De Koerden blijven binnen nu Atak koning van Cizre is

CIZRE, 25 MAART. Stamleider Kamil Atak is de nieuwe koning van Cizre. Hij heeft de scepter overgenomen van de separatische Koerdische Arbeiders Partij (PKK), die jarenlang op een brede aanhang kon rekenen onder de Koerdische bevolking in dit als militant bekendstaand Turkse stadje aan de grens met Irak en Syrië.

Door het stilliggen van de grenshandel als gevolg van het economische embargo van de Verenigde Naties tegen Irak is Cizre niet alleen drastisch verarmd, maar van de aanvankelijke 50.000 inwoners zijn er naar schatting nog slechts zo'n 10.000 over. De massale vlucht is geënsceneerd door de Turkse veiligheidstroepen, die er alles aan doen om de ruggegraat van de PKK te breken. Was het tot voor enkele maanden vrijwel onmogelijk voor een door de staat bewapende dorpswachter om door Cizre te lopen, nu hebben alleen al 450 dorpswachters en hun families van de Tayan-stam van Kamil Atak zich in Cizre gevestigd. Samen met de veiligheidstroepen, de politie en de speciale teams voeren ze een waar schrikbewind uit. Op de rolluiken van tientallen gesloten winkels staan anti-PKK-leuzen, terwijl tanks onophoudelijk door de straten rijden en niemand zich na zes uur 's avonds nog buiten waagt.

Stamleider Kamil Atak is bovendien in de politiek gegaan. Hij staat kandidaat voor de pro-islamitische Welvaartspartij en wordt geacht zondag bij de gemeenteraadsverkiezingen tot burgemeester van Cizre te worden aangewezen. Om te tonen hoever zijn macht nu al reikt en hoe hecht de banden zijn met de plaatselijke autoriteiten, organiseerde Kamil Atak afgelopen maandag de viering van het Koerdische nieuwjaar (nevroz), dat in 1992 uitliep op een bloedbad in Cizre, met een niet-officieel dodental van rond de honderd. Nadat Premier Tansu Çiller eerder deze maand plotseling beloofde dat nevroz in 1995 tot een nationale feestdag wordt uitgeroepen, lijkt het Koerdische nieuwjaar een dag van verbroedering tussen Koeren en Turken te zijn. Dat is althans de boodschap die de staat maandag in het Koerdische zuidoosten van Turkije probeerde af te geven. “Hebben de Koerden en de Turken tussen 1919 en 1923 immers niet zij aan zij in de Turkse bevrijdingsoorlog gevochten? En is de cultuur immers niet een van de belangrijkste elementen die een natie bindt?”

Maar de bevolking van Cizre had er zichtbaar moeite mee te moeten dansen onder de Turkse vlag en te moeten luisteren naar de marsmuziek die uit de militaire tanks schalde. Het animo beperkte zich grotendeels tot kinderen en de families van de dorpswachters, die van de militairen chocolade en vlaggetjes kregen uitgereikt, terwijl Kamil Atak en zijn mannen spandoeken ontrolden met tegen de PKK-gerichte leuzen en slogans als 'staat en natie hand in hand'. “Dit is niet onze nevroz”, fluisterde een jonge Koerdische vrouw, die vanaf het platte dak van een woonhuis de 'demonstratie' gadesloeg, met neergeslagen ogen op de vraag waarom ze zich niet in het 'feestgewoel' stortte. Ook de mannen weigerden, met hun hoofd in de richting van de veiligheidstroepen wijzend, verder commentaar. Vanaf kleine krukjes voor de koffiehuizen keken ze gelaten naar de dikke walm die uit de door Kamil Atak aangestoken autobanden omhoog steeg.

Nevroz, dat door de guerrilla-oorlog in Zuidoost-Turkije met het Koerdische separatisme in verband wordt gebracht, stond dit jaar extra in de belangstelling omdat het verbonden is met de gemeenteraadsverkiezingen die zondag in Turkije plaatsvinden. Een bloedige viering van het Koerdische nieuwjaar zou wel eens fataal kunnen zijn voor de stembusslag in Zuidoost-Turkije. De PKK riep de Koerdische bevolking op tijdens nevroz binnen te blijven en heeft hun tevens op het hart gedrukt niet naar de stembus te gaan nu de pro-Koerdische Democratische Partij zich uit de race heeft teruggetrokken. Aan de eerste oproep lijkt gehoor te zijn gegeven en de vraag is nu of hieruit de conclusie mag worden getrokken dat ook de opkomst voor de gemeenteraadsverkiezingen in Zuidoost-Turkije laag zal zijn en dat de PKK dus nog steeds op een massale steun kan bogen?

