Jarig

Maandag word ik 56. Alsjeblieft geen opmerkingen zoals 'dat had ik niet gedacht' en zeker niet 'hoelang nog?' Soms dringen zich beelden op uit mijn vijfde levensjaar zo sterk dat ik weer vijf ben, nog steeds dezelfde: leeftijdloos levend, een bewijs voor het bestaan van de ziel. Maar vaak voel ik mij oudere docent, omdat mijn omgeving het me inpepert.

Op school loopt een man rond die grote hoeveelheden brood verorbert waarvan hij een reservevoorraad in een plastic tas bij zich draagt. Zijn eetgewoontes wekken een eindeloze min of meer geestige stroom opmerkingen. Nadat ik hier een jaar of tien mijn aandeel in had geleverd, bedacht ik me dat hij dat misschien niet leuk zou vinden. Ik zeg tegenwoordig niets meer bij de lunch.

Zo ben ik wel eens uit mijn vel gesprongen over de decennia lang te berde gebrachte stroom grapjes over mijn ouderdom afkomstig van zes jaar jongere collega's, die inmiddels zelf opgegroeid zijn tot oude, grauwe mannen.

Leraren worden sneller oud dan andere mensen omdat het leeftijdsverschil met de leerlingen, waartussen zij verkeren, toeneemt. Daar staat tegenover dat de jeugd hen voorziet van energie die hen jong houdt. Ze verouderen dus ongeveer even snel als gewone mensen. De twee tegengestelde invloeden veroorzaken een merkwaardig uiterlijk te omschrijven als “voorzien van een korrelige aura”. Hieraan zijn zij als oudere leraar te herkennen.

Ook voor deze mensen zorgt de overheid. Zo vertelden de minister en bonden in het najaar vol enthousiasme dat zij een geweldige regeling voor de oudere docenten hadden gemaakt: de Bapo. “Wat fijn”, dacht ik, altijd vertrouwen stellend in gezagsdragers. Jawel hoor, ik mag komend jaar korter werken en krijg voor de niet gewerkte uren nog geld toe. Dat voorkomt dat ik te jong door ziekte moet afhaken. Voor de uren die ik niet werk, kunnen jongeren aan de slag. Keurig!

Maar ik voel slechts verontwaardiging en ergernis over de mierenneukers, de hautaine en weerzinwekkende regelneven die weer een nieuwe regeling bedachten. Het ergste is hun leugenachtigheid. Laat ik de buitenstaander niet vervelen met CAO-afspraken, zo ingewikkeld dat iedere directie er een kunstkop van krijgt en iedere betrokkene een maagzweer. Het komt er op neer dat duizenden oudere docenten met ingang van volgend jaar naar keuze honderden guldens per maand minder gaan verdienen ofwel tot 8 uur per week langer gaan werken dan op dit moment.

Enkele jaren geleden werden jonge leraren benadeeld door de HOS-regeling die een drastische verlaging van de beginsalarissen inhield. Een onverwacht neveneffect: voor jaren werd het beeld van het beroep leraar bedorven. De bonden moesten door de bocht want de zogenaamde Na-hossers werden opstandig. “Dan pakken we de oudsten”, redeneerden bonden en minister en bedachten de Bapo-regeling. “Dat kan geen kwaad. Op termijn leidt de Bapo tot minder ledenverlies voor de bonden dan de Hos. Oudere leraren verdwijnen van nature na een paar jaar.”

De Bapo-regeling heeft als doel de doorstroming te bevorderen. Bapo is (heus!) de afkorting van “Bevordering Arbeidsparticipatie Ouderen”. Het klopt. Veel van mijn leeftijdgenoten kiezen met veel sjagrijn voor een langere werkweek in plaats van minder geld.

Niet zeuren, ik zal dadelijk m'n Bapo-briefje invullen, een rennie nemen en aan iets anders gaan denken. O ja, kom zondagmiddag langs voor een drankje wegens mijn verjaardag.