'Rechtsgang belemmert financiering Begemann'

AMSTERDAM, 24 MAART. De Amsterdamse rechtbank oordeelde gisteren tot woede en ontsteltenis van Begemann-directeur J.A.J. van den Nieuwenhuyzen dat de RDM-voorkenniszaak moet worden aangehouden en in een aparte zitting zal worden behandeld.

Van den Nieuwenhuyzen zegt hierdoor ernstige schade te leiden omdat hij nog minimaal vier tot zes maanden door het leven moet als verdachte van misbruik van voorwetenschap.

Van den Nieuwenhuyzen wordt niet alleen beschuldigd van handel met voorkennis in HCS-aandelen, waarvoor hij deze week terecht staat, maar ook van handel met voorkennis in aandelen van zijn eigen onderneming. Hij zou bij handel in aandelen-Begemann gebruik hebben gemaakt van de wetenschap dat Begemann onderhandelingen voerde met de Nederlandse staat over de acquisitie van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij.

De Begemann-topman zei dat het verdere uitstel van de RDM-zaak “ingrijpende financiële gevolgen” kan hebben voor het Begemann-concern. “Ik krijg geen nieuwe beleggers meer, dat ligt door de HCS-affaire al 2 jaar en 8 maanden stil. We hebben het moeilijk met de herfinanciering van leningen.” Volgens Van den Nieuwenhuyzen is het zeer de vraag in hoeverre beleggers nog willen intekenen op een converteerbare lening van 150 miljoen gulden, die Begemann in april wil uitgeven.

Van den Nieuwenhuyzen aarzelde toen hem op een persconferentie na afloop van de zitting de vraag werd gesteld of hij zich op zijn positie als topman zou beraden. “We zullen intern moeten overleggen over de situatie.” Zijn raadsman mr. L. Spigt voegde daaraan toe “anders naar de positie van Joep te kijken als de HCS-zaak tot een goed einde komt.”

De rechter achtte zich “onvoldoende informeert” over de vraag of Van den Nieuwenhuyzen voorjaar 1991 met voorkennis heeft gehandeld in aandelen Begemann met het oog op de overname van de Rotterdam Droogdok Maatschappij. Volgens de dagvaarding heeft Van den Nieuwenhuyzen in april 1991 200.000 aandelen Begemann ingekocht, terwijl hij onderhandelde over de overname van de scheepswerf RDM. Nadat dit overnamenieuws op 1 mei via deze krant uitlekte verkocht hij de aandelen weer.

In de RDM-zaak overlegde raadsman mr. L. Spigt de rechtbank een brief van minister Andriessen van economische zaken. De minister verklaart daarin op verzoek van de verdediging dat de daadwerkelijke onderhandelingen over de overname van de RDM pas eind mei waren begonnen. Al in januari 1991 waren evenwel gesprekken tussen Van de Nieuwenhuyzen en RDM gevoerd. Maar van “onderhandelingen was toen nog geen sprake”, aldus Van den Nieuwenhuyzen.