Bandy is ijshockey zonder vechtpartijen

NIJMEGEN, 25 MAART. Heus, reacties zoals ruim een jaar geleden in Hamar verwacht Joost Berting in Nederland niet. Toen, bij de wereldkampioenschappen in het Vikingskipet werden hij en zijn ploeggenoten regelmatig bestormd door Noorse handtekeningenjagers. En reageerden zelfs plaatselijke winkeliers enthousiast als “Wow, the Dutch national team” voor een boodschap langskwam. Prachtig natuurlijk, van een dergelijke erkenning krijgt een topsporter immers nooit genoeg. Maar Berting zal al heel blij zijn als zijn sport in eigen land eindelijk eens serieus werd genomen. En hij niet meer steeds opnieuw hoeft uit te leggen wat bandy nou toch precies is.

Maar ruim twaalf uur voor Nederland op het vanochtend in Nijmegen begonnen WK-rink-bandy tegen Noorwegen speelt, doet hij dat laatste voor een keer zonder tegenzin. Met plezier zelfs. Hij loopt er namelijk een avondwandeling met de rest van de selectie door mis. En aan lopen heeft de international een hekel.

Bandy lijkt op het eerste gezicht op ijshockey, maar heeft meer weg van veldhockey op ijshockeyschaatsen. De sport, die waarschijnlijk in 1790 in Engeland ontstond maar waarvan varianten al rond 1100 op bevroren plassen zouden zijn beoefend, kent twee spelvormen. De oudste en internationaal meest gangbare wordt gespeeld op een ijsbaan ter grootte van een voetbalveld, waarop twee teams van elf spelers elkaar bestrijden. De doelen zijn net zo groot als bij handbal en worden verdedigd door een keeper die als enige speler geen stick heeft. De bandy-sticks zijn korter dan ijshockeysticks en het push-gedeelte is niet vlak maar heeft een curve. Gespeeld wordt met een kleine, plastic bal. Buitenspel bestaat niet en lichamelijk contact is verboden. Een wedstrijd duurt twee keer 25 minuten.

Bij rink-bandy, dat pas ontstond na de komst van kunstijshallen en ook door vrouwen wordt gespeeld, wordt gebruik gemaakt van de reguliere maar veel kleinere ijshockeybanen en -goals. Een team bestaat daardoor uit zes spelers.

“Bandy is als spel veel sneller dan ijshockey”, zegt Berting. “Waarschijnlijk zelfs de snelste balsport die er is. Omdat er geen buitenspel bestaat, verplaatst het spel zich heel snel en wordt een wedstrijd nauwelijks onderbroken. Voor de spelers, die wel constant gewisseld mogen worden, zijn er ook geen rustpauzes als ze op het veld staan. Het is constant gaan en nog eens gaan.” Berting slaakt een diepe zucht. En neemt nog een trekje van zijn sigaret. “Echt doodvermoeiend. Maar als schouwspel door dat constante heen en weer geschaats veel enerverender dan ijshockey.” Dat mag misschien zo zijn, toch zitten er bij rink-bandywedstrijden voor de nationale competitie niet meer dan een paar jeugdspelertjes en een enkele meelevende vriendin langs de boarding. Verwonderlijk is dat nauwelijks, moet Berting toegeven. Van spanning in de hoogste klasse bij de mannen was dit seizoen absoluut geen sprake. Slechts drie teams streden om de landstitel: Nijmegen I waar Berting voor uitkomt, Eindhoven en Nijmegen II. De ploegen speelden zes keer tegen elkaar. Nijmegen I was de sterkste en werd onbedreigd kampioen. Het won alle twaalf duels. Met gemiddeld 18-0.

In tegenstelling tot Nederland, dat circa 200 bandyspelers en drie clubs heeft, telt de sport in verschillende andere landen wel veel beoefenaars. Met name in verschillende staten van de voormalige Sovjet-Unie en in Zweden. Dat laatste land heeft ruim 150.000 bandyspelers. In de wintermaanden, als de voetbalcompetitie stil ligt, trekken topduels zo'n 15.000 toeschouwers.

Het zijn aantallen waar Berting alleen maar van kan dromen. Hij hoopt dat het WK in eigen land, waar zowel bij de mannen als vrouwen vijf landen om de titel strijden, zijn sport wat meer onder de aandacht zal brengen. En dat mensen die voor het eerst komen kijken niet meteen uitroepen: 'Oh, het is eigenlijk best wel leuk. Net ijshockey, maar dan wel voor mietjes.' Want dat hoor je vaak volgens Berting. “En waarom? Omdat er geen vechtpartijen zijn en er geen bloed vloeit, want dat zijn ze gewend bij ijshockey. Het beste is als die vergelijking helemaal niet wordt gemaakt. En bandy gewoon als een sport op zich wordt beoordeeld.”

    • Paul de Lange