De anti-sterren (9); Bert Luppes: Huilen, verlangen, hunkeren, het is allemaal even genant

Acteur Bert Luppes hoort thuis in vette klei, in kippenhokken, in een oude mouterij, in sloopauto-garages. Hij speelt nurks en zwijgzaam knechten en boeren maar hij bleek ook in staat drie kwartier lang, ogenschijnlijk gêneloos, naakt op het toneel te staan. “Als ik overtuigd ben van de noodzaak, doe ik het,” zegt hij. Negende aflevering in de serie De anti-sterren.

Ware Liefde, co-produktie Onafhankelijk Toneel en Carver t/m begin juni in het gehele land. In de tweewekelijkse serie 'De anti-sterren' kwamen eerder aan het woord: Rik Launspach, Loes Wouterson, Myranda Jongeling, Victor Löw, Joan Nederlof, Bart Slegers, Hans Kesting en Elsie de Brauw.

Het is begin jaren zestig. Moerwijk, Den Haag. Na-oorlogse opbouwbuurt bevolkt met lagere ambtenaren. Flats van vier hoog, rond een gemeenschappelijke binnentuin. Daar voetballen de jongens van het blok. Vaders en moeders staan op de balkons toe te kijken, ze zijn het luidruchtige publiek op de tribune. Hun jongens beneden dragen verschillende shirts, ieder van hun eigen club. Sommigen zijn zichtbaar lid van GDS: 'Groot Door Samenwerking'. Schitterende wederopbouw-naam, en als je bij die club zat, betekende je iets, hiërarchisch. Bert Luppes (1955), acteur, was er éen van.

Gevraagd naar zijn jeugd barst hij los, met glinsterende ogen. Prachtige tijd, een onvergetelijke episode als straatjochie. Aparte lagere scholen - want katholiek - voor jongens en meisjes. Bij de meisjes, van wie je, heel spannend, alleen de paardestaarten boven de vensterbanken ontwaarde, 'róók het anders'. Bij de jongens zaten de Fraters van Tilburg. In de winter trok de leukste, Frater Ligorius, zijn zware, zwarte rokken omhoog en roetsjte over de glijbaan op het schoolplein. Hij had laden vol tollen, was als volwassene jongen met de jongens. Toen Luppes veertien werd, “op het moment dat ik me zou moeten gaan verzetten”, stierf zijn vader. Hij bleef over met zijn moeder en jongere zusje. Het echte leven begon.

Het kan niet anders of Bert Luppes heeft deze en geen andere jeugd gehad. Hij oogt ernaar, ook op het toneel. Hij heeft een hoekig, onverzettelijk postuur, met een stevige kop erop, bonkig, aards, in een andere tijd zou hij voorbestemd zijn geweest voor een leven op het land. Wilde aanvankelijk boswachter worden: het klopt allemaal. Het liep anders, omdat leraar Nederlands Jan Verstappen, broer van Wim, op de middelbare school hem de hoofdrol - van de nar - in Dario Fo's Mistero Buffo toebedeelde. Toen Verstappen onlangs nog zijn 25-jarig jubileum vierde, vroeg zijn oud-leerling hem waarom hij die rol eigenlijk kreeg. Het antwoord was zoek. Zeker is alleen dat 'als dat niet gebeurd was, ik geen acteur was geworden'.

Theatergroep Hollandia, waaraan Luppes om het jaar verbonden is, was dan een stijlkenmerkende acteur misgelopen. De lokatievoorstellingen van de groep wortelen soms letterlijk in de aarde, ze spelen zich af in vette klei, in kippenhokken, in een oude mouterij, in sloopauto-garages. Daar - en niet in een Marivaux-salon - hoort Luppes thuis. Hij ontbeert gesoigneerdheid, kokette poses zijn hem vreemd. Hij speelt knechten en boeren, knoestig, nurks, zwijgzaam, hij is een ideale vertolker van Kroetz en Achternbusch, geliefde schrijvers van Hollandia, maar hij speelde ook de titelrol in Woyzeck van Büchner en in Tsjechovs Platonov bij het Onafhankelijk Toneel.

Naaktheid

We praten uitvoerig over een rol die speciale indruk op me heeft gemaakt: die van Valerio, de metgezel van de prins in Büchners Leonce en Lena. Naar mijn gevoel stond Luppes wel drie kwartier naakt op toneel, op een manier waarop ik dat nog nooit iemand heb zien doen. Zijn blootheid was er eenvoudigweg niet, voor hemzelf niet en daarmee evenmin voor het publiek. Er was geen gêne, geen zorg over esthetiek, geen acteursoog dat steun zocht in een denkbeeldige spiegel om de kwetsbaarheid alsnog te verkleinen. Het was naaktheid uit één stuk.

“Niet helemaal”, relativeert Luppes: “ik droeg schoenen! Maar die maakten me nog eens zo bloot, daarvan was ik me bewust. Ik was me trouwens van álles bewust: dat niettemin kennelijk die denkbeeldige spiegel ontbrak, moet gekomen zijn doordat mijn naaktheid een statement was, een ideale en onontbeerlijke manier om twee werelden tegenover elkaar te zetten. Die van de decadentie, van het rijke en het verwende tegenover de modder, het gevecht, het van niets iets maken, ja, met je naaktheid kleren suggereren. Daar moest het over gaan. Als het maar enigszins over de blote acteur Luppes-met-piemel-richting-publiek was gegaan, was het fout geweest.

