GIULIETTA MASINA 1920 - 1994; Muze met een grimas

In stilte dacht iedereen die november vorig jaar de gebroken Giulietta Masina zag bij de uitvaart van Federico Fellini, met wie ze een halve eeuw en een paar dagen getrouwd was, dat ze hem niet lang alleen zou laten. De trouw van Masina aan haar echtgenoot had hij in grote lijnen altijd beantwoord: niet letterlijk, niet lichamelijk, maar wel door zijn oeuvre min of meer op te dragen aan zijn muze. Gisteren overleed Masina, 74 jaar oud, in een Romeins ziekenhuis aan de gevolgen van een tumor, die zich was begonnen te manifesteren vlak na de eerste beroerte van haar man.

Giulia Anna Masina, geboren op 22 februari 1920 in een dorpje vlakbij Bologna als de dochter van een onderwijzer, was aan het begin van de jaren veertig naar de hoofdstad gekomen om taalwetenschap te studeren. Via het studententoneel belandde ze bij de radio, waar ze meedeed aan een door de jonge Federico Fellini geschreven hoorspel. Weinig later trouwden ze. Masina's eerste filmrollen waren te zien in produkties, waar Fellini aan meegeschreven had, zoals Rossellini's Paisà (1946), de bekroonde bijrol in Lattuada's Senza pietà (1947), Comencini's Persiane chiuse (1948) en vooral Fellini's regiedebuut Luci del varietà (1950). De rol daarin van Melina Amour had alle kenmerken van Masina's door Fellini gecreëerde vaste personage: de versmade of gevallen vrouw, verraden door haar grote liefde, die overleeft met een melancholieke grimas. Het beroep van kunstenmaakster of prostituée was de redding van Masina's personages, die wisten dat de show door moet gaan en dat een glimlach wonderen doet. Het gold vooral voor het hoertje Cabiria, dat Masina al speelde in Lo sceicco bianco (1952), maar natuurlijk vooral in de klassieke Fellini-film Le notti di Cabiria (1957), een hommage aan de goedheid en de goedgelovigheid.

Het filmpubliek zal zich Masina altijd het meest blijven herinneren als het kermismeisje Gelsomina in La strada (1954), de internationale doorbraak van Fellini, al was het maar om haar vrolijk-droevige ogen. De meest gecompliceerde rol speelde ze echter in het zeer psychoanalytische en persoonlijke Giulietta degli spiriti (1965), als een welgestelde mevrouw (die ze inmiddels ook was), achtervolgd door droombeelden uit het verleden, zoekend naar bevrijding.

De apotheose van de samenwerking tussen Fellini en Masina was Ginger e Fred (1985), waarin ze tegenover Federico's alter ego Marcello Mastroianni speelde als de helft van een danspaar op leeftijd, terend op het verdwenen verleden.

De bijdrage van Masina aan andermans films is altijd beperkt gebleven. Niemand wist goed gebruik te maken van haar grote, ongebruikelijke talent, en de regisseur deed dan maar een beroep op de uiterlijke charme van haar verschijning, zoals in Duviviers Das kunstseidene Mädchen (1959), Forbes' The Madwoman of Chaillot (1969) of Jakubisko's Frau Holle (1985). Masina's laatste rol, in de Franse film Aujourd'hui peut-être (1991), bleef zo goed als onopgemerkt.

Over de preciese aard van de relatie tussen Masina en Fellini, die misschien meer dan waar ook in de filmgeschiedenis privéleven en werk op een ingewikkelde manier weerspiegelde, zullen hun biografen pas over lange tijd de details onthullen. Voorlopig kan wel vastgesteld worden dat mannen en vrouwen elk om hun eigen redenen Masina bewonderden: als het eeuwige slachtoffer van mannelijke ontrouw of als het bewijs dat echte liefde en trouw daar niet door hoeven te worden aangetast.

    • Hans Beerekamp