De Supper Club is terug; Diners voor alle zintuigen

De Supper Club, Amsterdam. Wo t/m za 20-1u. De keuken sluit om 23u30. Meestal is er een basis-menu bestaande uit vier gangen, prijs ca ƒ 65,-. Vooraf reserveren: 020-6380513, aan de telefoon wordt ook het adres vermeld.

Van 6 t/m 10 april presenteert de Supper Club 'het ideale diner' van Erwin Olaf, de eerste in een maandelijkse reeks waarbij een gast-maître het menu en de inrichting mag bepalen. Verwacht worden nog modeontwerper Alexander van Slobbe en tv-presentator Geert Jan Dröge. Voor gegevens over het diner van Erwin Olaf: 020-6390034.

“Zitten of liggen?”, vraagt de stem aan de andere kant van de lijn. Pardon? “Of u zittend of liggend wil eten?” Bij restaurant de Supper Club kan het allebei.

In een donker, opgebroken steegje in het hart van Amsterdam is de Supper Club verscholen. In het midden van het restaurant staat één grote tafel, aan de kant liggen matrassen. Op de grond staan rijen schoenen, de gasten liggen in kousenvoeten aan. In de open, wit betegelde keuken 'experimenteert' Thorbald Voss: “Het eten mag mislukken.” De chef-kok is tevens schilder, het restaurant zijn atelier.

We zitten. Tegenover ons op de matras liggen een jongen en een meisje. Zij zit, hij ligt. Uit de speakers komen de Bee Gees en Jimi Hendrix.

De Supper Club werd in 1990 opgericht als reizend restaurant. In een discotheek, kerk, kasteel, laboratorium of bos organiseerde het 'diners voor alle zintuigen'. Het laatste op de afscheidsdag van museum Fodor. Nu beweegt de Supper Club alweer bijna een jaar binnen vier muren.

Die avond kunnen we kiezen tussen een 'slow' en een 'fast' menu. Bij beiden begint het feest met een sushi-plankje. Op een uitgespreid visvelletje ligt tonijn, rog tempura, verse mierikswortel en een stevig rijstrolletje met paling. Heldere lamsbouillon van het slow-menu volgt met losse stukjes reerug. De bouillon is zacht van smaak, de reerug mals.

Tegenover ons is het stel inmiddels van houding veranderd: hij zit, zij ligt. “Reuze onhandig dat liggen”, zegt de chef-kok later. “Maar ze vechten om die plekken.”

Terwijl we met spijt het laatste hapje reerug doorslikken, bereidt in de keuken de chef met een vlammenwerper tandoori-broden voor de 'balti', een Indiaase curry. Voor het slow-menu een langoustine-balti met aubergine, voor het fast-menu een kip/spinazie-balti. Vol verlangen hangen we boven de kleine wok waarin we het gerecht gepresenteerd krijgen. De balti is niet te scherp, de langoustine niet overheersend en de aurbergine en spinazie niet tot pulp gekookt. Aan de rand van de wok hangen een soort eierdoppen met daarin raita (yoghurt-komkommersaus) en een kokoschutney. Te weinig, we willen meer.

Achter ons is een groepje gasten vast bezig met uitbuiken, de armen boven het hoofd gestrekt. Voor ons liefkoost het meisje de maagstreek van haar vriendje. Beiden liggen nu en bekijken de schilderijen tegen het plafond: engeltjes die door kreeften in hun billen worden gebeten en een voorstelling van de anatomische les van Rembrandt waarbij de chef-kok/schilder zelf het voorwerp van snijden is.

Dan het toetje. Grote borden versierd met slierten witte en bruine chocolade. Tijmbrullée die niet naar tijm smaakt, maar wat geeft het. We worden blij van de vrolijkheden op de borden: een glas cognac, een sigaar, eigengemaakte pralines, lauwe vijgen en 'blanc manger', een soort bavarois. Waren we maar gaan liggen.

Waarom het menu van de Supper Club beschrijven? Waarom zeggen dat je at van een placemat met daarop een gemonteerde foto met Andy Warhol? “Niets staat vast, alles is mogelijk”, zeggen Thorbald Voss en 'creatief adviseur' Dagan Cohen de volgende ochtend in het nu lege restaurant. De matrassen zijn afgehaald, de lakens worden gewassen.

'Saai en slaafs' noemt Voss de restaurants waar hij tot nu toe werkte. Voss begon zijn loopbaan in De Kersentuin in Amsterdam, en kookte in New York en Hongkong. “Tot in de details was alles onderworpen aan wetten en strakke regels, en dat al zo lang.” In de Supper Club wisselt het menu met de stemming van de chef. Als hij morgen zin heeft alleen maar snacks te maken, dan maakt hij alleen maar snacks. Of zijn gasten dat nu lekker vinden of niet.

Het interieur verandert ongeveer elke twee weken. Een tijdje geleden bijvoorbeeld waren de muren beschilderd met stierebloed. Ooit werden gerechten per opbod verkocht, de vis geserveerd met geplastificeerde tuinkruiden en de desserts versierd met bladgoud. Eerder waren als supplementen bij het menu tongzoenen, massage en gedichten verkrijgbaar. “Voor matras 1 Piet Paaltjens bij de balti”, klonk het dan door de ruimte. En toen motel-eigenaar Van der Valk was gearresteerd wegens vermeende fraude, serveerde de Supper Club - uit symphatie met de man - vanaf originele, bruingerande Van der Valk-borden het 'Van der Valk menu': rib-eye met patat en appelmoes.

“En zo zijn we lekker aan het experimenteren”, zegt Voss om een eind aan het gesprek te maken. De chef-kok lijkt niet van woorden te houden. Wel wil hij nog kwijt dat de Supper Club in de toekomst weer zal gaan reizen. “Een soort popclub op tournee moet het worden.” Er schijnt al een fanclub te zijn opgericht.

    • Monique Snoeijen