Rejuvenatie door medisch ingrijpen niet onmogelijk; Jong, jong, eindelijk weer jong!

Verjonging door middel van dierlijke hormonen werd in het begin van de eeuw veel toegepast. Maar men kwam ervan terug. Waarschijnlijk ten onrechte. De oude preparaten hebben wel degelijk enig effect.

Anoniem, New glands for old. Lancet 1991; 338: 1367. / N. Angier, Alzheimer's and the Estrogen Connection. International Herald Tribune, 10-3-1994. / P.H. Flinkenflögel, De rijksarts. In: J.J.E. van Everdingen (red), De loden last. Amsterdam-Overveen: Boom-Belvedere, 1994 (in druk). / S. Lock, 'O that I were young again': Yeats and the Steinach operation. British Medical Journal 1983; 287: 1964-8. / H. Meng, Psyche und Hormon. Bern: Huber, 1944. / C. Sengoopta, Rejuvenation and the prolongation of life: science or quackery? Perspectives in Biology and Medicine 1993; 37: 55-66. / A. Vermeulen, The male climacterium. Annals of Medicine 1993; 25: 531-4.

'But O that I were young again / And held her in my arms!', verzuchtte de Ierse dichter Yeats in het begin van de jaren dertig. Hij was toen bijna zeventig en voelde zich oud en moe. Hij schreef geen gedichten meer. Velen van zijn vrienden en bekenden waren overleden. De wereld zoals hij die gekend had was aan het verdwijnen. In een depressieve stemming zei hij tegen een vriend dat hij alleen nog verder wilde leven als hij weer kon worden zoals vroeger.

Die vriend wees hem op het net verschenen boek 'Rejuvenation' van de Australische seksuoloog Norman Haire. Daarin werd een speciale operatie beschreven volgens de methode Steinach, waarvan men zei dat die het verouderingsproces op magische wijze terugdrong. Twee maanden later zocht Yeats zijn vriend weer op. Hij leek een ander mens en zei: 'I had it done!'

In de periode daarna leek Yeats inderdaad jaren jonger. Hij werd weer verliefd (op een mooie jonge dichteres), hij sloot nieuwe vriendschappen en schreef een aantal schitterende liefdesgedichten.

Het blijft onduidelijk of dit nieuwe élan te danken was aan de Steinach-operatie of aan het feit dat zijn depressie eindelijk voorbij was, maar zeker is wel dat Yeats niet de enige was die in rejuvenatie geloofde. In de jaren daarna waren er een groot aantal mensen, van Hitler, Paus Pius XII tot Konrad Adenauer, die allemaal probeerden aan de veroudering te ontkomen door zich op medische wijze te laten verjongen.

Zaadballen

Steinach en Haire waren niet de eerste medici die zich met rejuvenatie bezighielden. Hun grote voorloper was Charles Brown-Séquard. Die diende zichzelf in 1889, toen hij 72 jaar oud was, een extract toe bereid uit de zaadballen van cavia's. Hij claimde dat hij zich naderhand zeker 30 jaar jonger voelde. Op de beroemde lezing waar hij deze experimenten beschreef, zei hij trots dat hij, vitaal als hij nu was, 's ochtends nog een 'bezoekje' had gebracht aan Mme Brown-Séquard ('faire une visite' heeft in het Frans een dubbele betekenis).

In eerste instantie werden zijn 'cavia-experimenten' enthousiast onthaald, maar echt verbreiding vond zijn methode nauwelijks. Toch is het achteraf gezien heel goed mogelijk dat het extract werkelijk enig effect had, want het bevatte het mannelijke geslachtshormoon testosteron. Het resultaat zal echter op zijn best vluchtig zijn geweest. De meeste artsen zullen de naam Brown-Séquard dan ook eerder in verband brengen met een halfzijdige ruggemergsverlamming, het syndroom van Brown-Séquard, dan met rejuvenatie.

Helemaal vergeten raakte Brown-Séquards methode niet, want ook later werd er in bepaalde gevallen gebruik gemaakt van zaadbalextracten ter bestrijding van de veroudering. Zo kreeg Hitler als hij zich moe en neerslachtig voelde, het extract Orchikrin toegediend. Orchikrin werd overigens bereid uit de testikels van jonge stieren, dieren met een krachtiger uitstraling dan cavia's.

Vasoligatie

In de jaren twintig en dertig was de Steinach-operatie, die ook Yeats onderging, zeer populair. Daarbij werd de zaadleider van één van de zaadballen van de patiënt afgesloten. Die ingreep, vasoligatie genoemd, was ontwikkeld door de in Wenen werkzame prof. Eugen Steinach. De redenering was dat vasoligatie tot een degeneratie van de zaadklieren zou leiden, waarna de cellen in de zaadballen die het mannelijk geslachtshormoon vormen, zouden toenemen. Deze grotere uitscheiding van geslachtshormoon moest dan leiden tot een verjonging.

