Antioxydant verlengt levensduur, tenminste bij fruitvlieg

Een reeds lang bestaande theorie is dat veroudering veroorzaakt wordt door tussenprodukten van het zuurstofmetabolisme.

Normaal gesproken worden die niet lang na hun ontstaan verbruikt, maar als er iets misgaat dan kunnen deze oxydatieve stoffen als zogenaamde 'vrije radicalen' een eigen leven gaan leiden. Daarbij richten ze ernstige weefselschade aan. Sommige mensen geloven daarom dat stoffen die zulke schade kunnen voorkomen, zoals vitamine C en E, het verouderingsproces tegenhouden. De beroemde Amerikaanse biochemicus en Nobelprijswinnaar Linus Pauling zou met zijn 93 jaar het levende bewijs zijn dat dit werkt. Pauling slikt al sinds jaren een megadosis van 12.000 milligram vitamine C per dag (de aanbevolen hoeveelheid voor een volwassene is in Nederland 70 milligram)!

Een experiment met fruitvliegjes heeft nu voor het eerst een direct bewijs voor deze verouderingstheorie opgeleverd. Twee onderzoekers van de Southern Methodist University uit Dallas gaven een aantal fruitvliegjes extra kopieën van bepaalde genen. Dat waren de genen van twee enzymen die een belangrijke rol spelen bij het afbreken van vrije radicalen: superoxide-dismutase en katalase. Het gevolg was dat de transgene fruitvliegjes extra grote hoeveelheden van die enzymen gingen produceren. De gemiddelde levensduur van de vliegjes bleek daardoor met eenderde toe te nemen (van 54,5 dag maar 72,5 dag). De transgene vliegjes hadden bovendien minder last van oxydatieve schade. Ze waren ook fitter, want ze bewogen sneller dan gewone vliegen (Science, 25 februari).

Al eerder hadden andere onderzoekers geprobeerd de levensduur van fruitvliegjes te verlengen door slechts één van deze genen te verdubbelen. Dat bleek niet te werken; het had soms zelfs een negatief effect. Dat ziet men ook bij mensen met het syndroom van Down ('mongooltjes'). Deze hebben een extra chromosoom 21 (trisomie 21), waarop zich het gen voor superoxide-dismutase bevindt. In de weefsels van kinderen met het syndroom van Down zit daardoor extra veel van dit anti-oxydatieve enzym. Dat biedt echter geen bescherming tegen veroudering, maar leidt juist tot een versneld verouderingsproces (British Journal of Psychiatry 1993; 162: 811-7). Blijkbaar leidt een teveel aan superoxide-dismutase tot een ophopen van andere afvalprodukten. Een combinatie van twee enzymen blijkt dus wel een verlenging van de levensduur tot gevolg te hebben, tenminste bij fruitvliegen.

Het schadelijke effect van een overmaat superoxide-dismutase wijst erop dat een overmatig gebruik van stoffen die radicalen opruimen, dus ook van vitaminen, niet zonder gevaar is. Verder is het zo dat vrije radicalen niet alleen schadelijk zijn; het afweerssysteem van het lichaam gebruikt ze bijvoorbeeld voor een 'oxydative burst' om bacteriën te vernietigen en in de lever om allerlei lichaamseigen en lichaamsvreemde stoffen af te breken. Er bestaat dus een delicaat evenwicht tussen de vorming van radicalen en hun rol bij dit soort gewenste (en ongewenste) effecten.