China

Niet Wertheim is de bedrieger, maar Kousbroek zelf (CS 4-3). De stelling dat Wertheim de hongersnood tijdens de Grote Sprong Voorwaarts ontkent of bagatelliseert, berust op bedrog.

In Wertheims boek wordt op diverse plaatsen gewag gemaakt van 'geweldige fouten' en 'ernstige voedseltekorten'. Waaraan Wertheim terecht niet meedoet, is het opbieden over aantallen slachtoffers. Daarvoor is de zaak te gecompliceerd. Volgens sommige onderzoekers werd 55 procent van het land in de betreffende periode getroffen door natuurrampen. Bovendien zijn de bevolkingsstatistieken uit de jaren vijftig gebaseerd op weinig professionele steekproeven. Stijgingen of dalingen in de bevolkingsstatistieken zeggen weinig over de werkelijke ontwikkeling van de bevolkingsomvang en kunnen niet gebruikt worden om daaruit vermeende aantallen slachtoffers af te leiden. Kousbroek gaat opnieuw in de fout bij de aantijging dat Wertheims 'verkeersslachtoffers' (Grote Sprong Voorwaarts) doelbewust verwisselt met 'slachtoffers van treinongelukken' (Culturele Revolutie), om daardoor 'tientallen miljoenen doden' te kunnen vervangen door 'maximaal 35.000'. Het citaat dat Kousbroek als bewijs opvoert, is gewoon verzonnen; Wertheim manipuleert nergens met cijfers.

Kousbroek tracht Wertheims integriteit aan flarden te schieten met methoden van de riooljournalistiek; fabriceer zelf uitspraken en verbanden, schrijf ze toe aan Wertheim en concludeer vervolgens dat 'hieruit blijkt', dat hij Aziaten als cavia's beschouwt, waarop men lustig mag experimenteren.

Kousbroek heeft blijkbaar geen antwoord op de inhoud van Wertheims boek, op het feit dat de situatie in China tijdens Mao over het geheel genomen onvergelijkbaar veel beter en perspectiefvoller was dan vóór 1949.

De voedselproblemen in 1960-1961 waren van tijdelijke aard. Door de afwezigheid van feodaal grootgrondbezit, de ontwikkeling van de landbouwtechniek en waterbouwkundige werken herstelde de landbouw zich snel tot het peil van de jaren vijftig. Dit in tegenstelling tot de permanente hongersnood vóór 1949.

Om deze feiten loopt Kousbroek met zijn gefabriceerde cavia-verhalen heen. Hij ontmaskert daarmee niet Wertheim, maar alleen zichzelf.