Slechtziend? Daar valt heel wat aan te doen

Ouderen leggen zich al te gemakkelijk neer bij hun slechte ogen. Maar met moderne hulpmiddelen en de juiste training kan van een halfblinde weer een TV-kijker en een lezer gemaakt worden. Op naar de videoloog.

Het verstand komt met de jaren, maar de leesbril ook. Veel oudere mensen gaan door slijtage aan ooglens en netvlies steeds slechter zien. Op den duur durven ze haast de deur niet meer uit en dat werkt vereenzaming in de hand.

Sinds kort is de slechtziende mens als doelgroep door de hulpverleners ontdekt. Ze staan klaar met sprekende wekkers en horloges, leggen uit hoe een televisieloep werkt en wat het juiste ritme is om met een blindenstok te lopen. Ze wijden slechtzienden in nieuwe hobby's in als houtbewerking en textiele werkvormen en komen op huisbezoek voor een kritische inspectie van de keukenverlichting.

Zoals er voor slechthorenden het audiologisch onderzoek bestaat, kunnen slechtzienden nu terecht bij de videoloog.

“Een videoloog is geen oogarts”, zegt klinisch fysicus dr. Aart C. Kooijman van het Laboratorium voor Experimentele Oogheelkunde van de Rijksuniversiteit Groningen. “De oogarts is er voor de diagnostiek van oogaandoeningen en de medische behandeling daarvan. Videologen helpen de slechtziende die niet meer te behandelen is om met zijn slechte ogen te leren leven.”

Vroeger werd er geen onderscheid gemaakt tussen blind en slechtziend. Wie niet normaal kon zien, moest maar braille leren. Slechtziende kinderen kregen bij de brailleles zelfs stijve hoge kragen om om te zorgen dat ze het blindenschrift echt 'blind' zouden leren en niet stiekem op hun vingers gluren.

Tegenwoordig wordt er juist alles aan gedaan om de resterende 'kijkfuncties' zo goed mogelijk in te schakelen. Dat is verre van eenvoudig, want de oogklachten zijn telkens weer net even anders. Er zijn slechtzienden die de kleinste lettertjes nog kunnen lezen, maar veel moeite hebben met een compleet woord. Anderen kunnen niet lezen, maar lopen wel gewoon door het huis en over straat - zonder echter bekenden te groeten, omdat ze de gezichten niet meer herkennen. “Zoiets wekt op zijn minst verwarring”, aldus Kooijman.

Kleine lettertjes

Het videologisch onderzoek begint met functieonderzoek. Dat reikt veel verder dan alleen maar kijken wat de kleinste lettertjes zijn die iemand nog kan lezen. Bij het onderzoek naar contrastverschillen wordt gekeken of iemand nog subtiel grijs op een lichtgrijze ondergrond kan zien, of alleen nog zwart-wit. Verder wordt nagegaan of men baat heeft bij meer - of juist minder - verlichting dan normaal en in hoeverre er vertekening optreedt in de beelden. Er wordt gekeken of er minder gevoelige gebieden in het gezichtsveld zijn, naar het kleurenzien en verblinding door een heldere lucht of door gewone lampen.

Eventueel volgt een perceptieonderzoek, gericht op het opsporen van stoornissen in de herkenning of benoeming van datgene wat men ziet, soms veroorzaakt door hersenschade of een ontwikkelingsstoornis in de hersenen. “Mensen met zulke stoornissen komen bij het conventionele oogonderzoek vaak over als simulanten of aanstellers en worden soms zelfs ten onrechte doorverwezen naar de psychiater”, aldus Kooijman.

Vervolgens is er het Low Vision Onderzoek om de juiste hulpmiddelen zoals een bril met telescoop, een televisieloep of computer met speciale lettervergrotende software uit te kiezen. De ervaring heeft geleerd dat veel spullen ongebruikt in de kast blijven staan als mensen er geen raad mee weten of er niet mee hebben leren omgaan.

En tenslotte is er het verlichtingsonderzoek, want een goede verlichting maakt juist voor een slechtziende een wereld van verschil.

