Vreemdelingendienst

Met instemming heb ik de brief in NRC Handelsblad van 17 maart gelezen inzake de Vreemdelingendienst, waarin het handelen van het ministerie van justitie ten aanzien van vreemdelingen aan de kaak werd gesteld. Hieronder een ander voorbeeld van de werkwijze van justitie. Enige weken geleden is er een nieuwe regeling van kracht geworden die inhoudt dat vreemdelingen leges moeten betalen in verband met het aanvragen van een verblijfsvergunning.

In mijn functie van maatschappelijk werker heb ik onlangs een Turkse jongeman begeleid naar de Eindhovense Vreemdelingendienst om een vergunning tot verblijf aan te vragen in verband met zijn huwelijk. Betrokkene kreeg echter slechts de gelegenheid om een aanvraagformulier voor de vergunning te ondertekenen. De medewerker die ons te woord stond, vertelde dat hij na deze ondertekening moest wachten op een cheque om de verschuldigde leges (groot ƒ 125,-) te voldoen. Als deze betaling heeft plaatsgevonden en een bureau in Den Haag heeft de Eindhovense Vreemdelingendienst daarvan in kennis gesteld, dan pas zal betrokkene wederom worden opgeroepen, waarna zijn aanvraag behandeld zal worden. Ter plekke heeft de echtgenote van betrokkene, die bij de aanvraag aanwezig was, aangeboden om contant de leges te willen voldoen, maar dit werd geweigerd. Betekent dit nu dat betrokkene zich voor een relatief simpele aanvraag voor een vergunning tot verblijf diverse malen moet melden bij de plaatselijke Vreemdelingendienst? En waarom is het niet mogelijk om legeskosten kontant te voldoen, zoals ook gebruikelijk is op bijvoorbeeld het stadhuis? Op deze manier neemt de werkdruk toe bij de Vreemdelingendienst, waardoor er waarschijnlijk nog langere wachttijden ontstaan.

    • P. Ploeger