'Als Abdellaoui zich aanpast, is er plaats in Marokkaans elftal'

LUXEMBURG, 24 MAART. Met z'n allen bestormden ze het veld. Net als vroeger, toen het nog mocht. Zwaaiend met vlaggen holden ze langs de tribunes. Ze namen de uitblinkers op de schouders. Net als vroeger, toen het nog mocht. Nu mochten ook zij eens een voetbalfeest vieren. Het waren immers hun helden, de voetballers van Marokko, die van Luxemburg (1-2) hadden gewonnen.

Met duizenden waren ze vanuit Nederland, Duitsland, België en Frankrijk naar Luxemburg gekomen. Gewapend met trommels, banieren en megafoons. Zo zullen ook straks in de Verenigde Staten de prestaties van hun nationale elftal luister bijzetten. Of hun steun voldoende zal zijn, valt te betwijfelen. Leuke jongens allemaal, die voetballers. En ze kunnen wat met een bal. Maar de harde profs van Nederland en België zullen er geen kind aan hebben.

Nacer Abdellah kan de conclusie begrijpen. De rechtermiddenvelder, of rechterverdediger. Wat speelde hij nou eigenlijk? Hij omzeilt de vraag. “Normaal spelen zeven profs en vier jongens uit Marokko. Vanavond was het andersom. Straks speelt er een heel ander elftal. Als ze er allemaal zijn spelen we Europees. Na vanavond zal het allemaal veranderen.”

Abdellah woont al bijna zijn hele leven in België. Hij speelde bij onder meer KV Mechelen, Lommel en nu bij Waregem, waar hij een conflict heeft met de manager. Hij zegt invloed te hebben bij de voetballeiders van Marokko. Die zal hij gebruiken. “Ik probeer Lashaf van Standard Luik er nog bij te krijgen. Die moet met mij op de flank spelen. Vanavond was ik alleen, iedereen was alleen, iedereen speelde voor zichzelf, er zat geen ritme in, het tempo was te laag.”

Hij flirt met zijn Hollandse bezoek. “Ze gaan er nu toch Abdellaoui bij pakken, van Willem II”, zegt hij in onvervalst Vlaams.” Maar de trainer, Blinda, had toch tegen de Hollanders gezegd dat Abdellaoui een plaats in de Marokkaanse selectie kan vergeten? “Ik heb net gehoord dat ze Abdellaoui willen. Hij kan beter voetballen dan de rest. Als we verloren hadden, was dat een nationale schande geweest. De trainer zal zich rustig moeten houden en met nieuwe spelers moeten komen.”

Nacer Abdellah weet wat er aan Abdellaoui schort. “Ik heb hem gezegd naar mij te luisteren. Ik zei: in Nederland ben je vrij, in Marokko moet je je aanpassen. Als hij dat doet en die trainer van hem, Reker, houdt hem strak, dan komt het goed. Als we in mei naar Argentinië gaan, is hij erbij. Dat weet ik al.”

Abdellah heeft zich wel aangepast aan het gezag en de sfeer van de Marokkaanse ploeg. Zo speelde hij ook. Hij wil naar het wereldkampioenschap om zijn reputatie op te vijzelen. Ook hij leverde voortdurend de bal in bij de twee spelmakers Hababi en Daoudi, twee balgoochelaars. Ze beschikken over een fraaie traptechniek en lopen heel veel en heel hard. Daoudi is de vedette. Hij zal spelen op het WK, weet Abdellah, net als verdediger Triki, Abdellaoui, die buitenlanders die er nu niet bijwaren en hijzelf. De rest is een vraag.

Paul van Himst, de Belgische bondscoach, lachte alsof hij zijn kinderen had zien voetballen. Hij krijgt een rode roos in de handen gedrukt van een Marokkaanse jongen. “Het is niet mijn stijl tegenstanders te minachten. Over deze wedstrijd is niets te zeggen. Maar we zullen moeten oppassen in Orlando. Wij spelen onze eerste wedstrijd tegen Marokko. In de hitte en de vochtigheid, dat wordt gevaarlijk.”

Gevaarlijk zullen de vrije trappen van Daoudi zijn. Met zijn linkervoet, met binnenkant en buitenkant. Gisteravond scoorde die andere specialist, Hababi, na tien minuten uit een vrije trap. In de tweede helft maakte Holtz gelijk. Maar in de laatste minuut zorgde invaller El Hadrioui voor de winnende Marokkaanse treffer. “We moesten hier winnen”, benadrukt Abdellah. “Met al die Marokkaanse supporters. Met minder zouden we alle vertrouwen hebben verloren.”

    • Guus van Holland