Grieken vragen zich af 'of de hele wereld nu gek is geworden'

ATHENE, 25 MAART. Griekenland herdenkt vandaag op zijn nationale feestdag het begin, in 1821, van de Onafhankelijkheidsoorlog tegen het Ottomaanse Rijk, die leidde tot het vertrek van de Turkse machthebbers uit de Balkan. Dat uitgerekend één dag tevoren de Veiligheidsraad besloot Turken op die Balkan “terug” te laten komen, door in te stemmen met de opname van Turkse troepen in de vredesmacht in Bosnië, levert bittere inspiratie op voor menig redenaar en karikaturist.

De dagen daarvoor was VN-secretaris-generaal Boutros-Ghali, door tot deze Turkse inschakeling te adviseren, hier een mikpunt van woede geworden. Hij was terecht gekomen op het snel groeiende lijstje van politici die het op Griekenland en de orthodoxie hebben voorzien. Dat deze Egyptenaar een kopt en dus christen is, is overigens weinig Grieken bekend.

Maar nu de Veiligheidsraad unaniem, dus met inbegrip van het 'orthodoxe' Rusland, Boutros-Ghali's advies heeft opgevolgd, heeft de Griekse woede plaatsgemaakt voor vertwijfeling. De Grieken vragen zich af of de Veiligheidsraad, de hele wereld, gek is geworden door Turkse troepen toe te laten op de Balkan, waar niet alleen Grieken maar vooral ook Serviërs zo gevoelig zijn voor hun aanwezigheid - Turken die zich twintig jaar niets hebben aangetrokken van de opeenvolgende VN-resoluties inzake Cyprus en die dit jaar een genocide zijn begonnen tegen de Koerden op hun grondgebied.

Voor de Grieken is sprake van een nodeloze klimaatsverslechtering op de Balkan. De Serviërs mogen dan de laatste jaren optreden als een woeste stier, waarom ook nog een rode lap tevoorschijn gehaald? Op Russische aandrang zullen de 2700 Turken - aanvankelijk was sprake van slechts duizend - niet worden ingezet in de gebieden waar Serviërs vertoeven, maar de stier ziet de rode lap natuurlijk al van ver.

Men gelooft hier overigens dat het door de Verenigde Staten geïnspireerde besluit mede is ingegeven door vrees voor het steeds meer opkomend Turks fundamentalisme. De Turkse premier Çiller zou bij de kritieke gemeenteraadsverkiezingen van zondag, waarbij de islamitische Refah-partij tweede hoopt te worden, een versterking op het gebied van haar buitenlandse politiek goed kunnen gebruiken.

In de dagen dat het sturen van duizend Turken zich begon af te tekenen heeft de Griekse regering te kennen gegeven, in dat geval het zenden van vijfhonderd Griekse blauwhelmen te zullen overwegen. Daarbij werd voorbijgegaan aan de vraag of deze tevoren wel zouden worden uitgenodigd. Griekenland behoort immers, net als Italië, tot de landen die aan het oude Joegoslavië grenzen en daardoor niet - of nog niet - in aanmerking komen voor het leveren van VN-troepen.

Maar vlak na het besluit van de Veiligheidsraad maakte regeringswoordvoerder Venizelos gisteren bekend, dat Athene blijft bij zijn oude voornemen zich op geen enkele wijze te laten betrekken bij de troebelen van het voormalige Joegoslavië. Dit standpunt is vorig jaar afgesproken op een zitting van alle partijleiders met president Karamanlis. De huidige oppositiepartijen hadden zich ook reeds tegen het uitzenden van Griekse troepen uitgesproken, met uitzondering van de recentelijk opgerichte, ultranationalistische Politieke Lente, waarvan de leider Andonis Samaràs, gisteren toespelingen maakte op verplichtingen jegens “onze Servische vrienden”, nog net zonder het woord 'verraad' in de mond te nemen.

    • F.G. van Hasselt