Betovering

Als kind heb ik geprobeerd het bos bij de Stenen Tafel, mijn lievelingsbos, in brand te steken. Toen het vuur zich begon te verspreiden werd ik door een jankende angst bevangen. Ik kon het nog net uittrappen. Ik ging ervandoor en zag op de tegenoverliggende heuvel een man zitten. Die man had zitten kijken hoe ik het er afbracht.

Toen we naar het Westen verhuisden was het nog lang niet over. Dat was in '76, toen werd ik toch al dertig. Hier geen bossen maar geel-verdorde slootkanten, buitengewoon verleidelijk. Er was eigenlijk maar één manier om er weerstand aan te bieden, simpel en afdoende: zorgen dat je geen lucifers bij je had.

Het smeult nog een beetje na in de betovering van een open haard. Bij een open haard kunnen een goed boek, een goed gesprek en een goed glas wijn me gestolen worden. Ik heb de hele avond genoeg aan het woekeren van vuur.

Nu ben ik jarig geweest en heb ik een mooie aansteker cadeau gekregen, een heerlijk ding om op gezette tijden in je hand te nemen en te doen ontvlammen. En nu realiseer ik me dat ik die aansteker al veertien dagen op zak heb, óók in de polder, óók in de bossen bij Zeist. Terwijl het toch een paar keer behoorlijk droog is geweest.

Dat je grijs wordt, dat je rimpels krijgt, dat weet je, daarop ben je voorbereid. Maar dat je nooit meer op het idee komt om de hele boel in de fik te steken - schokkend.

    • Koos van Zomeren