'We pakken alleen meer illegalen op'

Staatssecretaris Kosto wil langs de Duitse en Belgische grens meer marechaussees inzetten als 'vliegende brigades' om de stroom asielzoekers in te dammen. Aan de Belgische grens, waar 'vliegende brigades' al geruime tijd bestaan, krijgt de marechaussee vrijwel nooit een asielverzoek.

ROOSENDAAL, 23 MAART. Uit de beschimmelde schoen dwarrelen stapeltjes Franse bankbiljetten met een waarde van vijftienhonderd gulden over de betegelde vloer. Een losse zool en twee plakjes hasj komen tevoorschijn. De Franse slungel staart vanachter stoffig haar en dikke brilleglazen de marechaussee zwijgend aan. Een minuut eerder heeft hij uit zijn zakken drie verfrommelde pakjes Camel gehaald, een aansteker en een mes. De vraag of hij geld bij zich heeft, had hij hoofdschuddend ontkend.

De marechaussee heeft de jongen uit de trein Parijs-Amsterdam gehaald. Op dit traject voeren zogenoemde vliegende brigades van de marechaussee sinds 1976 toezicht op vreemdelingen uit. De marechaussee controleert paspoorten en soms plaatsbewijzen.

Afgelopen zondag kondigde staatssecretaris Kosto (justitie) aan deze vliegende brigades aan de zuidgrens te zullen uitbreiden. Aan de grens met Duitsland wil hij dergelijke teams opzetten. De staatssecretaris zegt met de uitbreiding van duizend marechaussees en tweehonderd administratieve krachten de groeiende 'stroom' asielzoekers te willen indammen.

Wachtmeester eerste klas Bart Verhagen en diens collega René van Dijk zijn in station Roosendaal ingestapt. Nu lopen ze door de schommelde trein en tikken op ruiten van de coupés. Ze kunnen slechts een handjevol reizigers naar hun papieren vragen, want in Rotterdam houdt hun bevoegdheid op. Verhagen krabt aan een foto in een Sri Lankees paspoort. De eigenaar van het paspoort lacht ongemakkelijk. Uit de binnenzak van zijn grijze colbert tovert hij een reeks andere pasjes tevoorschijn. “Al goed”, bromt Verhagen.

Een treinreiziger met de Somalische nationaliteit laat een kaart zien die aangeeft dat de man in Nederland asiel heeft aangevraagd en dat zijn 'procedure' nog loopt. Op last van Verhagen moet de man zijn treinkaartje tonen. Hij is in Roosendaal opgestapt en moet naar Den Haag. “Asielzoekers mogen niet naar het buitenland reizen”, verklaart de marechaussee. “Doen ze dat toch, dan maken wij een aantekening en sturen die door naar de vreemdelingendienst.”

In de niet roken-coupé leest de donkere Julio zijn lesjes Nederlands uit het boek Code Nederlands. Hoofdstuk 23 behandelt de viering van koninginnedag; 'leve de koningin hiep hiep hoera' staat er boven een foto van een lachende Beatrix. “Passport please”, zegt Verhagen. Julio reageert verontwaardigd. “Ik spreek Nederlands, hoor.” Het paspoort van Julio, die zegt de Portugese nationaliteit te hebben, blijkt thuis te liggen.

In samenspraak met collega Van Dijk besluit de marechaussee Julio en de Franse slungel die ze eerder zonder papieren hebben aangetroffen, mee te nemen naar het bureau van de Rotterdamse spoorwegpolitie. Tot die tijd worden de twee bij elkaar gezet in een coupé. Van Dijk houdt de wacht. “Want soms willen drugs of identiteitspapieren wel eens door het raampje naar buiten vliegen.”

