'De moord op Colosio is een aanslag op Mexico'

MEXICO-STAD, 25 MAART. “Niet de liefde verenigt ons, maar de ontzetting.” Met die dichtregel van Jorge Luís Borges beschreef een commentator van de Mexicaanse staatskrant El Nacional gisteren het gemoed van de natie. Even leek Mexico één in zijn verdriet en verontwaardiging om de moord op presidentskandidaat Luís Donaldo Colosio (44), woensdag tijdens een verkiezingstournee in de noordelijke grensplaats Tijuana.

Dezelfde Mexicanen die de nacht hoofdschuddend voor de televisie hadden doorgebracht, waar de beelden van de aanslag op Colosio werden herhaald, verdrongen zich gisterochtend voor de krantenkiosken. Daar brachten de vele dagbladen van Mexico-Stad hangend aan hun wasknijpers met vette koppen de verslagenheid en woede in de grootst beschikbare drukletters tot uiting. Voor het in de populaire pers obligate “neergeknald”, “afgeslacht” of “doorzeefd” stond ditmaal niet het gebruikelijke “taxichauffeur”, “marktkoopman” of “drugskoerier” maar “LDC”, zoals de gedoodverfde winnaar van de presidentsverkiezingen op 21 augustus veelal op kolombreedte wordt afgekort.

Commentatoren in de meest vooraanstaande kranten sloegen een eerbiedige, maar vooral ook waarschuwende toon aan. “Niet zozeer de PRI [de partij die al 65 jaar onafgebroken aan de macht is] of president Salinas lopen nu gevaar, maar de republiek zelf”, voorspelde de immer kritische politieke commentator Carlos Ramírez in El Financiero.

Ook de andere kant van het politieke spectrum had een boodschap. “Mexico moet laten zien wat het waard is: in de eerste plaats door het geweld te verwerpen, maar ook door de chaos die men wil veroorzaken tegemoet te treden, met grote volwassenheid en saamhorigheid achter de legitieme machthebbers, om het land vooruit te helpen”, aldus de krant Summa. De krant is eigendom van de befaamde televisiepresentator Jacobo Zabludovsky, de officieuze woordvoerder van 'het systeem' en weliswaar nà president Salinas, maar ruim vóór God de tweede persoonlijkheid in Mexico. De avond ervoor had hij zijn, overigens bewonderenswaardig goed geïmproviseerde, uitzending afgesloten met een dramatische oproep tot vrede en een einde aan “geweld, geweld, geweld”.

De Mexicaanse reacties tonen vooral ook hoe onzeker, onvolwassen zo men wil, de maatschappij is, die ondanks en met alle geweld voor een democratie wil doorgaan. Niemand lijkt immers te willen geloven dat Colosio werd vermoord door een lone nut van het type dat aanslagen pleegde op Beatle John Lennon (1980) of op de Amerikaanse president Reagan (1981). Mexico gelooft eerder in een complot van het type dat sinds de moord op president Kennedy (1963) de ronde doet. En, eigen aan de Mexicaanse volksaard, kwam onmiddellijk het fantoom opzetten van de 'vreemde macht' die er op uit is om 'ons Mexico' te infiltreren en te vernietigen. Want de aanslag op Colosio was er één op Mexico. Ook de clerus sluit niet uit, aldus een bericht op de voorpagina van Excelsior, dat 'verborgen krachten' achter de moord zitten.

Pag.5: Over de doden niets dan goeds

De feitelijke dader van de aanslag op Colosio, een 23-jarige monteur uit Tijuana, voedde de speculaties met één van de weinige uitlatingen die uit zijn verhoor zouden zijn gekomen. “Ook al martelen jullie me, ik zeg toch niets”. Opvallend genoeg hadden zowel deze man, evenals een tweede verdachte, banden met de judiciële politie, een speciaal korps dat de reputatie heeft door en door verrot te zijn en vooral te werken ten behoeve van de drugsmisdaad of de eigen ontvoerings- en afpersingspraktijken.

Ook het buitenland liet zijn ontsteltenis blijken. Het adagium 'over de doden niets dan goeds' werd in het geval van de apparatsjik Colosio wel zeer ruim geïnterpreteerd. Persoonlijkheden als de Guatemalteekse Nobelprijswinnares Rigoberta Menchú en de voormalige Britse premier Margaret Thatcher betuigden voor de televisie hun leedwezen met Colosio en diens familie. Maar vooral met het vertwijfelde land dat hij achterlaat en dat hij nooit heeft kunnen bewijzen dat het hem daadwerkelijk ernst was met de door hem beloofde democratisering na 65 jaar semi-dictatuur onder zijn voorgangers van de Institutionele Revolutionaire Partij (PRI).

