AOW

Het is een verkeerde voorstelling van zaken wanneer alle AOW-ers worden afgeschilderd als mensen die een inkomen hebben dat net boven het minimum ligt. Het klopt dat een kleine vierhonderdduizend Nederlanders in ieder geval tot deze groep gerekend mag worden, maar de groep AOW-ers heeft een omvang van twee miljoen. Dat betekent dat ruim anderhalf miljoen Nederlanders van vijfenzestig jaar en ouder in ieder geval boven dat minimum zit, in sommige gevallen ver daarboven.

Met dat gegeven in het achterhoofd is het mogelijk om te komen tot een AOW-stelsel dat een rechtvaardigere inkomensverdeling kan garanderen. Gedacht kan worden aan een systeem waarbij iedere Nederlander van vijfenzestig jaar en ouder in ieder geval een basisuitkering krijgt. Dit bedrag kan uitgroeien tot een totaaluitkering op het niveau van de huidige AOW. Of men hier in aanmerking voor komt, hangt af van de hoogte van het pensioen dat de betreffende oudere ontvangt. Het geld dat overblijft kan een tweeledig doel hebben. Ten eerste moet het geld gebruikt worden om er voor te zorgen dat de koopkracht van AOW-ers in ieder geval gehandhaafd blijft, misschien wel kan stijgen. Het tweede doel moet de stijging van de werkgelegenheid zijn, om verdere sociale onrust te voorkomen. Zo bereik je een solidariteit tussen oud en jong, en dat is altijd meegenomen.

    • Menno Siljée
    • Bestuurslid Abva