Geen Romein herkent Berlusconi's tegenstander

ROME, 24 MAART. Onopgemerkt loopt Luigi Spaventa tussen de mensen die op en neer kuieren tussen piazza Navona en het Pantheon, in het hart van het oude Rome. Uitnodigend kijkt hij naar links en rechts, maar niemand groet hem, niemand scheldt hem uit.

De meeste mensen kennen hem niet, deze 60-jarige man in een te korte en te krappe regenjas, ook al is hij bijna een jaar minister. Toch is Spaventa, gelieerd aan de ex-communistische Democratische Partij van Links, de man die in staat wordt geacht mediamagnaat Silvio Berlusconi te verslaan.

Spaventa is de kandidaat van de Progressieven, de linkse coalitie, in het district Rome 1. Dit is het hart van de hoofdstad. Berlusconi had het voor zichzelf gereserveerd, wegens de symboolwaarde. Hier is het centrum van de politieke macht, hier staan het parlement, het presidentiële paleis en palazzo Chigi, het Italiaanse Catshuis.

Berlusconi voelde zich veilig. Hij wijdde zich aan het land en heeft zich in zijn eigen district nauwelijks laten zien. Maar zijn medewerkers zijn steeds vaker en ongeruster gaan bellen dat hij toch moest komen. Volgens opiniepeilingen komt de zege in gevaar. De kandidaat van het centrum, oud-nieuwslezer en oud-christen-democraat Angelo Michelini, weigert de handdoek in de ring te gooien en houdt zo een blok stemmen vast dat anders waarschijnlijk naar Berlusconi zou gaan. En het linkse blok is sterker dan was verwacht.

“Spaventa? Wie is dat?” deed Berlusconi geringschattend toen hij begin deze maand even in Rome was. En daarna, in een woordenspel: “Spaventa non mi spaventa - Spaventa maakt mij niet bang. Ik moet om hem lachen. Laat hij eerst maar eens doen wat ik heb gedaan. Laat hij een groep oprichten zoals de mijne. Laat hij een paar (voetbal)bekers winnen. En laat hij dan nog maar eens terugkomen.”

Het is typerend voor de stijl-Berlusconi. Nauwelijks of geen debat met zijn directe tegenstanders, vertrouwend op de tv als campagnemedium, zijn eigen televisie waar sinds een paar dagen zelfs de spelletjesleiders oproepen om op Berlusconi te stemmen. Spaventa is geen partij voor mij, is de boodschap.

De betrokkene haalt zijn schouders op. “We zullen zien”, zegt hij. Dag in dag uit heeft Spaventa de afgelopen weken campagne gevoerd. Van de winkeliersvereniging naar het bejaardentehuis, van de wijkraad naar huisvrouwenorganisatie. De vermoeidheid staat op zijn gezicht getekend, maar hij weet van geen wijken. “Ik moet het wel zoeken in het directe contact met de mensen, want ik heb geen tv”, zegt hij.

Een publiekstrekker is het niet, deze zestiger met zijn kortgeknipte grijzende haar. Als minister van begroting in het kabinet van premier Ciampi is hij weinig in de publiciteit gekomen, hoewel zijn staat van dienst onberispelijk is. Maar het maakt indruk dat deze hoogleraar politieke economie Berlusconi op economisch gebied met de cijfers om de oren slaat. En bovendien profiteert Spaventa van een algemeen gevoel dat links er minder slecht voor staat dan opiniepeilingen wilden doen geloven.

In de laatste twee weken voor de verkiezingen, komende zondag en maandag, is de publikatie van opiniepeilingen verboden. Bijna twee weken terug stond rechts nog duidelijk op winst. Maar de acht partijen die zich achter het label Progressieven verschuilen, putten moed uit hun overtuiging dat de kritiek op Berlusconi effect begint te krijgen. “Hij heeft helemaal geen recept voor de economie, hij doet alleen maar een loze belofte over een miljoen nieuwe arbeidsplaatsen”, zegt Spaventa, professoraal aan zijn lege pijp trekkend in een pauze van zijn campagne. “Berlusconi vertegenwoordigt een populistisch soort rechts, bijna Zuidamerikaans. Hij belooft belastingverlaging en doet nog meer beloftes die het begrotingstekort ernstig in gevaar brengen.”

