Britse topman justitie verdedigt omstreden optreden in Iraq-gate

LONDEN, 25 MAART. De Britse procureur-generaal Sir Nicolas Lyell, die vecht voor zijn politieke leven, heeft gisteren geprobeerd zich te distantiëren van de wapens-voor-Irak-affaire, ook wel bekend als het Britse Iraq-gate. Hij verdedigde zijn rol tijdens verhoren van het zogeheten Scott-tribunaal, dat onderzoekt of de Britse regering tot 1991 haar eigen verbod op wapenexport naar Irak heeft overtreden en heeft geprobeerd die schending toe te dekken.

Tijdens zijn vijf uur durende getuigenis hield Lyell vol dat hij zich correct had gedragen in zijn omgang met vier betrokken ministers. Zijn advies aan hen om immuniteits-certificaten te tekenen wegens het algemeen belang, waardoor regeringsdocumenten met bewijzen van de wetenschap van de regering over de illegale handel niet op tafel kwamen, was in zijn ogen terecht geweest. Tegelijkertijd erkende hij dat ministers in bijzondere gevallen het recht hadden om te weigeren zulke documenten te ondertekenen op grond van “gewetensbezwaren” en met het oog op een eerlijke procesgang.

“Matrix-Churchill was echter niet zo'n uitzonderlijke zaak”, zei Lyell. Ministers hadden volgens hem “de plicht” in dit geval immuniteit te claimen. Drie directeuren van het bedrijf Matrix-Churchill stonden in 1992 terecht voor illegale wapenhandel met Irak. Tijdens dat proces schoot de inmiddels vertrokken staatssecretaris voor handel en industrie Alan Clark hen te hulp door te verklaren dat de regering de wapenhandel tot aan de Golfoorlog in 1991 had gesteund. De rechter wuifde de immuniteit van de ministers weg.

Lyell staat onder druk om ontslag te nemen sinds minister van handel Michael Heseltine tegenover het Scott-tribunaal verklaarde dat Lyell hem had geïnstrueerd dat het zijn plicht was de certificaten te tekenen. Heseltine had dat aanvankelijk geweigerd. Lyell was zeer nerveus tijdens het verhoor gisteren en sprak zichzelf herhaaldelijk tegen over de ministeriële verantwoordelijkheid. Hij verbaasde de volle rechtszaal door te verklaren dat hij de regeringsdocumenten, die als gevolg van de immuniteit van de ministers buiten het proces waren gebleven, nooit had bekeken. (Reuter)