Economie-debat: platitudes in plaats van nieuw gezichtspunt

Zelfs de meest geharde televisiekijker bleef na afloop verbluft achter. Waar had hij nu precies naar gekeken? Drie uur lang het Nationaal Platform Globalisering live op de buis, daar moest een gedachte achter zitten. Zoiets als: dit is een monumentale gebeurtenis die de toekomst van het vaderland zal bepalen, en generaties na ons zullen nog ademloos naar de slow motion herhalingen van het programma kijken.

Wellicht werd in Hilversum tevoren stiekem gehoopt op een soort 'Open het dorp'-sfeer, met een scorebord dat de groeiende nationale schuld in beeld zou brengen. Misschien verwachtte men half dat Rinnooy Kan en Stekelenburg elkaar aan het eind huilend in de armen zouden vallen (muziek, bloemen, applaus!). In ieder geval moet iemand ergens oprecht hebben gemeend: dat Platform van Andriessen, dat wordt spannende televisie.

Dat werd het inderdaad, maar niet in de zin waarin alle deelnemers elkaar na afloop feliciteerden met hun samenzijn. Natuurlijk, er werd van alles gezegd dat zo behartenswaardig was dat je het meteen vergat, er was lofwaardige verbale daadkracht en het motregende vertederende zelfkritiek. Al het gemeesmuil vooraf bleek weer eens prematuur te zijn geweest. Toch had de betekenis van de uitzending niets met zoiets banaals als nieuwe gezichtspunten op economie of ondernemerszin te maken. Daarover waren slechts platitudes te horen, en dat nog unisono bovendien.

Het was daarentegen drie uur televisie die op een fascinerende antropologische wijze de dolende ziel van onze natie in het fin de siècle vastlegde. Dat gold voor de buxus-haag die zonder opgaaf van reden de achtergrond vulde, voor de in het water vallende opiniepeilingen, voor de parade van verkeerd gekozen stropdassen (alleen Elco Brinkman was een uitzondering met een te goed zittend kostuum), voor de beschaafde toon waarop men de noodklok luidde, voor de sobere oprechtheid en oprechte soberheid, alsmede voor de consensus die men instinctief als een warme deken over alle toehoorders trok.

“Het was zo'n mooie Nederlandse discussie”, zei minister Andriessen na afloop glimmend van trots. En daarmee sloeg hij, valt te vrezen, de spijker op de kop. Bij Nederlandse discussies is iedereen het altijd met elkaar eens. Bij Nederlandse discussies ontstaat nimmer een debat. Bij Nederlandse discussies blijkt de oplossing altijd in de deur van de buurman te steken. Nederlandse discussies zijn, kortom, niet de oplossing van de kwaal, maar de kwaal zelf, want eenstemmig discussiëren klinkt altijd vals.

Hans van Mierlo repte tijdens het herderlijk nawoord dat aan de lijsttrekkers van de vier grote partijen werd gegund abusievelijk van “een geheel nieuw soort overleg”. En dat terwijl het Nationaal Platform Globalisering past in een goed vaderlandse traditie van bijeenkomsten tot nationale redding. De Synode van Dordrecht in 1619 was ook zo'n forum van mannen in grijze pakken die met zorgelijke preken de neuzen één richting op wilden krijgen. Ook toen moest Nederland worden gevrijwaard van de nieuwe tijd - en ook toen bleek alle moeite tevergeefs. Al snel werd overal de hand gelicht met de plechtige beloften, ging iedereen z'n eigen gang en barstte de Gouden Eeuw pas goed los.

Dat is een vrolijke les: na de crisis heeft iedere econoom immers gelijk. Anders ligt het met het Nationaal Platform Globalisering dat de Romeinse senatoren in het jaar 408 na Christus belegden toen de Gothen vanuit het oosten oprukten. Op dat moment drukten de belastingen zwaar op het gemoed en de economie van Rome (men betaalde er tweeënhalf keer zoveel premies als in Egypte, en zes keer zoveel als in Afrika - en dat terwijl de lonen daar ook nog eens aanzienlijk lager waren). Het is geen wonder dat de senatoren uitgebreid in conclaaf gingen om te spreken over de nieuwe uitdaging uit de Oriënt.

De wereld bleek angstwekkend klein geworden, en daar hielp maar één ding tegen: stoere-mannen taal. Men repte niet van commitment, total quality, win-win strategy, zoals gisteren in Hilversum vaak gebeurde, maar men bedoelde hetzelfde. Twee jaar later werd Rome tot de grond toe afgebrand. Er was geen televisie bij, maar ongetwijfeld zal een enkele senator zachtjes hebben gemompeld 'senatu deliberante Saguntum perit', hetgeen zoveel betekent als: geen produktieproces is zo goedkoop en milieuvriendelijk als dat van mooie woorden.

    • Bastiaan Bommeljé