Geen gebrek aan produkten die met salmonella zijn verontreinigd

Dichtbij de schappen waar tot voor kort de pakken Brinta lagen, liggen in bijna elke supermarkt produkten waar de salmonella van afdruipt: kippen. Geen ondernemer die er aan denkt deze produkten terug te halen. Karel Knip vindt het daarom verontrustend dat de keuringsdiensten binnenkort niet langer onder Volksgezondheid vallen.

Eind mei zal er weer Brinta te koop zijn. Deze week werd bekend dat de salmonella-besmetting van het ontbijtprodukt waarschijnlijk in de fabriek van Avebe is ontstaan en geen structureel karakter had. De fabriek wordt ontsmet en zekerheidshalve aangepast en daarna zal het probleem zich naar verwachting niet meer voordoen.

Achteraf is komen vast te staan dat de omvang van de salmonella-besmetting zo gering was dat de vaste Brinta-gebruiker waarschijnlijk niet het minste risico had gelopen als Avebe de produktie gewoon had gecontinueerd. Tussen fabriek en ontbijtbord is in het droge tarwemeel immers geen verdere bacteriegroei mogelijk. Maar op het moment dat er salmonella werd gevonden konden we dat nog niet weten, zeggen Avebe en Honig. We hadden geen inzicht in de omvang van de besmetting en wisten niet welk type salmonella in het meel was doorgedrongen. Men besloot tot een produktiestop en een omvangrijke recall. De inspectie gezondheids-bescherming IGB, voorheen Keuringsdienst van Waren genoemd, steunde het besluit van harte.

De consument heeft geen enkel risico gelopen. Het grootste gevaar dat hem nu bedreigt is dat hij uit het gedemonstreerde verantwoordelijksheidsgevoel van het bedrijfsleven en de alerte reactie van het staatstoezicht op de volksgezondheid de conclusie trekt dat hij in Nederland afdoende tegen salmonella-infecties wordt beschermd. Dat zou een grote vergissing zijn.

Een paar meter van de schappen waar tot voor kort de pakken Brinta waren te vinden liggen in bijna elke supermarkt produkten voor het grijpen waar de salmonella letterlijk van afdruipt. En geen ondernemer die overweegt deze produkten terug te halen, geen keurmeester die ze in beslag neemt, geen winkelier die ook maar met de kleinste aantekening waarschuwt tegen de risico's die men in de omgang met deze produkten loopt.

Meer dan dertig procent van de kipprodukten die op markten en in supermarkten worden aangeboden is besmet met salmonella. Van de eieren die de horeca verwerkt is bijna vier procent salmonella-positief. Voorzichtige schattingen zijn dat, die het ministerie van volksgezonheid op aanvraag toezendt, berustend op een minimale steekproef. De omvang van het salmonella-probleem bij pluimvee is bij insiders immers voldoende bekend. Dezelfde deskundigen die het adequate optreden van Honig/Avebe roemden, hebben de indruk dat de werkelijke percentages eerder in de buurt van 50 of 60 liggen. Bij de keuringsdiensten, die in een kip-monitoring-programma zijn betrokken, meent men dat zelfs 60 procent nog een onderschatting is. Statistisch valt te bewijzen dat de salmonella-besmetting jaarlijks tientallen doden eist.

Toen de Nederlandse pluimveehouderij na de oorlog op industriële wijze werd aangepakt en voor het benodigde kippevoer werd teruggevallen op de allergoedkoopste overzeese grondstoffen al vismeel, tapioca, katoenzaadschroot en maïsschroot heeft zich in de pluimveestapel een salmonella-besmetting genesteld die zich van lieverlee over de wijde omgeving van kippenfarms en legbatterijen uitstrekte. Het vermaarde Walcheren-onderzoek van emeritus hoogleraar dr. E.H. Kampelmacher heeft dat aangetoond.

Het gevaar voor de volksgezondheid is niet onopgemerkt gebleven. Tot tweemaal toe heeft de Gezondheidsraad (in 1962 en 1978) in expliciete termen gewaarschuwd tegen de risico's die het gebruik van vervuilde veevoeder-grondstoffen met zich mee brachten. Toch heeft het tot 1989 geduurd voordat specifieke maatregelen ter bestrijding van de gevaarlijke bacteriën werden getroffen en tot nu toe hebben die nog vrijwel geen effect gesorteerd. Integendeel: werkeloos heeft men aangezien hoe tegen het einde van de jaren tachtig de agressieve Salmonella enteriditis de tot dan dominante Salmonela typhimurium ging verdringen. Het enige succes waarop men vandaag durft te wijzen is dat de opmars van Salmonella enteriditis, die ook in de eidooier doordringt, tot staan is gebracht.

Het probleem is tot nu toe eenvoudigweg onoplosbaar gebleken. We hebben de strijd tegen salmonella verloren, zei hoogleraar infectieziekten dr. J. Huisman vorig jaar in zijn afscheidsrede. “Per jaar arriveert in de Rotterdamse haven 15 miljoen ton veevoedergrondstof, het is ondoenlijk daarin de met salmonella besmette partijen op te sporen.” Kampelmacher verbaast zich alleen nog over het feit dat er jaarlijks niet meer salmonella-slachtoffers vallen.

Inmiddels is in de horeca het gebruik van rauwe eieren verboden. De keurmeesters zien er op toe dat geen bavarois of Haagse bluf meer wordt geserveerd en letten op het risico van kruisbesmetting in restaurants en grootkeukens. “Maar wat de consument thuis uitspookt met kip of ei: daar hebben wij geen bemoeienis mee”, melden ze. De salmonella-infecties worden tegenwoordig voornamelijk thuis opgelopen.

Het produktschap voor pluimvee en eieren houdt staande dat inmiddels toch een behoorlijke inspanning op gang is gekomen - bij het tot korrels persen van kippevoer wordt veel salmonella gedood - en dat de inspanning te zijnerijd toch wel enig effect moet sorteren. Ja, er zou zelfs al een bedrijf zijn dat gegarandeerd salmonella-vrije kippen verkoopt. Verder wijst men er graag op dat de problemen in de buurlanden nauwelijks minder zijn en dat de consument veel aan zichzelf te wijten heeft. Het is immers de consument die doorstraling van vervuilde kip afwijst.

Waar het om gaat is dat op dit moment levensmiddelen worden aangeboden die voor kwetsbare bevolkingsgroepen levensbedreigend zijn. De Warenwet is niet al te expliciet over met salmonella vervuilde kip maar geeft de IGB voldoende houvast om vandaag nog vuile kip in beslag te nemen en de supermarkt die ze morgen weer aanbiedt te sluiten. Off the record geven de keurmeesters toe wel eens een proefproces te willen uitlokken. “Maar dat betekent oorlog tussen WVC en Landbouw”. En in de competentiestrijd tussen het kwaliteitsministerie en het produktieministerie blijkt het produktieministerie steeds makkelijk de overwinning te behalen. Economie gaat voor gezondheid, 'landbouw' staat niet toe dat de tweeduizend pluimveehouders het brood uit de mond wordt gestoten.

Nu al weet het bedrijfsleven de keuringsdiensten van volksgezondheid zijn wil op te leggen. Het is daarom een verontrustende gedachte dat de keuringsdiensten binnenkort de bescherming van het ministerie van volksgezondheid verliezen en als 'onafhankelijke' instituten rechtstreeks door het bedrijfsleven gefinancierd zullen worden.

    • Karel Knip