Duitse aanpak van Koerden harder

BONN, 24 MAART. Duitsland gaat harder optreden tegen het geweld van leden van verboden Koerdisch-socialistische partij PKK en hen desnoods uitwijzen. Hun blokkade-acties op Duitse autowegen, brandstichtingen en aanvallen op de politie van de afgelopen dagen noemde kanselier Helmut Kohl gisteren “een onverdraaglijk misbruik van het gastrecht, dat we niet zullen aanvaarden”.

Bij het geweld van de afgelopen dagen zijn meer dan honderd politiemensen gewond geraakt, in enkele gevallen hadden actievoerders geprobeerd agenten met benzine te overgieten en in brand te steken. In heel Duitsland zijn sinds zondag honderden Koerdische geweldplegers gearresteerd, hun gedrag krijgt grote aandacht in de media en raakt grote delen van de bevolking sterk. Behalve het verbod van de PKK nemen activistische Koerden het de Duitse regering vooral kwalijk dat zij wapens aan Turkije levert, grotendeels uit oude Oostduitse legerbestanden, die in Turkije tegen de Koerdische minderheid worden gebruikt.

Kohl waarschuwde gisteren dat van de 1,8 miljoen Turken in Duitsland 450.000 Koerden zijn en dat van die groep 40.000 met de PKK sympathiseert. “Juist daarom moeten we tegen die gewelddadige minderheid zonder pardon optreden”, zei de kanselier. “De daders moeten weten dat ze op zware straffen kunnen rekenen en bovendien op uitwijzing”, zei Kohl, die zonodig een wijziging van het geldende vreemdelingenrecht wil voorstellen. Hij riep de Duitse deelstaten op om ook een hardere lijn te kiezen. De zestien regionale ministers van justitie en van binnenlandse zaken hebben daartoe gisteren besloten.

Vrijwel direct na Kohls aankondiging van een hardere lijn, bleek gisteren her en der in Duitsland ook scepsis over de uitwijzing van activistische Koerden. Uit een oogpunt van handhaving van mensenrechten mag niemand worden uitgewezen die in eigen land met foltering of de dood wordt bedreigd, zei bijvoorbeeld de minister van binnenlandse zaken van de deelstaat Noordrijn-Westfalen, Herbert Schnoor (SPD), gisteravond. Volgens hem zal die vraag per geval afzonderlijk moeten worden bekeken. “Dat wordt heel moeilijk want daarvoor is kennis nodig van de toestand in het gebied waar een uitgewezene terechtkomt”, zei hij.

    • J.M. Bik