Schilderkunst in machinetijdperk; Fotomontages en ontwerpen van Tsjechische avant-gardist Karel Teige

Tentoonstelling: Karel Teige animator. Karel Teige (1900-1951) en de Tsjechische avantgarde. T/m 3 april in Stedelijk Museum Amsterdam. Geopend: dag 11-17u. Catalogus ƒ 20.

Van alle vroegere Sovjet-satellieten maakt de Tsjechische republiek de grootste kans op gemakkelijke aansluiting bij het westen, schreef het Engelse design- en architectuurtijdschrift Blueprint onlangs. Gaat Tsjechië herhalen wat Tsjechoslowakije tussen de twee wereldoorlogen presteerde? Toen ontpopte de jonge republiek zich al gauw tot een moderne industriestaat waar ondernemers als Tomas Batá bewust en consequent voor de Nieuwe Zakelijkheid kozen als het ging om de vormgeving van hun produkten en gebouwen. Het is misschien overdreven om de Nieuwe Zakelijkheid de nationale stijl van het toenmalige Tsjechoslowakije te noemen, maar vast staat dat nergens anders het modernisme zoveel weerklank vond.

Van dit modernistische Tsjechoslakije is nu een glimp te zien op de kleine tentoonstelling Karel Teige animator in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Hoewel Karel Teige (1900-1951) nooit iets heeft gebouwd, was hij een van de sleutelfiguren van de Tsjechische avant-garde. Als redacteur van verschillende kunst- en architectuurtijdschriften verkondigde hij vol ijver en met groot succes het Nieuw Zakelijke Woord van Le Corbusier, het Bauhaus, J.J.P. Oud en Mart Stam.

De eerste tentoonstelling over Teige in West-Europa bestaat noodzakelijkerwijs grotendeels uit boeken en boekomslagen, want naast typograaf en fotomonteur was hij, aldus het mooi vormgegeven catalogusje, 'kunsttheoreticus, architectuurcriticus, marxistisch ideoloog en polemist'. In de laatste vier hoedanigheden heeft hij misschien wel lezenswaardige dingen nagelaten, maar geen bezienswaardige. Als typograaf was Teige 'niet de beste of origineelste van de historische avant-garde', schrijft Koosje Sierman in haar catalogusbijdrage, en de boekjes in de vitrines geven haar helaas geen ongelijk. Het feit dat het vroege werk in het teken stond van de veelbelovend klinkende stroming poëtisme ('de cultus van de schoonheid') verandert daar weinig aan. Integendeel, pas onder de latere, zakelijker vormgegeven boekjes bevinden zich een paar prachtexemplaren, zoals de typomontage in een dichtbundel van Konstantin Biebl uit 1928.

Teiges ontwikkeling tot aanhanger van een strenge en dogmatische vorm van Nieuwe Zakelijkheid is ook zichtbaar in het aan architectuur gewijde deel van de tentoonstelling. Daar hangen foto's van beroemde gebouwen en ontwerpen uit de jaren twintig, begeleid door citaten van Teige erover. In het begin van het decennium is hij nog vol lof over Le Corbusier, maar aan het eind van de jaren twintig moet diens ontwerp voor het Mundaneum het ontgelden. Het communistische scheldwoord 'formalisme' valt nog net niet, maar veel scheelt het niet. Le Corbusier was te frivool voor Teige, die architectuur als een wetenschap was gaan beschouwen en sociaal engagement als architectenplicht. Wat Teige betrof kon iedereen het best worden opgeborgen in collectieve woongebouwen, waarvan de Russische constructivisten er een paar in de Sovjet-Unie hadden weten neer te zetten. Dertien vierkante meter voor een vrijgezel was ruim voldoende, vond hij.

Ook Teiges tragedie is te zien, en wel in de vitrine met foto's en boeken, met als onderwerp zijn fascinatie voor de Sovjet-Unie. In de jaren dertig bekeerde Teige zich tot het surrealisme, maar minder dan de grote Franse voorganger André Breton heeft hij afstand genomen van de Sovjet-Unie. Zelfs het socialistisch realisme, dat toch in veel opzichten het tegendeel was van Teiges Nieuwe Zakelijkheid, verwierp hij niet zonder meer: er was een dialoog nodig tussen de door Stalin gedecreteerde kunst en het modernisme.

Over architectuur schreef Teige toen, halverwege de jaren dertig, al nauwelijks meer. Hij hield zich hoofdzakelijk bezig met het vervaardigen van fotomontages, 'de schilderkunst van het machinetijdperk'. Deze fotomontages, waarvan verschillende voor het eerst te zien zijn en die het hoogtepunt van de tentoonstelling vormen, maakte hij grotendeels voor zichzelf. Op veel ervan zijn vrouwen uit blootbladen te zien, of althans gedeelten daarvan, want Teige sneed hun lichamen het liefst in stukken. H. Cisarová interpreteert ze in de catalogus als 'een protest tegen wat hij op dat moment als verraad aan de revolutie in de Sovjet-Unie beschouwde'. Dit lijkt me een vergezochte en geforceerde poging om Teige postuum van al te veel communistische smetten te zuiveren. Wat was tenslotte de zin van zulke protesten als ze voor niemand waren te zien? Waarom protesteerde Teige in het tot 1938 vrije Tsjechoslowakije niet gewoon in het openbaar?

Overigens heeft Teiges zwijgen hem niet geholpen. Na de communistische staatsgreep in 1948 werd hij voortdurend lastig gevallen door de geheime politie en in 1951 overleed hij na een zoveelste verhoor. Pas nu het communisme in Tsjechië tot het verleden behoort is Teiges werk aan een herwaardering toe.

    • Bernard Hulsman