Steinach wees er overigens op dat er geen wonderen mochten worden verwacht - kankercellen of beschadigde organen konden op deze manier niet hersteld worden. Bij geestelijke en lichamelijke ouderdomsklachten kon vasoligatie echter wel een zekere verbetering tot stand brengen.

Zoals later ook kosmetische chirurgen deden, liet Steinach foto's zien van oudere mannen vóór en na de operatie. Na de operatie was de huid strakker, de houding was weer fier, de haargroei kwam terug en de seksuele potentie herstelde. Ook allerlei andere ouderdomsklachten, zoals slapeloosheid, vergeetachtigheid en depressies zouden volgens Steinach verdwijnen. Een variant op de vasoligatie - de vasotomie - is overigens nog steeds in gebruik, maar dan bij beide testikels als sterilisatiemethode voor mannen.

Tot dan toe waren er alleen mannen verjongd. Dat was niet uit seksisme, maar omdat er voor de vrouw niet zo'n gemakkelijke methode voor handen was. Steinach dacht wel degelijk na over mogelijkheden tot verjonging van de vrouw. Naar analogie van de vasoligatie bij de man opperde hij een lichte röntgenbestraling van de eierstokken. Daardoor zouden de eicellen afsterven en een ontremming optreden van de kliercellen die het vrouwelijk geslachtshormoon produceren. Gelukkig heeft hij deze theorie nooit in praktijk gebracht.

Naast Steinach hebben nog een groot aantal andere artsen zich met verjonging bezig gehouden. Prof. Serge Voronoff transplanteerde in Parijs apezaadballen en zei dat daarmee de veroudering zeker dertig jaar kon worden teruggedraaid. Op het toppunt van zijn populariteit verrichtte Voronoff zeker tien apezaadbal-transplantaties per week. Daarbij werden drie dunne plakjes apezaadbal met zijden hechtingen aan de binnenzijde van het scrotum van de patiënt vastgenaaid. Ook Voronoff behandelde dus alleen mannen. Hij troostte de vrouwen door erop te wijzen dat zij toch al langer leefden dan mannen en dus nog wel een paar jaar konden wachten tot er ook voor hen een middel ontdekt zou zijn.

Celtherapie

In de veertiger jaren ontwikkelde prof. Paul Niehans uit Genève zijn 'celtherapie'. Deze behandeling bestond uit een hele reeks injecties met verschillende embryonale cellen van lammeren. Foetale hersencellen werden ingespoten om het aftakelende intellect te versterken, foetale hartcellen om de hartspier te verjongen, foetale niercellen om de nier weer op gang te brengen, etc. Na injectie in de bloedbaan zouden de embryonale cellen volgens Niehans vanzelf bij de juiste organen van het lichaam terechtkomen.

Dit was eindelijk een behandeling die ook bij vrouwen toepasbaar was en Niehans telde onder zijn patiënten dan ook veel dames, waaronder filmsterren als Gloria Swanson en Marlène Dietrich. Ook veel beroemde mannen, bijvoorbeeld De Gaulle, Churchill en zelfs leden van het Britse Koningshuis, zouden in het geheim tot zijn patiënten behoord hebben.

In later jaren ontstond er in toenemende mate kritiek op de 'rejuvenatie-artsen'. In 1952 beschreef een vooraanstaand Brits chirurg, Kenneth Walker, het werk van Niehans en Voronoff 'als weinig beter dan de methoden van heksen en tovenaars'. De transplantatie van apezaadballen was 'niets anders dan het aanbrengen van een stuk dood vlees op de verkeerde plaats'. Dr. Gerald Dorman, de president van de American Medical Association, zei over Niehans: 'Hij selecteert zorgvuldig patiënten waarvan hij verwacht dat ze gunstig zullen reageren op een behandeling met veel rust, goede zorg en de onthouding van drank en tabak. Dat is in een aantal gevallen voldoende om ze zich veel beter te laten voelen. Er is echter absoluut geen enkel wetenschappelijk bewijs dat de celtherapie van Niehans enige waarde heeft.'

Al te snel verworpen

Intussen is wel duidelijk dat de methoden van de 'rejuvenators' in de jaren vijftig en zestig wat al te snel zijn verworpen. Het is namelijk zo dat de huidige behandelingen met biotechnologisch gefabriceerd oestrogeen of met testosteron helemaal niet zo afwijken van de zelf-experimenten van Brown-Séquard met cavia-zaadbalextract.

Toediening van oestrogeen aan de vrouw is intussen al een aanvaard middel om de veroudering van botten, bloedvaten, huid- en slijmvliezen te stoppen. Recent is er zelfs beschreven dat het syndroom van Parkinson - het gevolg van aftakeling van bepaalde hersenkernen - duidelijk minder vaak voorkomt bij vrouwen die oestrogeensubstitutie ondergaan. Waarschijnlijk gaat oestrogeen hormoon op allerlei plaatsen het verouderingsproces bij de vrouw tegen.