Met honderden, later duizenden tegelijk, verdrongen de mensen zich gistermorgen voor het landelijk hoofdkwartier van de PRI aan de brede Insurgentes-boulevard in het centrum van de hoofdstad. Daar lag de 's ochtends vroeg per regeringstoestel uit Tijuana overgevlogen Colosio in een dichte kist opgebaard, terwijl zijn mentor en vriend president Salinas met andere prominente PRI-istas de eerste erewacht vormde. De respectvolle stilte voor de overledene werd verbroken door een minutenlang applaus en kreten als “Viva Colosio!” en “Wij eisen gerechtigheid!”. De scènes zouden zich een paar uur later herhalen voor het gebouw van de begrafenisonderneming waar een rouwplechtigheid met een besloten karakter plaatshad. Vandaag wordt Colosio in Mexico-Stad gecremeerd.

In particuliere gesprekken werd dan ook gespeculeerd op een actie van de drugsmafia, die nog geen jaar geleden de kardinaal van Guadalajara zou hebben doorzeefd en daarna een goed heenkomen zocht in juist Tijuana. Of op een interne machtsstrijd binnen de in grote moeilijkheden verkerende PRI zelf. Dat werd gefluisterd, maar natuurlijk niet geschreven, laat staan op het televisiescherm gezegd. De gerespecteerde, want van zelfcensuur warse columnist Miguel Angel Granados Chapa ging in het dagblad Reforma nog het verst. “We kunnen op voorhand niemand uitsluiten”, schreef hij over de mogelijke breinen achter de aanslag op Colosio. “We moeten ons afvragen of er in Mexico een politieke macht bestaat die een agressieve daad met de omvang en de gevolgen van de moord op Colosio kan bedenken, en vooral: die kan uitvoeren.”

Wie er ook belang kan hebben bij de moord op Colosio, dat lijkt op het eerste gezicht niet zijn directe rivaal binnen de PRI, Manuel Camacho Solis, te zijn. Bij aankomst gisterochtend bij de begrafenisonderneming waar Colosio lag opgebaard, werd Camacho door woedende aanhangers van Colosio uitgefloten en nageroepen. Camacho was overgevlogen uit San Cristóbal de las Casas in de zuidelijke staat Chiapas, waar hij nu weer met alle aandacht probeert een vredesregeling met de EZLN-guerrilla te voltooien, nadat hij dinsdag publiekelijk een einde had gemaakt aan speculaties over zijn eventuele (onafhankelijke) kandidatuur voor het presidentschap.

In San Cristóbal wordt Camacho nu overigens verscherpt bewaakt door het leger. Volgens het persbureau Reuters zou Camacho gisteren hebben gezegd ook na Colosio's dood geen interesse te hebben in het presidentschap. Toch blijft de regeringsonderhandelaar en oud-burgemeester van Mexico-Stad één van de belangrijkste kandidaten voor de opvolging van Colosio, naast diens campagneleider en oud-minister van onderwijs Ernesto Zedillo.

Ook al zou president Salinas direct na de dood van zijn vriend en beschermeling Colosio zijn begonnen met diens vervanging, naar buiten toe bleek dat niet. Aan de orde was gisteren in de eerste plaats de redding van Mexico's geschonken aangezicht. De moord op de presidentskandidaat van de PRI vormde het voorlopige dieptepunt in wat sinds 1 januari drie rampzalige maanden voor het Mexicaanse systeem zijn geweest. Beurzen en beleggers bleken in de afgelopen weken uiterst gevoelig voor de onrust in Mexico, dat een groot deel van zijn economische hoop heeft gebouwd op deelname aan het Noordamerikaanse vrijhandelsakkoord (NAFTA).

Gisteren werd dan ook een verplichte vrije dag afgekondigd voor de financiële wereld. De beurs bleef dicht, evenals banken en wisselkantoren. De VS stelden gisteren zes miljard dollar beschikbaar om een financiële crisis te bezweren. Niettemin daalde op de beurs in tweedehands schulden in Londen de notering van Mexicaans schuldpapier van 73 cent per dollar naar 68,5. Op Wall Street leden Mexicaanse fondsen aanzienlijke verliezen, ondanks kalmerende uitspraken van minister van financiën Lloyd Bentsen en de top van het Witte Huis. “Mexico blijft een stabiel land”, verzekerde vice-president Al Gore gisteren in een vraaggesprek met NBC News, maar erg overtuigend klonk het niet.

In Mexico-Stad trachtte Salinas intussen de verwachte negatieve reactie van de financiële wereld op de moordaanslag bij voorbaat te beperken door vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers en de agrarische sector ten overstaan van de camera's in het presidentiële Los Pinos-paleis een 'herbevestiging' te laten teken van het Pacto, het tripartite akkoord met de overheid dat voorziet in een beheersing van lonen en prijzen en dus van de inflatie. In zijn dankwoord aan de sociale partners liet Salinas zich ook nog even ontvallen dat Mexico gisteren is toegetreden tot de prestigieuze club van rijke landen, de OESO. Desondanks houdt de financiële wereld de adem in als vanmorgen plaatselijke tijd de Bolsa de Valores weer opengaat en de koele beleggers de maat nemen van het land dat zo graag wil, maar zo moeilijk kan.

    • Reinoud Roscam Abbing