Denemarken zet werklozen aan het werk

In Denemarken werd op 1 januari een wet van kracht die bepaalt dat werklozen tussen de 18 en 25 jaar verplicht 20 uur per week moeten werken voor hun uitkering. Boodschappen thuisbezorgen, bejaarden voorlezen of kleding sorteren, werk in overvloed, stellen de Denen. “De tijd dat jonge werklozen hun hand kunnen ophouden, is hier definitief voorbij.”

Anders (21) - lang haar, grote bril en een veel te goeiige blik in zijn ogen - is verslaafd aan drugs. Hij werkt als nachtwaker bij Tema Team, een opvangproject voor verslaafden en mensen met andere problemen in Frederikshavn. “Het gebeurde op het gymnasium”, vertelt hij in de donkere woonkamer van het opvanghuis, moeizaam pratend en regelmatig steun zoekend bij begeleidster Helle. Vanuit de keuken vraagt de Deense hitparade schetterend om aandacht. Examen doen ging niet meer, vertelt Anders, en hij ging van school af. Bijna een jaar zat hij werkloos thuis, totdat hij van gemeentewege verplicht bij Tema Team werd ondergebracht. Nu kickt hij af en geeft hij voorlichting over alcohol en drugs op middelbare scholen. Ideaal vindt hij zijn huidige situatie niet, maar het is beter dan thuis rondhangen. In augustus wil hij terug naar school.

Frederikshavn, een provincieplaatsje in het noorden van Jutland, was in 1991 een van de zeven gemeenten in Denemarken waar een experiment met verplicht werk voor jonge werklozen van start ging. De gemeente was daarmee pionier voor de nieuwe werklozenwet die op 1 januari dit jaar van kracht werd: werkloze jongeren tussen 18 en 25 jaar moeten minimaal 20 uur per week verplicht werken voor hun uitkering (voor een 23-jarige thuiswonende is dat 600 gulden per maand, voor een uitwonende 1.100 gulden).

“De tijd dat werklozen hun hand op kunnen houden, is hier definitief voorbij”, zegt Annette Christensen, ambtenaar en stuwende kracht achter de projecten in Frederikshavn. “Wie niet werkt, krijgt geen geld. Hard? Nee hoor, integendeel, uit een enquête is gebleken dat 70 procent van de jongeren zich door dit werk gelukkiger voelt.”

De circa duizend deelnemers kunnen kiezen uit een tiental projecten, waaronder bejaarden- en gehandicaptenzorg (voorlezen, wandelen), een media-workshop (waar o.m. de projectkrant wordt vervaardigd), sport- en theater (een combinatie van sport/kunst en onderwijs), metaal- en houtbewerking (onder andere gratis reparatie van fietsen voor werklozen en vervaardiging van speelgoed voor crèches) en de gule cyckelbudes (koeriersdienst op gele fietsen). In het vakantieseizoen worden werkloze jongeren naar Zweden en Noorwegen gestuurd om Frederikshavn te promoten. “Het gaat veelal om werk dat doorgaans door vrijwilligers wordt gedaan, een echte baan is het nog niet”, erkent Christensen.

De deelnemers worden door middel van een cursus en door de projectleider gemotiveerd tot het zoeken van werk. “We realiseren ons dat sommige mensen dusdanig in de problemen kunnen zitten dat ze niet in staat zijn om te werken” zegt Christensen. “Voor hen is er Tema team: een huis waar men zelf kookt, schoonmaakt en zich oriënteert op de toekomst. Het is werklozenproject en opvanghuis in één.”

Voor werklozen boven de 25 jaar gelden soepeler regels: wie een jaar werkloos is, moet naar het gemeentehuis om een 'werkplan' op te stellen, waarin wordt vastgelegd aan welk project de betrokkene wil meedoen. Een opleiding volgen mag ook. Wie zich niet aan zijn afspraken houdt, is echter beter af dan werklozen onder de 25: de wet voorziet (nog) niet in sancties voor deze leeftijdscategorie.

Frederikshavn had in 1991 genoeg reden tot deelname aan het experiment. Het stadje aan het Kattegat (35.000 inwoners) kampt met een werkloosheid van 18 procent, zes procent meer dan het Deense gemiddelde. Pessimisten hebben het over meer dan 20 procent. Oorzaak: Frederikshavn ligt te ver van de bewoonde wereld. Vanuit Kopenhagen is het alleen te bereiken door de veerboot naar Aarhus of het vliegtuig naar Aalborg te nemen. Vandaar is het per dieseltrein of bus nog een uur naar Frederikshavn. Het bedrijfsleven - op twee scheepswerven en een fabrikant van scheepsmotoren na - laat Frederikshavn links liggen. 's Winters is het een leeg, tochtig oord, waar, beweren kenners, van januari tot april tweemaal daags een sneeuwstorm langstrekt. Zelfs de haven, de enige bedrijvigheid van belang in Frederikshavn, lijkt in dit jaargetijde stil te liggen.

“Frederikshavn ligt ongunstig”, erkent burgemeester Jens-Christian Larsen in zijn werkkamer op het gemeentehuis, dat gelegen is aan een bovenmaats dorpsplein. “Bedrijven vestigen zich liever in de buurt van Kopenhagen of tegen de Duitse grens aan”, zegt Larsen en hij lacht wat zuur vanachter zijn ringbaard. Stad en land reist de burgemeester af om zijn gemeente op ondernemerscongressen aan te prijzen. Larsen zegt 'goede hoop' te hebben - wat moet hij anders - maar banen hebben zijn missies nog niet opgeleverd.

