Kloof van haat is in Israel niet meer te overbruggen

TEL AVIV, 24 MAART. Sedert de historische handdruk tussen premier Yitzhak Rabin en PLO-leider Yasser Arafat op 13 september vorig jaar op het bordes van het Witte Huis is er nooit zoveel spanning en haat tussen Israeliërs en Palestijnen geweest als deze dagen het geval is.

Het diepteffect van de door de kolonist Baruch Goldstein begane massamoord in de moskee in Hebron, een maand geleden, knaagt aan de pijlers waarop een Israelisch-Palestijnse verzoening kan worden gebouwd. Wegens de aanzienlijke vertraging van het vredesproces, aanhoudende acties van speciale Israelische eenheden tegen “gezochte Palestijnen”, voortgezette bouw in de nederzettingen, zeker in “groot-Jeruzalem”, verliezen de Palestijnen hun vertrouwen in de vredeskansen en daardoor ook in Yasser Arafat. Israels leiders maken zich zo langzamerhand evenveel zorgen over de positie van Arafat als leider van het Palestijnse volk als om het vredesproces met de Palestijnen zelf.

Terwijl Rabin door zijn ideologisch gemotiveerde tegenstanders in Israel als “verrader” wordt bejegend is Yasser Arafat voor nogal wat Palestijnen een “gemene collaborateur” van de Israelische bezetter geworden.

De Palestijnse leider kan zijn zwaar geschonden geloofwaardigheid alleen nog redden indien hij van Rabin toegevingen weet te ontfutselen die het ideologisch hart van de Israelische nederzettingenpolitiek raken. De moord in Hebron heeft hem sterke morele argumenten gegeven om daaraan te tornen. Daarom heeft deze wandaad op een voor Rabin hoogst ongelukkig politiek moment de Palestijnse bal op de Israelische speelhelft gebracht. Niet ten onrechte ging Rabin er vóór het bloedbad in Hebron vanuit dat ten minste de eerste fase van de Palestijnse bestuursautonomie kon worden gerealiseerd zonder dat er ook maar één nederzetting in de bezette gebieden hoefde te worden ontruimd.

Nu staat Hebron op de agenda, nu is er sprake van de komst van internationale waarnemers naar de stad, nu ziet het er naar uit dat de regering Rabin zal beslissen om de joodse aanwezigheid in het hart van Hebron ongedaan te maken. Veel eerder dan hij had gewild is de ideologische binnenlandse strijd- nog zonder wapens- over de nederzettingenpolitiek uitgebroken. Wie dezer dagen goed naar Rabin en zijn strijdbare minister van buitenlandse zaken Shimon Peres luistert weet dat zij in hun hart al hebben besloten om de joden uit het centrum van Hebron te ontruimen.

Beiden beseffen dat het niet veel langer mogelijk is 120.000 Palestijnen in Hebron voor de veiligheid van 415 religieuze joden, onder wie nogal wat extremisten, onder een uitgaansverbod te houden. Iedere mogelijkheid voor vreedzame coëxistentie tussen joden en Israeliërs in het hart van de stad, waar eens de oude joodse buurt was, die in 1929 door een Palestijns pogrom werd getroffen, is verkeken. Niet alleen in Hebron.

Niet alleen de moord in de stad der aartsvaders heeft Israels naam onder de naties besmet, misschien meer nog de steun en het begrip voor Goldstein bij segmenten van de Israelische bevolking. Gelijktijdig is de kloof van haat tussen kolonisten en Palestijnen niet meer te overbruggen.

Oost-Jeruzalem is voor heel veel Israeliërs zo langzamerhand vijandelijk gebied geworden. Een toerist die een taxichauffeur bij een hotel in Jeruzalem vroeg hem naar het oostelijk stadsdeel te rijden kreeg een dezer dagen tot antwoord: “Daar heb ik een tank voor nodig”.

Israelische krantenbezorgers zijn bang de ronde in hun Arabische krantenwijken in oost-Jeruzalem te doen en het personeel van Bezek, de telefoondienst laat zich ook liever niet meer in oost-Jeruzalem zien. In de nederzettingen begint de angst voor Palestijnse wraak en de Palestijnse politie ook hysterische vormen aan te nemen. Een van de redenen dat de prijzen van huizen in Israel stijgen en volgens makelaars zullen blijven stijgen is dat kolonisten al naar woningen zoeken om de nederzettingen te kunnen verlaten. Huizen daar zijn zo langzamerhand onverkoopbaar geworden.

De 'geografie van de angst' zoals het blad Ha'arets het gisteren definieerde begint dus langzaam maar zeker de scheidslijnen tussen Israeliërs en Palestijnen aan te geven. De moord in Hebron heeft voor Rabin deze ontwikkeling te vroeg aangezwengeld. Graag zou hij het probleem van de ideologische Israelische nederzettingen in een later tijdstip hebben willen aansnijden, zoals trouwens ook in het akkoord van Oslo is voorzien.

Dat hij nu al in de gevoeligste plek, Hebron, zijn tanden moet zetten is het gevolg van de kogels uit het geweer van Goldstein die in de moskeeruimte in Hebron 29 Palestijnen doodden. Makkelijk zal het hem en zijn regering niet vallen om een streep te zetten door de historisch zo beladen joodse aanwezigheid in Hebron omdat voor de religieus en nationalistisch genspireerde oppositie aantasting van de joodse historische rechten in Hebron om welke reden dan ook het begin vormt van de terugkeer naar de grenzen van 1967.

Israel gaat nog zware tijden tegemoet omdat het geregeerd wordt door een regering die terwille van een vredesregeling met de Palestijnen politieke motieven boven messiaanse verwachtingen plaatst.