Op weg naar het bureau vertelt Julio dat hij Nederlands leert in Leiden. Hij is sinds vijftien maanden in Nederland. “Dit is de eerste keer dat ik word aangehouden.” Aangekomen in de witte onderzoeksruimte van de spoorwegpolitie wordt Julio gefouilleerd. In zijn rugzak worden papiertjes met in het Frans geschreven aantekeningen gevonden. Studeert de Portugees soms ook Frans? Paniekerig schudt hij ja.

Verhagen verhoort Julio. Na circa vijf minuten maakt hij een eerste misstap: hij zegt in Rotterdam een cursus Nederlands te volgen. Daarna volgen de tegenstrijdigheden elkaar in snel tempo op. Hij hakkelt als de marechaussee hem naar zijn geboorteplaats in Portugal vraagt: “Euh ..., Lisboa oh ja Lisboa.” En de geboortedatum die hij opgeeft verschilt negen maanden met de datum die op zijn NS-maandkaart staat.

Hij heeft vannacht gelogeerd bij vrienden in Roosendaal, zoals hij vaker doet. Maar het adres weet Julio niet. “Ergens achter het station.” De Portugees heeft driehonderd gulden op zak en een maandkaart ter waarde van vierhonderd gulden. Hoe hij aan zoveel geld komt, wil Verhagen weten. “Ik hard werken in een restaurant”, zegt Julio nu volledig in paniek. Na een kwartier gaat de jongen door de knieën en geeft toe illegaal in Nederland te verblijven.

De marechaussee belt de Rotterdamse vreemdelingenpolitie. “We hebben hier twee illegalen”, luidt de boodschap. Een 'Portugees' die in Nederland verblijft en een 'Fransman' die een voorraad drugs komt kopen. Het antwoord is onthutsend. De vreemdelingendienst heeft geen plaats en geen tijd. Vijftien minuten later loopt Julio, na het betalen van een boete van vijftig gulden, Rotterdam in. De Franse jongen stapt onder begeleiding van de marechaussee de internationale trein weer in. “Die keert in Antwerpen direct weer om”, zucht Verhagen.

Het werk is wel eens frustrerend, erkent Van Dijk. “De vreemdelingendienst heeft vaker geen plaats dan wel.” Hij en zijn collega's zien dan ook weinig heil in de uitbreiding met duizend marechaussees, zoals staatssecretaris Kosto heeft voorgesteld. “Dan pakken we vijf keer zoveel illegalen op. Maar wat haalt dat uit als ze drie kwartier later weer op straat lopen? We hebben meer cellen nodig en uitbreiding van het rechterlijk apparaat.”

Dat door de inzet van meer marechaussee de toename van het aantal asielzoekers zou worden gereduceerd, is volgens Van Dijk helemaal een illusie. In de vier jaar dat hij op de trein tussen Parijs en Amsterdam werkt, heeft hij slechts één keer iemand aangetroffen die daadwerkelijk asiel aanvroeg. De marechaussee heeft hem doorverwezen naar een opvangcentrum in de buurt. Zoals de regels op dit moment gelden, gaat iedere vreemdeling die asiel aanvraagt 'de procedure in'. Een asielzoeker verstopt zich niet in treinen, die meldt zich juist.

Vorig jaar trof de marechaussee bij alle controles in totaal 15 asielzoekers aan. Deze middag houdt de marechaussee voor de verzamelde pers een controle aan de grensovergang Hazeldonk. De oogst is dertien mensen zonder paspoort, die de grens met België weer worden overgezet. “En dan nemen ze tien kilometer verder een andere grensovergang”, zegt een marechaussee.

Ook de Fransman uit de trein komt vandaag of morgen weer terug, hadden de mannen van de Rotterdamse spoorwegpolitie in de koffiekamer gezegd tegen de wachtmeesters Van Dijk en Verhagen. Dan heeft hij de drugs op het lichaam verstopt en heeft hij geen rooie rotcent meer bij zich. Een man van de spoorwegpolitie blaast in zijn koffie en grijnst. “En dan is hij voor ons. Dan trekken we hem voorover en maken zijn kont leeg!”

    • Yaël Vinckx