In Noord- en West-Nederland kan men voor videologisch onderzoek terecht bij Visio, de Landelijke Stichting Slechtzienden en Blinden. Het midden van het land en de Drechtsteden vormen het domein van de stichting Bartiméus en het zuiden valt onder Theofaan. In Eindhoven bevindt zich het Visueel Advies Centrum.

Open huis

Op donderdagmiddagen houdt Visio-Rotterdam open huis aan de Wijnhaven. Wie wil kan hier dan zonder afspraak binnenlopen. Er staan planken vol handige hulpjes in huis. Rolcentimeters en kookwekkers waarvan je de maatverdeling aan ribbels kunt voelen. Voelertjes die over de rand van een kopje worden gehangen en een piep laten horen als het bijna volgeschonken is. Speelkaarten met koeien van letters erop en extra grote damborden met verdiepte zwarte velden en bobbeltjes op de zwarte, maar niet op de witte stenen.

Briljant in zijn eenvoud is de dunne plastic schrijfmal om over je papier te leggen, met voor elke schrijfregel een strook in de mal uitgespaard. Wie op latere leeftijd slechtziend wordt of blind, zal het schrijven meestal niet verleren, maar het handschrift dreigt onleesbaar te worden omdat de regels door elkaar gaan lopen. Met zo'n mal blijft je pen op koers. “Pas kwam hier een vrouw van een jaar of zeventig die blind was geworden en haar dochter in Nieuw Zeeland al zeven jaar niet meer zelf geschreven had,” vertelt instellingshoofd drs. Antje G. Dekker. “Ze moest alles dicteren, maar met dit simpele dingetje schrijft ze nu weer haar eigen brieven. Het bestaat al járen, maar dat moet je maar net weten.” Dergelijke mallen zijn er ook om bijvoorbeeld een girokaartje correct in te vullen.

Langs de wand staat een uitgebreide collectie wit met rood gestreepte stokken. De korte dienen als herkenningsstok in het verkeer. De langere zijn echte tik- of taststokken, die bij het uitslaan een echo geven. Zolang ze tegen straat of muur weerkaatsen klinken ze anders dan wanneer je het gebouw voorbij bent, je hoort dus wanneer je de hoek om kunt. Helaas is de animo bij de doelgroep maar matig. 'De overgang naar een stok is ontzettend moeilijk, omdat je daarmee voor de buitenwereld aangeeft dat je het op eigen kracht niet meer redt”, zegt Dekker. “Er lopen heel veel ouderen zonder stok die hem eigenlijk hard nodig hebben. Het hangt ook van je actieradius af. Vaak worden ouderen ook slechter ter been en komen dus toch al minder de deur uit.”

Een zaaltje verderop staan de brillen en loeps. Er zijn diverse gekleurde 'skibrillen' die hinderlijk UV-licht op verschillende manieren filteren, afhankelijk van de oogaandoening. Bij de loeps zijn kleine handmodelletjes om prijskaartjes in de winkel te lezen en grote staande modellen, soms gecombineerd met een leeslamp. Terughoudendheid is hier geboden, want wie eenmaal aan een sterkere vergroting is gewend kan niet meer terug. Mensen die aan een driemaal vergrotende loep - wat vrij fors is - nog niet genoeg hebben worden eerst doorverwezen naar de optometrist een verdieping hoger. Want misschien is er dan iets anders aan de hand.

Bij de televisieloep worden de letters tot 25 maal en meer vergroot op een tv-scherm afgebeeld. Probleem is wel dat je als lezer het overzicht verliest naarmate de letters groter worden en dat maakt het lezen vermoeiend. Er bestaan tv-loepen in allerlei kleuren, wit, oranje of groen, en ook het omgekeerde contrast is mogelijk, dus witte, oranje of groene letters op een zwarte achtergrond. Zo'n apparaat kost vier- tot zevenduizend gulden en wordt door het ziekenfonds meestal in bruikleen gegeven. Om te zorgen dat de hulpmiddelen niet allemaal ongebruikt in een hoek blijven staan worden trainingen gegeven. Heel handig voor die oudere mevrouw die de televisieloep zo onscherp vond. Aan die grote knop had ze nooit gedraaid, nee, want dat vond ze maar eng.

