Lubbers geeft college: het gaat om meer banen en meer groei

LEIDEN, 24 MAART. Nederland moet harder werken. Maatregelen ter verbetering van de scheefgroei tussen het aantal werkenden en niet-werkenden moeten prioriteit krijgen bij de komende kabinetsformatie, aldus premier Lubbers gistermiddag in een gastcollege in Leiden.

Het gaat om meer banen en meer groei. Herverdeling van bestaand werk wees Lubbers af, maar harder werken en grotere flexibiliteit van de arbeidsuren gaan volgens hem hand in hand. Als voorbeeld noemde hij de wenselijkheid van langere openingstijden van winkels en bedrijven.

Ter afsluiting van de colleges openbare financiën mocht premier Lubbers in het Academiegebouw van de Leidse universiteit “omzien in verwondering”. Gedreven doceerde hij voor een overvolle zaal zijn verbazing en zijn zorgen. “Sommige dingen gaan nog slechter dan je vreesde, andere dingen gaan beter dan je hoopte”, sloot hij zijn betoog af.

Lubbers noemde de nog steeds verslechterende verhouding tussen het aantal inactieven en actieven, de zogenoemde I/A-quote, “het kernprobleem van Nederland”. Bij de komende formatie moet verbetering van de verhouding tussen werkenden en niet-werkenden “boven aan de agenda geplaatst worden en moeten alle afspraken getoetst worden aan verbetering van deze I/A-quote”, zei hij. Tegenover iedere 100 werkenden staan dit jaar 86 uitkeringsontvangers en gepensioneerden.

Puttend uit gegevens in het recente SER-advies over het sociaal-economisch beleid verklaarde Lubbers de groei van het aantal werkzoekenden door de inspanningen tot terugdringing van de verborgen werkloosheid in de WAO, door de gezinshereniging van gastarbeiders en de toestroom van asielzoekers. Het is volgens hem dringend nodig aan de onderkant van de arbeidsmarkt meer banen te scheppen. Voor deze laaggeschoolden wil Lubbers werk scheppen door gedurende een aantal jaren de aanvangslonen onder de laagste CAO-schalen - maar boven het wettelijk minimumloon - vast te leggen. Hun uitkeringen liggen nu ook onder de laagste CAO-schalen, maar ze hebben geen werk.

Volgens Lubbers moeten inkomensafspraken in CAO's niet langer algemeen verbindend verklaard worden waarmee ze dwingend worden opgelegd aan een hele bedrijfstak. Zowel de vakbeweging als de werkgeversorganisaties zijn fel tegen kabinetsvoorstellen om het zogenoemde AVV'en van CAO's af te schaffen. Lubbers zei zich als alternatief te kunnen voorstellen dat in CAO's bindende afspraken moeten worden gemaakt om mensen in dienst te nemen onder de laagste CAO-schaal.

Omziend in verwondering hekelde Lubbers de beeldvorming in de berichtgeving over het financieel-economische beleid. “Ik verbaas me over een aantal zaken”, zei hij en gaf als voorbeeld de wijze waarop de berekeningen van het Centraal Planbureau voor de komende kabinetsperiode een eigen leven zijn gaan leiden. Ter voorkoming van onbetaalbare verkiezingsbeloftes voor meer uitgaven is het CPB in zijn prognoses uitgegaan van een 'behoedzaam scenario' van slechts 1,75 procent groei. Ten onrechte is dit uitgelegd als zou er de komende jaren vrijwel geen economische groei zijn.

Ook met de overheidsfinanciën gaat het volgens Lubbers beter dan in de beeldvorming wordt voorgesteld. Lubbers bagatelliseerde de omvang van het overheidstekort - zo'n 20 miljard gulden per jaar - door deze te vergelijken met de jaarlijkse particuliere besparingen van ongeveer 50 miljard gulden. Particuliere besparingen zijn evenwel wat anders dan ontsparing door de overheid.

De belastinginkomsten zijn structureel hoger dan geraamd en worden vanaf dit jaar grotendeels teruggegeven in de vorm van lastenverlichting, betoogde de premier. Hij zei dat in 1995 de lastendruk weer op het niveau van 1990 zal zijn en ontkende dat het financieringstekort weer oploopt, zoals blijkt uit gegevens van het Centraal Economisch Plan van het CPB. Sinds 1990 is het tekort, zonder rekening te houden met incidentele dekkingen die het beeld volgens het CPB ongunstiger maken, volgens Lubbers met 1,8 procent van de nationale economie verminderd, terwijl de staatsschuld naar zijn zeggen geleidelijk minder wordt. “Wie over 'verfloddering' spreekt, heeft oogkleppen op. We hebben de strengste begroting sinds 1958. Het beeld dat de regering slordig met geld omgaat, klopt niet met de feiten”, zei Lubbers getergd.