Public relations

Columnist H.L. Wesseling hekelt in NRC Handelsblad van 17 maart public relations en voorlichting van universiteiten. Het is een gewaardeerd stijlmiddel voor columnisten om welbewust fictie en werkelijkheid te mengen, maar de component borrelpraat is dit keer erg hoog. Wesseling noemt één goede communicatie-uiting om aan te geven hoe het ook kan: het jaarverslag van het Institute for Advanced Study in Princeton. Dit prestigieuze onderzoeksinstituut profileert zich met wetenschappelijke prestaties en publikaties. De Amerikanen voelen het feilloos aan: 'Be good and tell it'.

Het getuigt niet van inzicht om jaarverslagen te vergelijken met corporate image-campagnes: doel en doelgroepen verschillen doorgaans aanmerkelijk. Er is een veel wezenlijker punt. Ik weiger te geloven dat erudiete bestuurders en bekwame managers zich laten ringeloren door hun voorlichters en PR-mensen. Ik ben er daarentegen van overtuigd, dat communicatie-professionals zich veel moeite getroosten om aan hun superieuren duidelijk te maken dat PR meer is dan het hanteren van communicatiemiddelen alleen. Dat het een mentaliteit is: om open, eerlijk en geloofwaardig duidelijk te maken wat mensen beweegt. En waarom, natuurlijk. Wesseling heeft een droom: hij zou het liefst verlost zijn van PR-mensen en voorlichters. De beroepsgroep hoeft niet te dromen. Zij moeten zich dag-en-nacht inzetten om de mogelijkheden van communicatie als beleidsinstrument duidelijk te maken. Ook al lijkt dat veel weg te hebben van missionarissenwerk.

    • P.F.M. van den Besselaar