Bagatelliseren

Een feit is dat veel senioren bescheiden zijn. Ze bagatelliseren hun problemen en doen zichzelf daarmee tekort. Zuinig met stroom zitten ze thuis slechtziend en wel te schemeren, luxe hulpmiddelen - alles vergoed volgens de AWBZ - hoeven ze ook al niet. “Mensen komen tegenwoordig wel wat makkelijker voor zichzelf op dan vroeger, maar bij jongeren zie je dat veel meer dan bij 65-plussers”, zegt Visio-medewerker Rob van der Rotte. “Voor jongeren ís er ook veel meer. Als je visueel gehandicapt geboren wordt, staat de hulpverlening binnen een paar weken op de stoep. Maar als je pas na je zestigste slechtziend raakt dan hoef je niet zo nodig meer.” Volgens Antje Dekker speelt daarbij mee dat het heel lang kan duren voordat bejaarden inzien dat het op een gegeven moment geen kwestie meer is van weer een andere bril, maar dat er nu echt iets in het oog zelf versleten is, wat niet meer goed komt.

“Oudere mensen draaien heel sterk op hun visuele geheugen, waar de lift is enzovoorts,” vervolgt ze. “Daarmee weten ze zich heel lang te redden. Zoals die mevrouw van tachtig die haar hele leven lang elke dag de aardappels heeft geschild en dat nog steeds heel handig doet. Pas als je met haar bij de oogarts zit, besef je ineens dat ze nu vrijwel blind is.”

Van der Rotte: “Denk je eens in dat je geen prijskaartje en geen krant meer kunt lezen en altijd aan een ander moet vragen om voor jou op de klok te kijken of een telefoonnummer te draaien, áls je nog iemand hebt. Revalidatie brengt zelfvertrouwen en gevoel van eigenwaarde terug.”

De kunst is, je 24 uur lang in iemands dagcyclus te verplaatsen, na te gaan welke obstakels hij tegenkomt en wat daaraan te doen valt. “Ach, het blijft behelpen”, zegt Van der Rotte. “De mobiliteit blijft heel beperkt en ook lezen blijft moeizaam. En probeer jij maar eens om met een dikke zwarte bril op een bordje aardappels met spinazie en een stukje vlees klaar te maken! Dan moet je zo geordend werken en zo opletten waar je alles neerzet en hoe je het terug zet, dat kost ontzettend veel energie”

“Veel mensen realiseren zich niet dat je van slecht zien zo moe wordt”, vult Antje Dekker aan. “Alles wat je doet kost extra energie, en dat terwijl je ook al wat ouder bent. Dan is je energiepakketje voor een dag al uitgeput terwijl je nog zes uur te gaan hebt.”

Uiteindelijk kan een verzorgingshuis een oplossing zijn, maar bij Visio komen juist mensen die zich daar nog niet bij hebben neergelegd - of door familie hierheen wordt gesleept. “Pas nog zo'n man”, zegt Van der Rotte. “Zijn familie wou hem laten revalideren. Maar hij zei: Ik ben 83, ik heb mijn hele leven gewerkt, ik vind het wel best. Dat is legitiem! Maar ik sprak laatst ook een man die al vijf jaar blind is en nu net een cursus Indisch koken had gevolgd. Hij nummerde alle potjes met braille en het was lekker, zei hij. Karakter speelt een grote rol.”

Verlichting

Betere verlichting in huis maakt een wereld van verschil. Meer licht, of juist minder licht dankzij beter afgeschermde lampen en zonnewering voor de ramen, geel licht in plaats van wit, afhankelijk van de oogaandoening kan het allemaal helpen om het kijken minder vermoeiend te maken. Klinisch fysicus dr. A.C. Kooijman is specialist op dit terrein. “Voor slechtzienden gelden veel smallere marges dan voor normale ogen,” zegt hij. “De spelregels zijn in principe hetzelfde, maar tienmaal strenger.”

Met normale ogen kun je in principe bij allerlei lichtsterktes goed lezen, van 10 lux in een schemerige ruimte tot 10.000 lux buiten in de zon, alleen het omschakelen is even wennen. Bij een slechtziende met een netvlies-degeneratie zal het bereik een stuk kleiner zijn - tussen de 500 en 2000 lux. Binnenshuis zal extra verlichting nodig zijn, buiten juist een donkere bril. Andere slechtzienden zoeken ook binnenshuis het liefst de schemer op en hebben dus baat bij extra zonwering. In het lichtlab wordt dat allemaal precies uitgezocht.

