Die onbegrijpelijke knopjes

Het leven begint pas bij de VUT. Maar veel vitale koopkrachtige bejaarden hebben moeite met de gebruiksvoorwerpen die het moderne leven zo aangenaam maken. Gerontechnologie moet uitkomst bieden.

Een overmaat aan gebruiksgoederen als magnetrons en cd-spelers is toegesneden op gezonde jonge mannen van 1,85 m met veel technisch inzicht - het evenbeeld van de produktontwerper. “Ontwerpen volgens het egotype,” vindt prof. dr. J.M. Dirken, hoogleraar Industrieel Ontwerpen aan de TU Delft. Het gevolg is dat ouderen - die dit soort apparaten nogal eens van hun kinderen cadeau krijgen - er niet mee overweg kunnen en ze verder ongebruikt in de kast sluiten.

In de vakgroep Produkt en Systeemergonomie van de TU Delft wordt sinds anderhalf jaar onderzoek gedaan naar gerontechnologie: het produktontwerpen voor ouderen. Eerder hield Dirken zich al bezig met psychologische en biologische aspecten van gerontologisch onderzoek. De onderzoeksgroep bestaat op dit moment uit vijf stafleden en enkele doctoraalstudenten. In samenwerking met de industrie - die nog weinig gewend is speciaal voor ouderen te werken - wil ze de produktontwikkeling verbeteren.

De catagorie 'ouderen' is nog maar pas door de markt ontdekt. 'Het leven begint bij de VUT,' roepen de reisbureaus in koor. Van een 'mild soort gehandicapten' zijn zestig plussers gepromoveerd tot vitale, koopkrachtige senioren. Dirken: “Dat neemt niet weg dat een aantal vermogens fors is achteruit gekacheld. Bovendien zijn ouderen vaak opgegroeid met andere gebruiksvoorwerpen en toestellen dan de high-tech spullen die tegenwoordig in zwang zijn.”

Het Delftse gerontechnologische onderzoek loopt langs drie lijnen. In de eerste plaats worden ouderen gericht geobserveerd. Dat levert informatie op over hoe zestig plussers gebruiksgoederen hanteren en welke problemen ze daarbij ondervinden. De TU-onderzoekers werken hierbij samen met de stichting 'Ouderen aan de knoppen' in Amstelveen. Die organiseert bijeenkomsten waar ouderen met spullen als vaatwasmachines en flappentappers leren omgaan. Inmiddels heeft de Delftse vakgroep de beschikking over een vracht videobanden.

Meetopstellingen

In vervolg hierop wordt door Bea Steenbekkers, vorig jaar gepromoveerd op de lichamelijke ontwikkeling van kinderen voor zover van belang voor produktontwerpen, laboratoriumonderzoek voorbereid. Zij wil nagaan welke capaciteiten bij ouderen achteruit gaan en welke daarvan voor het produktontwerpen relevant zijn. Steenbekkers: “We kijken naar lichaamsmaten, naar krachten die ouderen nog kunnen uitoefenen, naar fijne motoriek, gehoor, gezichtsvermogen en tastzin, maar ook naar cognitieve zaken als logisch inzicht. Die variabelen willen we kwantificeren, dat hebben ontwerpers graag. Daar bedenken we meetopstellingen voor, hier in het lab, bij de mensen thuis of in speciaal ingerichte meetwagens.”

Omdat bejaarden onderling zo verschillen - veel meer dan dertigers - zijn flinke aantallen proefpersonen nodig om tot zinnige conclusies te komen. De gerontologische literatuur is daarbij maar beperkt toepasbaar. Zo zijn onderzoeksresultaten van medici of psychologen voor de industrieel produktontwerper weinig interessant: de omstandigheden waaronder in die professies capaciteiten worden gemeten zijn te ideaal, te zuiver. Steenbekkers: “Als ontwerper heb je te maken met de alledaagse werkelijkheid en die zit vol ruis.”

De praktijkrichtlijnen die het Delftse laboratoriumonderzoek oplevert kunnen studenten Industrieel Ontwerpen - die lang niet allemaal Ferrari-dashboards willen ontwerpen - in afstudeeropdrachten uitwerken en toetsen. Op het ogenblik lopen er in samenwerking met het bedrijfsleven vier projecten: een nieuwe logica voor het bedienen van keukenapparatuur, consumentenelektronica, rijwielen en slaapkamermeubilair. Steenbekkers: “Ouderen snappen de gebruiksaanwijzing van moderne inductiekookplaten niet. Meerdere functies op één knop is ook vragen om moeilijkheden. En bij het koken van een ei zijn ze gewend een andere volgorde aan te houden als die de fabrikant veronderstelt. Dan gaat het mis. Wij proberen nu een logisch bedieningssysteem te ontwerpen dat gebruikers die verschillende wegen kiezen toch naar hetzelfde eindresultaat leidt.”

Spartamet

Inmiddels heeft deze derde Delftse onderzoekslijn zijn eerste resultaten opgeleverd. Krachtmetingen wezen uit dat de kleinste versnelling bij fietsen met drie versnellingen lichter moet, opdat ouderen beter met wind tegen een brug op kunnen. En afstandsbedieningen zouden er een stuk hanteerbaarder op worden als de knopjes die je niet dagelijks gebruikt onder een schuif zouden zitten, of aan de achterkant: de knoppen waar het werkelijk om gaat kunnen dan groter worden uitgevoerd.

Vaak geldt dat gerontechnologie goed is voor iedereen. Dirken: “Als je een oplossing hebt voor ouderen is die meestal tegelijk handig voor jongeren die, zoals onderzoek heeft aangetoond, soms net zo goed moeite hebben met moderne spullen.”

Niet altijd draagt de produktontwerper schuld. Dirken: “Toen ouderen weigerden betaalautomaten te gebruiken dacht men dat het kwam door hun mindere korte-termijn-geheugen. In werkelijkheid bleek een gevoel van onveiligheid, dat betaalautomaten in open vlaktes oproepen, een veel belangrijker rol te spelen. Onderzoek naar industrieel produktontwerpen heeft een forse gamma-component.”

Wat blijft is dat een koffiekan voor ouderen nooit zal doorbreken. Dirken: “Het fietsmodel Abraham is niet voor niets geflopt. Zodra een produkt stigmatiserend werkt kun je er gif op innemen dat het commercieel mislukt. Mensen willen niet op hun ouderdom aangesproken worden. Het bedrijfsleven weet dat. Reclamemakers zetten niet voor niets een yup op de Spartamet.”

    • Dirk van Delft