Mannelijke overgang

Verder wordt er nog steeds met testosteron geëxperimenteerd tegen de mannelijke veroudering. Ook de man kent, net als de vrouw, een soort overgang. Deze mannelijke overgang, het mannelijke climacterium, is veel minder uitgesproken dan bij de vrouw. Terwijl de uitscheiding van het vrouwelijk geslachtshormoon oestrogeen met de menopauze bijna volledig stil komt te liggen, zijn er oudere mannen met een testosteron-concentratie die normaal geacht zou worden voor een jonge man. Toch neemt de uitscheiding van testosteron in de loop van het leven duidelijk af: de top ligt tussen 20 en 30 jaar en rond het tachtigste levensjaar is de testosteron-concentratie nog maar eenderde daarvan. Uit experimenten met testosteroninjecties blijkt dat die een duidelijk effect hebben op het mannelijke verouderingsproces.

Dat testosteronsubstitutie bij de man nog niet zo ingeburgerd is als oestrogeensubstitutie bij de vrouw komt doordat het niet ongevaarlijk lijkt. Praktisch alle mannen hebben op oudere leeftijd namelijk prostaatkanker, overigens zonder dat ze daar klachten van hebben. De meeste van die kankergezwellen groeien zo langzaam dat het merendeel van de mannen al overleden is voordat ze er last van hadden kunnen krijgen. Prostaatkankers gaan echter veelal versneld delen onder invloed van testosteron en het is dus goed mogelijk dat het risico om te sterven aan prostaatkanker duidelijk omhoog gaat als iemand extra testosteron inneemt.

Overigens is intussen gebleken dat oestrogeensubstitutie bij de vrouw eveneens een iets verhoogde kans geeft op abnormale groei in het baarmoederslijmvlies. Daarom combineert men oestrogeensubstitutie tegenwoordig periodiek met een kuurtje progesteron. Daardoor wordt het baarmoederslijmvlies net als bij een menstruatie afgestoten.

Erotiserung

Zelfs de merkwaardige 'vasoligatie-techniek' van Steinach was wel degelijk uitgebreid experimenteel onderbouwd. Hij had jarenlang bestudeerd hoe de zaadklieren van allerlei proefdieren functioneren, voordat hij ertoe overging om zijn eerste 'Steinach-operatie' te verrichten. Zo publiceerde hij in 1910 een artikel over de 'Erotisierung' van gecastreerde kikkers door inspuiten van een zaadbalextract. Zo'n gecastreerde kikker bleek daarna duidelijke mannelijke geslachtskenmerken te ontwikkelen, zoals krachtige spieren aan de voorpoten en een verdikte duimmuis (noodzakelijk om het vrouwtje bij de paring vast te kunnen houden).

Ook het effect van vasoligatie op de zaadbal van de man heeft Steinach uitgebreid microscopisch onderzocht en hij was ervan overtuigd dat de hormoon-uitscheidende cellen werkelijk in aantal toenamen. Misschien heeft hij zich vergist, maar dat zou dan zeker niet de eerste keer zijn in de medische geschiedenis. Een tovenaar of kwakzalver mag men hem zeker niet noemen.

De term 'kwakzalver' lijkt op het eerste gezicht meer van toepassing op Voronoff met zijn apezaadbal-transplantaten. Recent werd er echter door Chinese onderzoekers aangetoond dat patiënten met een dubbelzijdige uitval van de bijnier (ziekte van Addison) genezen kunnen worden door een bijniertransplantaat van een vreemde donor. Opvallend hierbij is dat er geen enkele afweerreactie optrad. Dergelijke afstotingsreacties treden bij andere organen altijd op en moeten met steroïd hormoon onderdrukt worden. Wellicht hoeft dat bij de bijnier niet, omdat deze zelf steroïd hormoon produceert. Als dat zo is, dan kan dat ook voor de apezaadballen van Voronoff gegolden hebben, want testosteron is ook een steroïd hormoon!

Parkinson

Zelfs de celtherapie van Niehans kan misschien wel enig effect gehad hebben. De parallel met recente experimenten met foetale transplantaten bij patiënten met de ziekte van Parkinson is overduidelijk. Bij dergelijke transplantaten worden foetale DOPA-producerende cellen in de hersenen gebracht van Parkinson-patiënten. De eerste resultaten lijken erop te wijzen dat de motorische stoornissen bij deze patiënten daardoor verminderen.

Verjonging is van alle tijden. De Grieken aanbaden Hebe, de godin van de eeuwige jeugd en de middeleeuwse alchemisten zochten (vruchteloos) naar een 'elixer vitae'. De tegenwoordige tijd kent al de facelift en we kunnen nu dus ook de tweede rejuvenatie-golf tegemoet zien. De dichter Yeats in 1937, 72 jaar oud, drie jaar na zijn Steinach-operatie.