Koningin Beatrix en visverwerkers

Als koningin Beatrix in juni een staatsbezoek aan IJsland brengt, wordt zij vergezeld door kassebouwers en visverwerkers. Voor die zakenlieden fungeert Beatrix als exclusieve public relations-attractie. Ze mogen hun IJslandse zakenrelaties uitnodigen bij evenementen als een receptie of een concert waar de koningin aanwezig is. Buitenlandse ondernemers ervaren het als een buitengewone persoonlijke attentie om in de buurt van de monarch te mogen verkeren, wat gunstig is voor de sfeer bij latere zakelijke besprekingen.

'Landen die koningshuizen hebben, gebruiken deze voor hun commerciële belangen' is de redenering bij het samenstellen van delegaties zakenlieden die de koningin mogen volgen. Dat betekent niet dat Beatrix zich direct met de zaken bemoeit. Haar vader prins Bernhard mengde zich vroeger persoonlijk in onderhandelingen van zakenlieden met wie hij op reis ging. Beatrix houdt afstand, zoals van een koningin wordt verwacht en voor haar monarchale public relations-rol is vereist.

Het koninklijk bezoek aan Japan in 1991 wordt algemeen beschouwd als absoluut hoogtepunt van Beatrix' inspanningen voor het Nederlandse zakenleven. De Nederlandse ondernemers konden toen hun Japanse relaties uitnodigen voor een receptie van de koningin en een concert in aanwezigheid van de Japanse keizer. De Japanners hadden nooit eerder de kans gehad hun eigen keizer in levende lijve te zien en zouden nu nog napraten over wat zij dankzij de uitnodiging van Nederlanders hebben mogen beleven.

Beatrix is het meest exclusieve dat Nederland ten behoeve van de handelsbevordering inzet. Na haar volgde de afgelopen tien jaar premier Lubbers, die ook met streng geselecteerde groepjes ondernemers op reis ging. Hij bemoeide zich soms met de problemen van een individueel bedrijf. Dat deed hij als er betalingsproblemen opgelost moesten worden of als hij, door druk uit te oefenen, kon helpen de laatste hindernissen te overwinnen voor het binnenhalen van een order.

Minister Andriessen (economische zaken) is weer een graad minder bijzonder als delegatieleider voor Nederlandse ondernemers in het buitenland. Staatssecretaris Van Rooy (buitenlandse handel), die zich in het buitenland minister mag noemen, is nog minder exclusief. Maar zij oogst bij de vertegenwoordigers van dikwijls middelgrote bedrijven die met haar meegaan, veel lof. Ze is bereid 's avonds laat nog in een hotelbar over de problemen van delegatieleden te overleggen.

Al die inspanningen nemen echter niet weg dat Nederland bij onderhandelingen niet de dezelfde druk als grotere landen kan uitoefenen. Nederland heeft niet het politieke gewicht van Duitsland en kan ook niet als Frankrijk zeggen : als we die opdracht krijgen, leveren we ook nog voor die prijs wat vliegtuigen of bouwen we een metrolijn. De reis van minister Andriessen met Nederlandse ondernemers naar China in 1992 was wat dat betreft uitzonderlijk. Hij bemoeide zich direct met besprekingen over orders, probeerde politieke druk uit te oefenen en stond onder politieke druk.

De Chinezen vertelde hij dat hij orders moest hebben omdat anders het parlement kon beslissen dat onderzeeërs aan Taiwan geleverd mochten worden. De meegenomen Nederlandse journalisten gebruikte hij om tegenover de Chinezen te tonen hoe kritisch zijn missie gevolgd werd. Volgens insiders maakten de Chinezen op hun beurt vervolgens gebruik van de haast die Andriessen met zijn delegatie had, door uitzonderlijk lagere prijzen te bedingen.

Traditionele exportbevordering is ongebruikelijk geworden. Nu wordt meer gesproken over internationalisering van het Nederlands bedrijfsleven: een mengsel van zaken als export, investeringen en toerisme. De Economische Voorlichtings Dienst (EVD) van het ministerie van economische zaken verstrekt vooral zakelijke informatie over landen. Het Nederlands Centrum voor Handelsbevordering (NCH), dat lang in opdracht van de EVD Nederlandse promotie in het buitenland verzorgde, had ooit 160 personeelsleden. Nu zijn het 18 mensen die zonder de financiering van de EVD zelf moeten bedenken hoe ze handelsdelegaties en Nederlandse promotie op buitenlandse beurzen rendabel kunnen opzetten.

Het Nederlandse midden- en kleinbedrijf kan een beroep doen op ongeveer 130 instanties die zich bezighouden met bevordering van commerciële betrekkingen met het buitenland. Van kamers van koophandel tot adviesbureau's, banken, gemeentelijke en provinciale bureau's. Ze bieden soms zeer gespecialiseerde kennis, maar beschikken geen van allen over de exclusieve public relations mogelijkheden van koningin Beatrix.

    • Ben van der Velden