De Waart vuurt aan tot spel vol emoties

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest. Dirigent: Edo de Waart. Programma: Beethoven Vijfde Symfonie, Saint-Saëns Derde Symfonie. Gehoord: 24/3 Grote Doelenzaal Rotterdam, herhaling 25/3.

Een onuitroeibaar discussiepunt als het om de interpretatie van muzikale stijlen gaat, is de verhouding tussen intuïtieve en verworven kennis. Duidelijk is zonder meer dat het weten nooit in de plaats kan treden van een aangeboren a priori, maar hoe zeker kan een vertolker van de juistheid van zijn intuïtie zijn? De authenticiteitscultus inzake de klassieken heeft min of meer voor de proef op de som gezorgd. Via het gebruik van oude en herbouwde instrumenten is het klankbeeld van eertijds opgeroepen en wie niet roomser is dan de Paus, vindt ook wel met moderne middelen zijn weg.

Voor Edo de Waart is in Beethovenpartituren de doorzichtigheid van het stemmenweefsel een vanzelfsprekend uitgangspunt. Een jaar of vijf geleden leidde dat bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest tot een frisse, opmerkelijk voortvarende weergave van de Eroica. Gisteren was die asentimentele aanpak in de Vijfde Symfonie er ook, maar het orkest leek zich binnen dit strakke geheel niet altijd de tijd te gunnen voor heldere articulaties. Ondanks de evidente intuïtieve stijlzuiverheid, kon men zich vaak niet onttrekken aan de indruk van een zekere haast.

Edo de Waart heeft de katalysator van de authentieke muziekpraktijk niet nodig, maar houdt deze toch wel een spiegel voor. Het kolossale gebouw van Saint-Saëns' imposante Derde Symfonie in C, de zogenaamde orgelsymfonie, werd door dirigent en orkest met feilloos gevoel voor verhoudingen opgetrokken. Het valt niet te ontkennen dat dit stuk pompeus is. Het hanteert echter de uitbreiding van het toenmalige instrumentarium en de interessante vormvernieuwing met Franse aristocratie en is doortrokken van een classicistische geest. Het kleine piano-aandeel lijkt er wat met de haren bijgesleept, maar het orgel heeft een zeer wezenlijke functie ter verruiming en verrijking van de orkestklanken. Edo de Waart houdt van groots opgezette partituren als deze en hij vuurde het orkest aan tot emotioneel spel, culminerend in een machtige slotapotheose.

    • Elly Salomé