Verdeling stemmen in Europese ministerraad

Binnen de Europese Unie van twaalf lidstaten bestaan drie typen besluitvorming:

Bij gekwalificeerde meerderheid; daarvoor zijn 54 van de 76 stemmen in de ministerraad nodig om het besluit erdoor te krijgen en kan het met 23 stemmen tegengehouden worden (het aantal stemmen dat elk land in de Raad bezit hangt samen met het aantal inwoners). Twee grote landen kunnen nu met eén klein land een besluit blokkeren. Sinds het van kracht worden van de Europese akte (1987) worden verreweg de meeste besluiten genomen bij gekwalificeerde meerderheid. Alle beslissingen over het tot stand brengen van de interne markt, de versteviging van de economische en sociale cohesie en alle beslissingen van technische aard worden met gekwalificeerde meerderheid genomen.

Bij eenparigheid van stemmen, daarvoor moeten alle lidstaten achter het besluit staan. Met eenparigheid van stemmen wordt besloten over 'gevoelige', diplomatieke, politieke en sociale onderwerpen, zoals het buitenlands beleid, uitbreiding van de EU en justitie-zaken. Bij gewone meerderheid, daarvoor moeten ten minste zeven van de twaalf lidstaten achter het besluit staan. Bij gewone meerderheid wordt alleen in uitzonderlijke gevallen besloten.

In een Europese Unie van zestien lidstaten zou het totaal aantal stemmen in de ministerraad stijgen van 76 naar 90. Het aantal stemmen waarmee een minderheid een besluit kan blokkeren, zou opgetrokken worden van 23 naar 27. Dat betekent dat twee grote landen die een besluit willen tegenhouden aan eén klein land als coalitiepartner niet langer genoeg hebben. Daarom wil Groot-Brittannië het stemmental van 23 handhaven. Spanje, dat hetzelfde wil, vreest dat de kleine landen die in de Unie in de meerderheid zijn het door het toenemende aantal van tegenstemmende blokken voor het zeggen krijgen. Om 27 stemmen te halen moeten twee grote landen ten minste twee kleine geestverwanten vinden om hun zin te krijgen.