Tweede Kamer akkoord met lastenverlichting

DEN HAAG, 23 MAART. Een meerderheid van de Tweede Kamer gaat akkoord met lastenverlichting voor burgers en bedrijfsleven in 1994.

Over de omvang en de vorm van deze lastenverlichting in latere jaren wil de Kamer zich nog niet uitspreken. Dat bleek gisterenavond tijdens een debat in de Tweede Kamer over de in februari door het kabinet aangekondigde lastenverlichting van 5 miljard gulden.

Minister Kok (financiën) rekende de Tweede Kamer voor dat in 1994 ruimte is voor 4 miljard en in 1995 zelfs voor 4,8 miljard gulden lastenverlichting. Het kabinet kan deze lastenverlichting dit jaar maar voor een deel realiseren, zodat volgens Kok sprake is van “overdekking”.

Zijn verhaal stond in schril contrast tot de bijdrage van oud-minister van Economische Zaken De Korte, die namens de VVD een felle aanval deed op het kabinetsbeleid. “Wie het kabinet aanvankelijk nog het voordeel van de twijfel gaf,” zei De Korte, “moet inmiddels wel diep gedeprimeerd zijn bij het opmaken van de balans.”

De Korte wees op het feit dat volgens nog niet gepubliceerde gegevens van het Centraal Planbureau het “geschoonde financieringstekort” (gecorrigeerd voor eenmalige dekkingen) oploopt van 3,9 procent van het nationaal inkomen in 1993 naar 5,7 procent in 1994. Volgens De Korte wordt geen enkele doelstelling uit het regeerakkoord van 1989 gehaald. Het pakket van 5 miljard gulden lastenverlichting is volgens De Korte “voor slechts de helft serieus gedekt en voor de andere helft op de pof gefinancierd”. De Korte zei nog tegenvallers te verwachten, onder andere 0,5 miljard wegens meeruitgaven voor de opvang van asielzoekers. Volgens De Korte “komen er steeds meer lijken in de kast”.

Het Centraal Planbureau rept in het Centraal Economisch Plan, dat volgende week verschijnt, eveneens van mogelijke tegenvallers. Ten opzichte van de Miljoenennota vallen de aardgasbaten tegen: dit jaar 450 miljoen gulden, in 1995 loopt de tegenvaller op tot 1,7 miljard gulden. Bovendien moet volgens het CPB “bij de huidige stand van de besluitvorming nog invulling worden gevonden voor een ombuigingstaakstelling van 1,5 miljard gulden, naast krap bemeten budgetten, bijvoorbeeld met betrekking tot asielzoekers”.

Ook tekenen zich volgens het CPB budgettaire risico's af rond de private financiering van overheidsinvesteringen. Kok verdedigde zich door te stellen dat “de staatsschuld die in 1989 voor het jaar 1994 was gesteld op een bedrag van 391 miljard gulden, niet wordt overschreden”.