'Weer studenten van overbevolkte afstudeerrichting'; Staatssecretaris Cohen over toekomst hoger onderwijs

Met kleine stapjes werkt staatssecretaris Cohen aan zijn plan om het HBO beroepsgerichter te maken en de universiteit weten- schappelijker. Hogescholen en universiteiten krijgen nu het recht studenten te weren van 'overbevolkte afstudeerrichtingen'.

ZOETERMEER, 24 MAART. Door de massale toestroom van studenten wordt de traditionele tweedeling tussen HBO en universiteit bedreigd en staat de kwaliteit onder druk, is de analyse van staatssecretaris M.J. Cohen (hoger onderwijs) in zijn Hoger-onderwijs- en onderzoeksplan (HOOP). Dat de politieke discussie over het HOOP tot nu toe vooral ging over de verlenging van de ingenieursopleiding deert Cohen niet. “Want ik heb geen geluiden gehoord dat ik de verkeerde kant op zou gaan”, zegt hij in zijn werkkamer in Zoetermeer.

De uitwerking van de plannen is begonnen. Het HBO vatte het HOOP aanvankelijk op als een degradatie van de hogescholen. Daarom beloofde Cohen deze week in een convenant met de hogescholen “een ambassadeursfunctie” te vervullen “door waar dat te pas en te onpas komt uit te leggen welke kwaliteiten het HBO heeft”. Om het HBO beroepsgerichter te maken is een nieuwe subsidieregeling afgesproken ter versterking van de contacten van het HBO met bedrijfsleven en andere maatschappelijke instellingen.

Om studenten van overbevolkte afstudeerrichtingen 'weg te leiden' wil Cohen universiteiten en hogescholen de mogelijkheid geven de capaciteit van de afstudeerrichtingen te beperken. Instellingen kunnen door middel van een bindend studie-advies of door loting op het moment van de keuze voor een afstudeervariant de studentenstromen op een 'fijnmazige' manier wegleiden van de overbevolkte afstudeerrichtingen, aldus Cohen. Voor invoering van zo'n bindend studieadvies na de propaedeuse moet de wet worden gewijzigd.

In het convenant met het HBO wordt het belang van hoger onderwijs voor de economie benadrukt. Maar onlangs uitte de Amsterdamse sociologen Dronkers en Wilbrink in een studie - uitgevoerd in opdracht van uw ministerie - ernstige twijfel aan de bewijsbaarheid van die veronderstelling.

“Bewezen of niet, wat ik om mij heen zie is dat kennisintensieve samenlevingen een relatief hoog welvaartsgehalte hebben. Vergelijk het maar met dat je niet kunt zeggen dat iemand die rookt altijd longkanker krijgt, maar dat je wel kunt zeggen dat veel roken een grotere kans geeft op longkanker. Ik ben er van overtuigd dat een goede scholing een van de belangrijkste factoren is die bijdragen aan welvaart en welzijn van de bevolking. Een brede basis aan hoger opgeleiden leidt er toe dat je ook meer excellente lieden hebt. En meer hoger opgeleiden leidt er toe dat tal van functies in de samenleving beter vervuld kunnen worden.”

Dus verdringing van lager opgeleiden is niet slecht?

“Je kunt voor lagere opgeleiden alleen banen creëren door te zorgen dat de kennisintensiteit van de samenleving hoog is, want dat is de motor van de economie. Je moet niet inzetten op banen in de lagere sectoren door geen aandacht meer te geven aan de hogere regionen. Dan slacht je je kip met de gouden eieren.”

Hoe meer hoger opgeleiden hoe beter?

“Laten we wel wezen. Als het gaat om hogere opleidingen dan heb je het over de beperkte groep die talent genoeg heeft om die opleidingen te volgen. Ik weet niet hoeveel dat er kunnen zijn. We zitten nu op 30 procent van de jongeren die studeert. Frankrijk streeft naar 80 procent, maar ik vind het te ingewikkeld om over percentages te spreken. Wat mij wel deugd doet is dat steeds meer gegevens worden gepubliceerd over de relatie van opleidingen met de arbeidsmarkt. Ook in het wetenschappelijk onderwijs. Dat kan voor studenten nuttig zijn bij de beslissing te kiezen voor een studie en voor opleiders bij de afweging van de kwaliteit en de doelstelling van hun opleiding. Ik wil dan ook af van de bepaling in de wet dat een volgeboekte opleiding als bedrijfskunde waarvoor een numerus fixus geldt, in principe verplicht is om het volgende jaar het aantal beschikbare plaatsen met een ongeveer een kwart te verhogen. Je moet niet meer automatisch vanuit de vraag van studenten denken.”

Hoe wilt u de toestroom verminderen naar overbevolkte studies als psychologie, waarvoor geen numerus fixus geldt?

“Pas in een heel laat stadium met een numerus fixus, want dat is een zeer zwaar en rigoreus instrument. Ik wil eerst meer fijnmazige instrumenten aan universiteiten en hogescholen geven om binnen een instelling zelf de studentenstroom te regelen, meer fine tuning. Nu al bestaat het bindend studie-advies tijdens de propaedeuse. Ik wil dat uitbreiden en instellingen de wettelijke mogelijkheid geven om tijdens de gehele studie aan studenten een bindend studieadvies te geven. Niet om ze van de opleiding weg te sturen, maar om studenten te verwijzen naar minder overbevolkte afstudeerrichtingen. Op die manier kan een instelling een 'interne numerus fixus' creëren, want ik vind niet dat dat studieadvies alleen op grond van het talent van de student hoeft te worden gegeven. Een te grote toestroom naar bepaalde afstudeerrichtingen mag ook een reden zijn. Natuurlijk moet zo'n bindend advies niet op ieder willekeurig moment worden gegeven, maar op geëigende momenten.”

Maar wat vindt u van het recente plan van een aantal hogescholen om een eigen titel in te voeren? Zo'n 'masterstitel' kan toch de eigen waarde van het HBO extra benadrukken?

“Daar zie ik niet zo veel in. Een titel leidt af van de hoofdzaak: welke opleiding je hebt gevolgd. Door zo'n plaatje erop te plakken dreig je niet verder te kijken dan de buitenkant. Als het HBO nu ook zo'n titel gaat maken versterk je dat. Ik heb daarom ook al wel eens gezegd: 'Ik hecht niet aan die doctorandus-titel voor de universiteiten, schaf hem maar af'. Ik denk dus niet dat ik zo'n HBO-titel officieel zou erkennen.”

    • Hendrik Spiering