Rond de 250.000 soldaten, politiemannen, speciale teams en dorpswachters hebben zich inmiddels in de door Koerden bewoonde provincies samengetrokken - dat is een groter aantal dan gedurende de Golfoorlog in de regio was gestationeerd - om 'eerlijke verkiezingen' te waarborgen. En het ministerie van binnenlandse zaken heeft een speciaal decreet uitgevaardigd voor de organisatie ervan. Enerzijds om te voorkomen dat de PKK te weten komt hoe de uitslag per dorp ligt en anderszijds om de veiligheid van de bevolking te garanderen, worden de stemgerechtigden van enkele dorpen verzameld en door de veilgheidstroepen overgebracht naar één centrale plek. Tevens worden militaire helikopters ingezet om de volle stembussen van het platteland naar de stedelijke gebieden te transporteren.

De argwaan tegen deze maatregelen is groot omdat de verkiezingen in Zuidoost-Turkije hierdoor ten onrechte het predikaat 'democratisch' krijgen. In werkelijkheid is de situatie zo gecompliceerd en de repressie zo groot, dat de uitslag niet aangemerkt kan worden als 'een spiegel van de mening van de Koerdische bevolking'. De afgelopen weken werden talrijke incidenten gemeld uit dorpen waarbij de bewoners hetzij door de veiligheidstroepen, hetzij door de dorpswachters te verstaan kregen op welke politieke partij ze dienden te stemmen. Tientallen kandidaten - voornamelijk van de pro-Koerdische DEP - werden gearresteerd of vermoord, terwijl tal van aanslagen werden gepleegd op partij- en stembureaus. Bovendien zijn intussen zo'n 900 pro-PKK dorpen in Zuidoost-Turkije 'ontruimd' en het is volstrekt onduidelijk in hoeverre de 'migranten' zich in hun nieuwe vestigingsplaats opnieuw hebben laten registreren.

Wat in de dorpen de rol is van stamleiders als Kamil Atak, die naast een militaire nu dus ook een politieke machtsfactor vormen, is de Partij van Nationale Actie (MHP) van Alparslan Türkes in de steden. Deze ultranationalistische groepering was tot nu toe niet vertegenwoordigd in het Koerdische zuidoosten, maar de partijbureaus schoten in de afgelopen vier maanden plotseling als paddestoelen uit de grond. Het kantoor in Diyarbakir, de grootste stad in Zuidoost-Turkije, is behangen met Turkse vlaggen en uit luidsprekers klinkt onafgebroken marsmuziek. Het hardnekkig gerucht is dat de MHP door de militairen naar voren is geschoven als de partij die de de nadruk legt op de nationale eenheid. Türkes zet zich fel af tegen de separatistische sympathiën onder de Koerden en op de aanplakbiljetten van de MHP wordt dat in prozaïsche bewoordingen beklemtoond. “Ik voel me Koerd”, zegt Hasip Duran, kandidaat van de MHP voor één van de districten in Diyarbakir, “maar de Koerden en de Turken hebben één land en één vlag.”

De lokale politici in Zuidoost-Turkije vrezen dat, als de verkiezingsboycot van de PKK massaal wordt nageleefd, de kansen van de MHP stijgen en sommige steden zelfs wel eens een ultra-nationalistische burgemeester kunnen krijgen. Bijvoorbeeld in Diyarbakir zijn rond de 190.000 stemgerechten. Onder hen bevinden zich zeker 25.000 politie-agenten, militairen en andere leden van de veiligheidstroepen. De verwachting is dat met name zij het hokje van de MHP rood zullen maken.

De gemeenteraadsverkiezingen van zondag worden door de militairen in Zuidoost-Turkije op nog een manier gebruikt. De 250.000 manschappen die zijn ingezet om de veiligheid te garanderen, zullen vervolgens worden ingezet om de PKK 'de genadeslag' toe te brengen. De Turkse pers claimt dat premier Tansu Çiller na veel wikken en wegen haar fiat heeft gegeven aan wat in militaire kringen wordt omschreven als 'operatie schoonmaak'. Het plan circuleert al sinds 1991 in politieke en militaire kringen, maar tot nu wilde noch de voormalige premier Mesut Yilmaz van de Moederlandpartij noch de huidige president, Süleyman Demirel, in zijn functie van regeringsleider er zijn ja-woord aan verbinden.

Het idee is dat, nu de logistieke steun van de PKK belangrijk is afgenomen door het ontruimen van zeker 900 dorpen en de 'verbanning' van naar schatting 1,4 miljoen Koerden naar de stedelijke gebieden, het leger de handen vrij heeft om de militaire operaties in Zuidoost-Turkije te voltooien. De aandacht van de veiligheidstroepen concentreert zich in de komende weken dan ook op een verdere ondermijning van de logistieke ondersteuning van de Koerdische separatisten, het uitvoeren van aanvallen op de eenheden van de PKK in de bergen, terwijl de burgerbevolking verder onder druk zal worden gezet: of ze accepeteren het door de staat te worden bewapend en om vervolgens te helpen bij de bestrijding van de PKK of ze worden aangemerkt als 'leden van de Koerdische bevrijdingsorganisatie'. 'Operatie schoonmaak' moet zijn afgerond voordat de chef van de generale staven, Dogan Güres, in augustus met pensioen gaat.

    • Froukje Santing