Oude muziek

De recensie van Bachs Hohe Messe in NRC Handelsblad van 18 maart bevat een passage die exemplarisch is voor een fundamentele misvatting. Die passage luidt: “Bij een geslaagde uitvoering door een modern symfonieorkest 'zingt' de muziek aangrijpender dan bij die van een barokorkest, waarvan de samenklank per definitie nogal scherp en ielig is. Door de uitgesproken articulaties van een barokorkest heeft de muziek bovendien vaak de neiging in kleine brokjes uiteen te vallen.” Deze uitspraken suggereren feiten weer te geven maar ze zijn slechts geldig binnen een kader waarin het moderne (eigenlijk 19de-eeuwse) symfonieorkest normbepalend is. Met evenveel onrecht zou de samenklank van het moderne symfonieorkest als een ongedifferentieerde grauwsluier kunnen worden aangemerkt. De eigen klank van het barokorkest tegenover die van het moderne symfonieorkest vormt een belangrijke bestaansgrond voor beide. Het is een essentiële misvatting om de klankwereld van de één te beoordelen naar de normen voor de ander.

Het treurige is dat in deze krant de meeste recensies (met die van Ernst Vermeulen als zeer gunstige uitzondering) van 19de-eeuwse normen blijken uit te gaan, ook als het om oudere muziek gaat. Zoals poëzierecensenten niet dienen te vallen over een gemis aan rijm, moeten muziekrecensenten het klankkarakter dat barokorkesten per definitie eigen is, accepteren als kader voor hun kritiek. Doen ze dat niet dan gaan ze uit van een verkeerd kader, met als gevolg dat lezers worden misleid en musici ten onrechte gediskwalificeerd.

    • Drs. A.H. Idema