De zaal besluit tot 54 mld lastenverlichting

DEN HAAG, 25 MAART. Ondernemers moeten offensiever worden en moderner produceren. Starters moeten meer kansen krijgen. De overheid moet sneller worden, de technologie-overdracht bevorderen en regelgeving praktischer maken. Bovendien moet de belasting- en premiedruk met 10 à 20 procent verminderen.

Dat is, in een notedop, het slotdocument dat gistermiddag aan het einde van het Nationaal Platform Gobalisering in sneltreinvaart door gespreksleider Ton Planken werd gepresenteerd. Het waren conclusies die Planken zelf had getrokken na de ochtenddiscussie. De zaal mocht er nog even vliegensvlug over stemmen: 87 procent was voor. Toen was de 'Koos Clintonshow' in Studio 21, waar eerder populaire programma's als Love Letters en All you need is love werden opgenomen, voorbij. Organisator minister Andriessen (economische zaken) was in zijn nopjes. Hij zou met het slotdocument de boer opgaan.

Dat het document op weinig democratische wijze tot stand kwam en nogal vrijblijvend is geformuleerd mocht de pret niet drukken. Een zaal vol ondernemers kan makkelijk besluiten om de belasting- en premiedruk met 20 procent te verlagen. Of dat haalbaar is, is op zijn minst twijfelachtig. Dit jaar bedraagt die lastendruk volgens het nog niet gepubliceerde Centraal Economisch Plan 54,25 procent van het nationaal inkomen, ofwel ruim 270 miljard gulden. Een verlaging van 20 procent heeft dus betrekking op 54 miljard gulden. Minder belastingen en premies betekenen minder inkomsten voor de collectieve sector. Om de boekhouding sluitend te krijgen, zal dus voor 54 miljard gulden op rijksbegroting, sociale zekerheid en gezondheidszorg moeten worden bezuinigd. Dat is meer dan de vier grootste politieke partijen met elkaar voor vier jaar durven voor te stellen.

Een zelfde romantische opvlieging kreeg minister Andriessen toen hij acht steekwagentjes met regelgeving voor de bouw zag binnenrijden. Impulsief formuleerde Andriessen een doelstelling voor het volgende kabinet: “10 procent minder regelgeving. Dat zou ik graag willen voorstellen.” Welke regels weg moeten en waarom Andriessen dat niet tijdens zijn eigen ministerschap heeft voorgesteld bleef duister.

De aanwezige ondernemers en sommige politici (D66-lijsttrekker Van Mierlo voorop) deerde het niet. Zij waren laaiend enthousiast. Philips-president J. Timmer na afloop: “Het was een buitengewoon nuttige bijeenkomst. Het is goed om eens op een andere dan de geijkte manier met elkaar te praten. Ik vind het een goed idee om dit jaarlijks te herhalen. Om elk jaar te evalueren of wat een jaar daarvoor is beloofd ook wordt uitgevoerd.”

Van Mierlo pakte na afloop tevreden een biertje. “Er is vandaag iets gebeurd. Het raadsel heeft zich verplaatst”, luidde zijn commentaar. “Iedereen vroeg zich altijd of hoe het in hemelsnaam mogelijk was dat in zo'n klein land zoveel meningsverschillen zijn. Nou, dat komt omdat we de verschillen institutionaliseren. Als vakbeweging en werkgevers op macro-niveau met elkaar praten in de Stichting van de Arbeid of de SER, dan gaat het over de tegenstelling of lonen omlaag moeten of mensen moeten worden ontslagen. Op de bedrijfsvloer speelt dat helemaal niet. Als de chef daar vraagt: 'Wat moet ik doen? Jan, Piet en Kees eruit of de lonen verlagen', dan is iedereen het er gauw over eens: de lonen verlagen. Dat proefde ik vandaag ook. Het probleem van een land met veel verschillen heeft zich verplaatst naar het probleem van een land waar zoveel mensen het eens zijn, maar toch niets gebeurt.”

VNO-voorzitter A. Rinnooy Kan was het niet met zijn partijgenoot eens. “Ik ben positief over de aandacht die het onderwerp kreeg”, zei hij na afloop tegen deze krant. “Maar ik vind het jammer dat zorgen en wensen niet zijn vertaald in operationele gekwantificeerde doelstellingen, waar een volgend kabinet zich aan kan committeren. Dat is een gemiste kans. De eensgezindheid was niet verrassend. Je had hier te maken met een tamelijk homogeen publiek en een vakbeweging die zich buitenspel gezet voelde.”

FNV-voorzitter J. Stekelenburg en zijn adjudant, CAO-coördinator L. de Waal, lieten vanuit de zaal inderdaad blijken dat ze de 'show' afkeurden. Dat de FNV afwezig was op het podium was deels te wijten aan klunzigheid van Economische Zaken. Organisator J. Andriessen had weinig moeite gedaan de vakbeweging een grotere rol toe te delen. Het lag ook aan de FNV zelf. Die had op 18 maart in de Sociaal-Economische Raad een controversiële opstelling gekozen, die sterk afweek van hetgeen werkgevers en kroonleden (22,5 miljard gulden bezuinigen in de komende kabinetsperiode) voorstelden. Moest Stekelenburg dan hier ineens gaan doen of alles koek en ei was?

Tijdens de middagsessie kwamen alleen succesvolle ondernemers aan het woord. Dat leidde tot interessante praktijkvoorbeelden, maar zelden tot scherpe analyses van de problemen waarmee Nederland kampt. De lijsttrekkers van de vier grootste politieke partijen hadden elk hun eigen insteek. Kok kwam zoals vaker niet pregnant over, Bolkestein hield een autistische verkiezingstoespraak en Brinkman benadrukte zijn thema van gezamenlijke verantwoordelijkheid. Alleen Van Mierlo ging als een echte Bill Clinton in op het globaliseringsdebat. Hij keek de zaal in en vertelde de aanwezigen wat ze wilden horen: dat dit toch wel een heel bijzondere dag was. Dat hier vandaag de traditionele overlegeconomie zijn laatste adem had uitgeblazen en dat er voortaan horizontaal - van werkgever tot overheid en van werknemer tot werkgever - en niet meer verticaal via instituten als VNO en FNV zal worden overlegd. Het klonk mooi, al vroegen sommige nablijvers zich een uur later nog steeds af wat Van Mierlo nou precies bedoelde.

    • Frank van Empel