's Zomers wordt alles anders. Dan ontpopt Frederikshavn - thuishaven voor de veerboten naar Zweden en Noorwegen en tevens marinehaven - zich, naar inwoneraantal gemeten, tot de drukste haven van Europa. Vijf miljoen passanten zetten het dorp in Jutland tijdelijk weer op de kaart.

En juist daar wringt de schoen, want de veerboten brengen niet alleen geld in het laatje; ze nemen ook op alcohol en drugs beluste Noren en Zweden mee, die in het liberalere Denemarken aan hun trekken proberen te komen. Als ze van de boot afkomen, zijn ze al stomdronken en dan wil er wel eens een mes getrokken worden of een ruit sneuvelen, klaagt men in Frederikshavn. Om maar niet te spreken van de drugsverslaafden die overvallen en inbraken plegen. En dealers aantrekken, die op hun beurt weer werkloze jongeren aan de drugs helpen. Laatst stond het nog in de krant, weten ze op het gemeentehuis: Frederikshavn heeft het hoogste criminaliteitspercentage van heel Denemarken.

De nieuwe wet biedt geen oplossing voor de werkloosheid, daar is iedereen in Frederikshavn het wel over eens. Maar het is beter dan niets. “Werkloosheid wordt hierdoor niet goedkoper voor de staat”, zegt Annette Christensen. “Of je nu een uitkering geeft aan mensen die thuis zitten of ze draaien 20 uur per week mee in een project, dat is net zo duur. Het gaat ons om het sociale aspect. Ervoor zorgen dat jongeren weer structuur aanbrengen in hun leven en het gevoel krijgen dat hij of zij nodig is”, zegt Annette Christensen. “In een gemeente met zoveel werklozen heb je als bestuur de plicht om die mensen een beetje gelukkiger te maken.”

“Een van de mooiste aspecten van dit systeem is dat je iemand op vrijdagmiddag een prettig weekeinde kunt wensen”, zegt Peter Arp, leider van het mediaproject. “Toen ze zonder werk thuiszaten, was het altijd weekeinde.” Arp (27) weet waar hij over praat. In het najaar van 1992 begon hij zelf als deelnemer bij het mediaproject. Na het gymnasium en een jaar wis- en natuurkunde studeren aan de universiteit, had hij het wel gezien en ging hij in dienst. “Daarna werd ik tweemaal geweigerd voor de School voor Journalistiek. Zin om een baan te zoeken had ik niet. Toen ben ik hier terechtgekomen.” Hij klom op tot assistent-projectleider. “Het is goed om mensen te laten werken voor hun geld, dat geeft hen zelfvertrouwen.”

De projecten zijn overigens niet alleen bestemd voor werklozen. Ook afgekeurden en gepensioneerden zijn welkom. Esther Svendsen (51) had, tot zij in 1989 wegens rugklachten werd afgekeurd, een boekwinkeltje in Frederikshavn. Het thuiszitten beviel slecht en vorig jaar meldde zij aan bij het project Osthjaelpen, waar ze tweedehandskleding verstelt die naar Letland, Rusland en Polen wordt verzonden. Ze werkt nu weer full-time (37 uur), met behoud van uitkering.

Her en der in Frederikshavn klinken onverhulde kritische geluiden over de werklozen-projecten. “Succes is een groot woord”, knort burgemeester Larsen in zijn werkkamer. “Werk of niet, het blijven werklozen. Die projecten kosten veel geld en de situatie blijft net zo uitzichtloos.” De staat moet eens ophouden met zoveel geld te pompen in werklozen, vindt de liberale burgemeester. “Laat de regering het maar gebruiken voor technologische vernieuwing, dat schept tenminste nieuwe banen.”

Ook de voorzitter van het Sociaal Comité in Frederikshavn, Doris Medsen-Elkjaer, heeft zo haar bedenkingen. “Twintig uur werken per week is te weinig. Dan weten ze nóg niet wat een baan is.” Het probleem, volgens Medsen: er is genoeg werk, maar het is te duur. En, klaagt de voorzitter, tevens werkzaam als nachtzuster: de reders en de scheepsbouwers nemen te weinig 'eigen volk' aan en te veel mensen uit naburige dorpen. “Daarom is de werkloosheid hier zo hoog.”

Projectleider Arp reageert verontwaardigd op de vraag of de project-banen een bedreiging vormen voor 'echte' arbeidsplaatsen. “Daar heeft iedereen het maar over”, klaagt hij. “Heus, we rijden niemand in de wielen. Onze fietskoeriers bijvoorbeeld werken alleen voor supermarkten die boodschappen willen thuisbezorgen bij klanten. Of voor apotheken. Allemaal diensten die de PTT niet biedt. Voor een normaal koeriersbedrijf is Frederikshavn veel te klein, dus is er toch geen probleem? En ons mediateam ontwerpt alleen advertenties voor sportclubs enzo, die toch geen geld hebben om een regulier reclamebureau in de arm te nemen.”

Arp zou graag zien dat de wet ook voor werklozen boven de 25 jaar werken verplicht stelt. “Zolang politici niet kunnen meten hoe positief de invloed van deze projecten is op de volksgezondheid en de criminaliteit, zullen ze de leeftijd niet zo gauw optrekken. Want ja, er moet in eerste instantie natuurlijk toch geld bij, voor projectleiders, gebouwen, materiaal etc. Anderzijds, als de werkloosheid blijft stijgen, moeten ze wel.”

Succes of niet, Frederikshavn kan niet meer terug naar het oude systeem van geld geven en werklozen thuis laten zitten, vindt ambtenaar Annette Christensen. “We hebben mensen nu het gevoel gegeven dat ze nodig zijn. Als we hier de tent zouden sluiten, wordt het oorlog met al die werklozen op straat.”