. Na het NAVO-dreigement met luchtaanvallen stel ik mijzelf de vraag hoeveel duizenden mensenlevens zouden zijn gespaard, als dit dreigement een jaar geleden was uitgesproken.”

Leidt dat niet tot het verwijt dat het Westen uit is op een 'democratisch imperialisme', een soort interventiepolitiek om de democratie te beschermen?

“Imperialisme, bescherming en democratie zijn drie verschillende zaken. De democratie zou eigenlijk haar kracht en haar nut moeten uitstralen met behulp van geweldloze middelen. Maar er kunnen grenssituaties ontstaan waarin het van belang is in de geest van de 'global responsability' naar de kracht van wapens te grijpen, helaas. Maar dit zal niet de geringste schaduw of zweem mogen hebben van iets dat men als imperialisme zou kunnen bestempelen. Imperialisme is het vanuit een positie van macht najagen van machtsbelangen. De verdediging van democratische waarden is iets anders.”

    • Frits Schaling