Andriessen op dreef in zijn economiedebat

HILVERSUM, 24 MAART. “Oké, jongens, we gaan beginnen”, riep minister Andriessen (economische zaken) vanmorgen om klokslag 10 uur. Hij doelde op het Platform Globalisering ofwel het nationale economiedebat dat vele ondernemers en politici en de vakbeweging (als waarnemer) naar Studio 21 heeft gelokt.

Het gaat niet goed met de concurrentiepositie van Nederland en daarom heeft Andriessen vandaag honderden genodigden uit het bedrijfsleven, de wetenschappelijke wereld en uit politieke en sociale organisaties uitgenodigd om de balans op te maken van 's lands economie. De middagsessie wordt live op de televisie uitgezonden en de lijsttrekkers van de vier grote partijen zijn naar Hilversum getogen om een reactie op het slotdocument te geven.

Om 10 uur was nog niet de helft van de bordeauxrode stoelen bezet. De statige Johannes Geradtsweg in Hilversum, waarlangs de organisatie het hoge bezoek leidde, was volledig verstopt met auto's. Andriessen liet zich door de lege zaal niet uit het veld slaan. “Wat hebben een Nederlandse fiets, een gewoon benzinestation en een personenauto gemeen”, vroeg hij en hij gaf meteen het antwoord: “Het grootste deel van deze produkten wordt in het buitenland geproduceerd. Daar gaan we het vandaag over hebben. Ik hoop dat het geen piano wordt die van de trap valt.”

Op video werden vraaggesprekken met een OESO-vertegenwoordiger en de voorzitter van de Europese Commissie, Delors, getoond. Daarna kwamen de kanonnen: Philips-topman J.D. Timmer, Unilever-directeur ir. W.F. Selman en drs. R.F.W. van Oordt, voorzitter van de raad van bestuur van KNP BT. Drs. J.A. van Dijken, van het Economisch Instituut voor het Midden-en Kleinbedrijf (EIM) was er niet, maar hij had wel een cijfer doorgebeld: 25 procent van de Nederlandse bedrijven is bezig met het verplaatsen van activiteiten naar het buitenland.

De boodschap van Timmer was helder: “Nederland kan qua loonkosten niet meer concurreren met andere delen van de wereld. Wij zijn 10 à 20 procent te duur. Bij Philips ligt dat dichter bij de 20 procent.” Unilever-directeur Selman maakte zich vooral druk over het feit dat “wetenschappelijk onderzoek in Groot-Brittannië 50 procent goedkoper is dan hier. En dan hebben we het nog niet over de research-laboratoria in India”. Van Oordt ziet bij zijn onderneming geen toekomstige uitbreiding van werkgelegenheid. “In de verpakkingssfeer is de trend eerder dat produktiebedrijven met de klanten mee naar het Oosten gaan.” Rond het middaguur ontstond een vinnige discussie tussen de gepensioneerde oud-EG-commissaris prof.mr. F.H.J.J. Andriessen (vanachter de katheder), die namens de workshop Werkgelegenheid rapporteerde en FNV-voorzitter Stekelenburg (vanuit de zaal). “Waarom almaar hogere loonschalen”, zei Andriessen. “Het hoeft toch niet altijd omhoog te gaan?”

Stekelenburg reageerde venijnig: “Minimumloon te hoog, CAO's op de helling. Dat is niet de manier waarop je dit soort dingen regelt. Daar moet over onderhandeld worden. Er liggen concrete voorstellen bij V&D en KBB om de lonen niet te verhogen en te komen tot meer flexibiliteit voor zowel werkgevers als werknemers. Daar winnen we allebei bij.”