Cyrano wint op alle fronten

BROADWAY. Als Nederland straks in Los Angeles geen wereldkampioen wordt, zal het overal aan liggen - maar aan de kwaliteit van het Nederlandse voetbal zeker niet.

Onze tegenstanders hadden gewoon geen begrip voor de manier waarop wij de bal behandelen.

Californië beleefde een van de heetste zomers sinds jaren en daardoor was er veel minder publiek dan we verwachtten.

De mensen die wèl kwamen konden de subtiliteit van de Nederlandse spelopvatting niet waarderen. Amerikanen houden nu eenmaal meer van grove effecten.

En dan de pers! In Amerika is dat een echte clan. Als Europeaan kom je daar gewoon niet tussen. Er heerst een verschrikkelijk chauvinisme. En daar werd ons voetbalkwaliteitsprodukt dus het slachtoffer van.

Toch staat vast dat we de beste zijn. Kijk maar eens hoe positief onze eigen kranten over het elftal hebben geschreven. Unaniem juichende verslagen. Is dat geen bewijs soms? Moreel gesproken zijn we met afstand kampioen.

De wereldkampioenschappen zijn nog niet eens begonnen en natuurlijk halen we die titel straks wèl binnen. Maar dat is niet het enige dat de hierboven afgedrukte tekst ongeloofwaardig maakt. Sportjournalisten zijn helemaal niet zo verschrikkelijk eensgezind. Ze hebben eerder de neiging om al voor de aanvang van het toernooi de zwakke punten van de Nederlandse ploeg zo breed uit te meten dat het nog alleszins meevalt wanneer Oranje het stadion op tijd weet te vinden. En als het inderdaad misloopt, haalt men nog een keer genadeloos zijn gelijk in nabeschouwingen en analyses.

Heel anders reageren kunstrecensenten en verslaggevers die zich bezighouden met de lichte muze, een genre dat om het belang van de financiële kant te onderstrepen ook wel showbiz wordt genoemd. Toen vorige week bekend werd dat de Nederlandse musical Cyrano op Broadway was geflopt, sisten de Nederlandse media van verontwaardiging. Producent Joop van den Ende, die uiteindelijk toch een beetje theatergeschiedenis heeft geschreven door met zijn onderneming een recordverlies van 16 miljoen gulden te creëren, kreeg ruim de kans om uit te leggen hoe “slecht weer en chauvinisme” zijn geesteskind kapot hadden gemaakt.

Ook de meeste commentatoren beklaagden zich over de oneerlijkheid van de Amerikanen. In De Telegraaf legde Henk van der Meyden paginabreed uit “hoe Cyrano op Broadway om zeep werd geholpen”. Het Algemeen Dagblad had het over “artistiek protectionisme”, noemde de musical “te intellectueel” voor Broadway en vroeg om een standbeeld voor Van den Ende. NRC Handelsblad wijdde een heuse 'nieuwsanalyse' aan de mislukking. Daarin werd gesteld dat het in New York, “anders dan in Nederland”, vooral de kritiek is die het publiek beïnvloedt bij zijn beslissing om een kaartje te kopen - en niet de 'reclamestrategieën'. Dit lijkt mij een situatie die iedere serieuze theaterrecensent van harte zou moeten toejuichen. Toch gebeurde dat niet. De nieuwsanalyse concludeert alleen dat Van den Ende zich niet hoeft te schamen; op Broadway gaat wel vaker een stuk voortijdig dood.

In geen van de beschouwingen die aan het debâcle waren gewijd werd ook maar overwogen dat het aan de voorstelling zèlf zou kunnen liggen dat New York er niet en masse voor was gevallen. Aan de tekst. Aan de muziek. Of aan de mise-en-scène. Misschien was dat ook moeilijk nadat zo'n beetje alle Nederlandse cultuurdragers, van Hennie Huisman tot Connie Palmen, op kosten van Van den Ende naar de première waren gevlogen. De aanwezigheid van minister D'Ancona en haar ambtelijke top onderstreepte destijds dat ook de regering vond dat het hier ging om een zaak van nationaal belang. De NOS verzorgde reportages èn een concertversie van de muziek. Van den Ende werd met Peter Stuyvesant vergeleken. In zo'n sfeer van euforie staat kritiek gelijk aan desertie.