Zo komt hij bij een van de paradoxen in deze verkiezingscampagne: de linkse oppositie paradeert met een minister uit het zittende kabinet en belooft voortzetting van het huidige economische beleid. Continuïteit is de toverspreuk waarmee de Progressieven na een halve eeuw oppositie de angst voor een links kabinet proberen te bezweren.

De landelijke voorman van links is Achille Occhetto, leider van de ex-communistische Democratische Partij van Links (PDS). Hij is in Londen geweest om daar, met een tolk, de handelaars in de City kalmerend toe te spreken en reisde ook naar Brussel om te onderstrepen dat de NAVO voor de PDS nog volop toekomst heeft.

Met hun tweedjasjes en wollen vest onder het colbert, het uniform van regierungsfähig links, hebben voormannen van de PDS tientallen van dergelijke ontmoetingen gehad in binnen- en buitenland. Links wil duidelijk maken dat het communisme voltooid verleden tijd is.

Dat lukt niet altijd. Tot de linkse coalitie behoren ook de hardliners van Communistische Heroprichting. Zij hebben hun coalitiegenoten bij herhaling schrik aangejaagd, met voorstellen alle buitenlandse immigranten die er nu in het land zijn, een verblijfsvergunning te geven of met uitspraken dat de NAVO geen reden van bestaan meer heeft.

De meningsverschillen bij links laaien echter minder fel op dan die binnen de rechtse coalitie, waar Umberto Bossi van de protestpartij Lega Nord zich steeds verder in het nauw gedreven voelt. De voorstellen van Communistische Heroprichting spelen volgens Spaventa geen grote rol in het linkse programma. “Wij zullen de lijn van Ciampi voortzetten”, zegt hij. Het beste bewijs daarvoor is dat de partijloze Ciampi, oud-gouverneur van de Centrale Bank, zelf de onofficiële kandidaat van links voor het premierschap is - overigens ook bij gebrek aan sterke kandidaten uit eigen kring.

Op zijn wandeling door het centrum houdt hij even halt bij een standje van de Progressieven, die hem natuurlijk wel herkennen. Ze hebben een grote foto opgehangen waarop Berlusconi samen met de voormalige socialistische leider Bettino Craxi staat, diens vriend en politieke beschermheer totdat de corruptieschandalen hem velden. Voorbijgangers krijgen een pamflet in handen gedrukt met tien redenen om niet op Berlusconi te stemmen: omdat de zwaksten in de samenleving niet in gevaar mogen komen, omdat het onderwijs en gezondheidszorg moeten worden hervormd en niet afgebroken, omdat het beste middel in Italië om mensen minder belasting te laten betalen niet belastingverlaging is, maar iederéén belasting laten betalen.

“Ik vertrouw Berlusconi niet”, zegt een jonge vrouw die net een pamflet heeft aangenomen. “Hij is de politiek ingegaan om zijn eigen belangen te verdedigen. Berlusconi zit diep in de schulden en heeft problemen met zijn tv-zenders en met zijn warenhuizen. In deze campagne verdedigt hij alleen maar zichzelf.” Een wat oudere voorbijgangster is het daar helemaal niet mee eens. “Ik vertrouw hem en ik stem op hem. Iemand die erin is geslaagd te doen wat hij heeft gedaan, moet een kans krijgen om te proberen de zaken wat te veranderen.”

“Links is alleen maar tegen Berlusconi en heeft nauwelijks een eigen programma”, zegt een man. “Ze zijn bang. Drie maanden geleden dachten ze dat ze zeker waren van de overwinning, en toen is Berlusconi gekomen en die heeft ervoor gezorgd dat er een rechtse alliantie is gevormd.”

“Wij gaan winnen”, had Spaventa gezegd voordat hij doorliep naar zijn volgende afspraak. Links ruikt zijn kans. Misschien hebben de opiniepeilingen gelijk en halen Berlusconi en zijn medestanders de meeste stemmen. Maar er wordt op gespeculeerd dat geen van de drie blokken een absolute meerderheid krijgt. En net als andere leiders van links lonkt Spaventa naar het centrum, voor een mogelijke regeerakkoord na de verkiezingen: “Er gaapt een grote kloof tussen rechts aan de ene kant en links en het centrum aan de andere.” Alleen aan de macht of met het hernieuwde centrum - na vijftig jaar in de oppositiebanken maakt dat voor links geen wezenlijk verschil.