Als een computer pal voor het raam staat raken normale ogen daardoor op den duur al vermoeid, omdat het licht uit het raam de tekst op het scherm overstraalt. Het is beter om het scherm een kwartslag te draaien. Een slechtziende kan zo'n scherm helemaal niet meer lezen.

En in de lange donkere gang in het energiezuinige bejaardenhuis, met aan het einde een lichte glazen deur, kan een slechtziende zo verblind raken, dat hij pardoes over de stofzuiger struikelt. “Daarom is het triest dat bejaardenhuizen zuinigheidshalve vaak zo slecht verlicht zijn”, vindt Kooijman.

Ook de tv kan problemen geven. Wie een tijdje naar het hoofd van een spreker kijkt tegen een donkere omgeving, en daarna opzij, ziet even een nabeeld. De zonnevlek die op je netvlies blijft is een extreem voorbeeld van het zelfde verschijnsel. Voor normale ogen is zoiets gewoon even hinderlijk, een slechtziende ziet helemaal niets meer. “Omdat slechtzienden meer aan de marge zitten van wat ze kunnen, hoeft er maar weinig mis te gaan of het lukt niet meer,” zegt Kooijman.

Vooral strooilicht kan heel hinderlijk zijn. Het ontstaat door vertroebeling van de lens of van het hoornvlies of door de aanwezigheid van onregelmatigheden in het glasvocht. Niet al het licht komt dan op de juiste plek terecht, deels wordt het verstrooid en dit strooilicht overstraalt andere beelden. Het geeft een effect zoals wanneer je 's avonds met de auto rijdt en door een tegenligger wordt verblind.

Verkeersveiligheid

“Over autorijden gesproken,” zegt Kooijman, “mijns inziens stelt de huidige rijvaardigheidstest veel te hoge eisen aan de ogen van de automobilist. Alles draait om het kunnen lezen van kleine details - wat hooguit nuttig is als je langs een straatnaambord rijdt. Tegelijkertijd worden aan andere belangrijke aspecten, zoals reactievermogen in onverwachte situaties, helemaal geen eisen gesteld. Het is waar dat ouderen aarzelender gaan rijden en meer ongelukken veroorzaken, maar dat komt eerder door een trager reactievermogen dan door een slechter gezichtsvermogen,” aldus Kooijman.

Het lijkt hem beter om mensen te testen op reactievermogen en de mogelijkheid om - zoals een automobilist dat in de praktijk moet - op verschillende impulsen tegelijk te reageren. In het Verkeerskundig Studiecentrum in Haren (Gr.) kunnen verkeerssituaties worden nagebootst. De proefpersoon zit in een auto en toert door een computer-gesimuleerd landschap, terwijl onderzoekers precies bijhouden welke oog- en hoofdbewegingen de bestuurder maakt.

Kooijman: “In het verkeer is het belangrijker dat je je blikveld vergroot door je hoofd te bewegen en in je spiegels te kijken dan dat je goed reageert op een test in een zeer statische situatie. Het gaat om wat de Engelsen het useful field of view, het nuttig gezichtsveld noemen.”

Het nuttig gezichtsveld is statistisch sterker gecorreleerd met het aantal ongevallen dan het gezichtsvermogen zelf. Testen op gezichtsvermogen is echter de gemakkelijkste weg. Je kunt in twee minuten nagaan of de gezichtsscherpte tenmminste 0,5 bedraagt. Normaal bedraagt die 1 tot 1,5. “Maar de waarde daarvan voor de verkeersveiligheid is waarschijnlijk sterk overdreven,” vindt de Groningse fysicus. Een projectvoorstel voor nader onderzoek naar deze materie bij slechtziende ouderen heeft hij zojuist op de post gedaan.

Stichting Visio: 02159-85711. Stichting Bartiméus: 03404-82211. Stichting Theofaan: 08860-71003.

    • Marion de Boo