“Natuurlijk moest ik schaamte overwinnen, maar dat is acteren altijd: schaamte overwinnen, wat je ook doet. Huilen, verliefd zijn, hunkeren op toneel, het is allemaal even gênant als je het voor het eerst doet tijdens de repetities. Je moet altijd voorbij zien te komen aan je remmingen, daarom is het van absoluut belang dat je vertrouwen hebt in de mensen aan de kant, dat die je stimuleren. Ik wilde op de meest tastbare en concrete manier aanwezig zijn - en dit was het juiste middel om dat doel te verwezenlijken. Als ik overtuigd ben van de noodzaak, doe ik het. Ik ben dan niet bang voor het publiek, want ik weet me gesteund door ideeën, door een bijna filosofische rechtvaardiging.

“Wat ik niet kan is belangeloos toneelspelen. Dat geldt voor een afzonderlijke rol, maar ook voor de lijnen die ik zelf trek tussen mijn rollen en tussen de voorstellingen waaraan ik meedoe. Het belang moet groter zijn dan dat van een geïsoleerd moment. Ik sta niet mijn brood te verdienen. We pretenderen, zoals het hoort, iets te melden over de wereld - ja, over goed en kwaad, uiteraard, en over iedere tegenstelling die je verder maar bedenken kunt. Als je dat grotere geheel niet in de gaten houdt, dan stort je wereld in bij de eerste de beste negatieve kritiek. Ik wil geen gebeeldhouwd voetstukje voor een verdienstelijke vertolking, ik wil een bredere basis. Geef mij maar de aarde, iets wat plat en breed is, waar ik in wegzak desnoods. Klei dus.”

Armoede

Tegenstellingen ziet Luppes ook in zijn eigen loopbaan, tot zijn tevredenheid. Hij doorliep de docentenopleiding aan de Toneelacademie in Maastricht en is nu acteur. Het laatste jaar van zijn studie begeleidde hij regionale scholen in de Oostelijke Mijnstreek, om de taalachterstand van de leerlingen weg te nemen. Dat werk had veel met zijn eigen achtergrond te maken, met het Haagse Moerwijk, al was daar geen echte armoede zoals in Limburg. Tegelijkertijd was hij werkzaam in 'het doelgroeptheater' in Arnhem, verbonden aan het gezelschap Theater. Een ideale plek om zijn kwaliteiten als acteur en pedagoog in te zetten. Begin jaren tachtig hielp hij het Limburgse gezelschap Het Vervolg 'vanaf de grond, met stuivers en dubbeltjes' opbouwen; hij werkte er met Johan Simons, de huidige artistiek leider van Hollandia. Na zeven jaar Het Vervolg voegde hij zich bij het Noord-Hollandse gezelschap, maar sinds enkele jaren - weer die tegenstelling - is hij ook verbonden aan het Rotterdamse Onafhankelijk Toneel.

“Ik pendel op en neer, een jaar bij Hollandia, een jaar bij het OT. Dat bevalt me, want ik wil niet voldoen aan een imago. Een imago houdt in dat je je aanpast en dat ligt me niet. Hollandia is een 'zwaar' soort theater, voortvloeiend uit een visie op de wereld. Het Onafhankelijk Toneel is kunstzinniger en grilliger. Men doet er van alles: regisseur Mirjam Koen is vooral geïnteresseerd in spel en maakt bovendien samen met Gerrit Timmer opera's; Ton Lutgerink en Amy Gale maken dansvoorstellingen. Bij Hollandia is de muzikale inbreng van Paul Koek weer van groot belang en zo kom ik in aanraking met alle disciplines.”

Vanwege zijn verbintenis in Rotterdam staat Luppes nu in Ware Liefde, een co-produktie van het OT en Carver, die gisteravond in première ging. Hij kan tevreden zijn: als hij al een imago had, dan is dat nu onderuitgehaald. Hij speelt de rol van een eigentijdse vrijgezel, bezoeker van een speciaal voor alleenstaanden georganiseerd avondje. De voorstelling, zichtbaar op basis van improvisaties tot stand gekomen, gaat juist niet uit van 'het grote en het zware' maar van 'nauwkeurige observaties van het allerkleinste detail'. 'Ondraaglijke lichtheid' noemt Luppes het.

Zijn personage vangt voortdurend bot bij de dames. Hij loopt te hard van stapel, vergeet het voorspel, gaat direct tot de daad over en roept 'net als het lekker gaat', dat hij wel zijn vrijheid wil behouden. Hij is een enigszins seksueel gefrustreerde loser, die op een gegeven moment kinderlijk verrukt uitroept dat het zo fantastisch is dat “alle vrouwen gegarandeerd een kut hebben”.

“Op aanraden van Beppie Melissen van Carver heb ik Salingers Catcher in the Rye gelezen. Mijn rol is gebaseerd op de figuur Holden, een volwassen puber. Voor het eerst dans ik op toneel: dat het er stuntelig uitziet, heeft, zullen we maar denken, alles met het personage te maken. Ik steek hier heel veel van op. In het café leren de Carver-leden mij kijken. Geen bezoeker of ze zien wel een gebaar, een uiterlijke kenmerk, een gedraging die ze kunnen gebruiken. Het fascineert me, omdat zij een volledige andere invalshoek hebben om de wereld te lijf te gaan. Maar uiteindelijk komen ze op hetzelfde uit als Hollandia. Ze leggen melancholie bloot, onmacht, het eeuwige tekortschieten en het daarbij behorende verlangen. Dat is theater van belang. Het is een hartstocht, waar ik graag deelgenoot van ben.”

    • Pieter Kottman