Galerie Welters

T/m 16 april. Bloemstraat 140, Amsterdam. Wo t/m za 13-18u en de eerste zondag van de maand. Prijzen ƒ 250,- tot ƒ 7000,-.

Een uitbottend pruimeboompje, uit de tuin van Maria Roosen, met twee spiegelborsten vormt het middelpunt van een vrolijke tentoonstelling bij galerie Fons Welters in Amsterdam. Op de wand achter het boompje heeft Job Koelewijn met groene zeep een lijn met wapperend wasgoed 'geschilderd'. Koelewijn, die eens zijn familieleden in Spakenburgse klederdracht uitnodigde om de ramen van het Amsterdamse Rietveldpaviljoen te lappen, neemt met dit werk afscheid van zijn geboorteplaats. Ook Ellert Haitjema houdt van schoon en proper: hij maakte van sponzen een vrouwelijke torso.

Water is het element dat deze uiteenlopende objecten met elkaar verbindt, zo concludeerden de drie deelnemers tijdens de voorbereiding van de expositie. Daarom hoor je als het stil is in de galerie de regen, op een bandje vastgelegd, zachtjes tegen de ruiten tikken. Een ander samenbindend element is de lichtvoetigheid. Er worden geen diepe gedachten verbeeld, de kunstwerken bieden de vermoeide galeriebezoeker verfrissend en luchtig entertainment. De spiegelborsten van Roosen bijvoorbeeld, lijken een parodie op de spiegelende 'heksenbollen' die je in de tuin kunt zetten. In een dergelijke context is het absurd om bij Haitjema's schoen van mensenhaar aan concentratiekampen te denken.

Het werk van deze jonge kunstenaars ontstaat thuis aan de keukentafel, zo schreef Rutger Pontzen in Vrij Nederland naar aanleiding van de groepstentoonstelling WATT in het Rotterdamse kunstcentrum Witte de With, waaraan Maria Roosen ook deelnam. De keuken aan kant en het wasgoed aan de lijn: de vrouwen in Spakenburgse klederdracht die op de opening verschenen pasten uitstekend in deze sfeer.

    • Din Pieters