Maar omdat toch iemand het smerige werk moet doen, zaten mijn vriendin-die-van-musicals-houdt en ik afgelopen zondag in theater Carré bij de 'Broadway-versie' van Cyrano om ons zelf een oordeel te vormen. Het was een leerzame, maar geen vermakelijke ervaring.

Over smaak en vermaak valt flink te twisten. Maar voor we dat doen zijn er best een paar dingen vast te stellen waar we het over eens kunnen zijn. Zo is Cyrano een nogal statische musical. Er wordt niet in gedanst. Men staat en zingt, beweegt even, om daarna opnieuw in zingen uit te barsten. Het toneelbeeld is conventioneel. De muziek vooral ongevaarlijk. Geen pakkende melodieën die je het publiek bij het uitgaan van de voorstelling hoort zingen of fluiten, niets wat de volgende ochtend spontaan onder de douche ten gehore kan worden gebracht. Niet één van de liedjes uit Cyrano is bij mijn weten dan ook een hit geworden. Van Harry Bannink kennen we er uit de loop der jaren nog wel twintig.

Het verhaal van Cyrano is simpel: een uitgeklede versie van het boek van Edmond de Rostand. Nog simpeler zijn de teksten. Zo moesten wij erg lachen om een koor dat almaar zingt “wij zijn zo dol op een duel, en daarom willen wij nu snel, een duel” al was hilariteit op dat moment niet de bedoeling. Nederland heeft een rijke traditie als het gaat om maken van liedteksten, maar juist ambachtelijk staat het libretto van Cyrano op een zeer laag niveau. Veel stoplappen. Nooit eens een verrassend beeld of een rijmwoord dat je niet aan zag komen. Steeds weer het Hollandse hou en trouw of goedkope buitenlandse oplossingen als positief-brief, adoratie-oratie, vertellen-duellen, keus-affreus en, de ergste, Cyrano-bureau, waarbij wordt gewezen naar een wankel klaptafeltje dat um des Reimes Willen niet zo mag worden genoemd. Als deze coupletten en refreinen de “internationale allure” hebben die ze wordt toegedicht, dan ben ik erg benieuwd hoe dezelfde recensenten het werk van Annie M.G. Schmidt beoordelen. Is dat van interstellaire kwaliteit misschien?

Terwijl Cyrano in de armen van Roxanne ineenzeeg en het publiek uit zijn stoelen oprees, verlieten wij in looppas en opgewonden delibererend het theater. Hoe kon onze indruk zo van het pers-oordeel verschillen? Was de Nederlandse theaterkritiek haar gevoel voor maat geheel op eigen kracht kwijtgeraakt? Of had de Tovenaar uit Aalsmeer daarbij geholpen? Het ging niet aan, vonden we, om het hele gilde zomaar van corruptie te verdenken. Natuurlijk, een enkeling laat zich weleens door Joop fêteren. En de koning van onze amusementspers, Henk van der Meyden, investeert ook zelf in projecten van Van den Ende, om ze daarna in De Telegraaf uitbundig aan te prijzen. Een Amerikaanse journalist die zoiets doet, wordt op staande voet ontslagen. Maar daar had je nu weer zo'n typisch cultuurverschil! Wij Nederlanders denken daar veel genuanceerder over. Nee, besloot ik, het enige wat je met zekerheid kon zeggen is dit: in New York doen ze inderdaad aan clan-vorming. Ze zijn er collectief niet-corrupt gebleken.

    • H.M. van den Brink