Tot een zoen kwam het nog niet tussen tafeltennissters

DEN HAAG, 23 MAART. Niets komt een relatie zo ten goede als een gemeenschappelijke tegenstander. En dus kon het gebeuren dat top-tafeltennissters Bettine Vriesekoop en Mirjam Hooman-Kloppenburg gistermiddag naast elkaar zaten in het Paleis van Justitie in Den Haag. Als vriendinnen haast.

Het tweetal, dat in het verleden regelmatig met elkaar overhoop lag, had elkaar gevonden door het in hun ogen anti-topsportbeleid van de Nederlandse Tafeltennisbond (NTTB). In een kort geding eisten zij alsnog te worden opgenomen in de landenploeg voor het aanstaande Europees kampioenschap én samen op dat evenement te mogen dubbelen in het individuele toernooi. Hooman en Vriesekoop werden gedeeltelijk in het gelijk gesteld: zij mogen volgende week in Birmingham samen achter de tafeltennistafel uitkomen, maar moeten toezien hoe Nederland het zonder hen in het landentoernooi doet.

Vriesekoop en Hooman besloten tot een kort geding nadat het bestuur van de bond een maand geleden bekendmaakte het duo niet te selecteren voor de landenploeg, omdat beide speelsters zich tijdens het Top 12-toernooi eerder dit jaar niet aan gemaakte afspraken zouden hebben gehouden. Vriesekoop uitte in Arezzo kritiek op bondscoach Dusan Tigerman, Hooman werd vanaf de tribune gecoacht door haar privé-trainer.

Beide voorvallen waren voor de bond niet acceptabel. “Na eerdere en al jaren durende problemen met zowel Vriesekoop als Hooman werd het tijd om duidelijk te maken wie er de baas is in huis”, zei de avocaat van de NTTB, mr. Kollen. “Ook om problemen in de toekomst te voorkomen.”

Naast uitsluiting voor de landenploeg besloot de bond ook om Vriesekoop en Hooman niet in te schrijven voor het individuele dubbeltoernooi, waarin zij aanvankelijk niet met elkaar maar met respectievelijk Emily Noor en Gerdie Keen een duo zouden vormen. Om sterker te staan tegen de bond besloten zij vervolgens samen een dubbel te vormen.

De advocaat van Vriesekoop, mr. Vilé, pleitte dat het bestuur van de NTTB “twee topsporters wil straffen, terwijl het ontbreken van een eigen topsportbeleid het enige echte probleem is”. De bond, meende Vilé, zou beide van hun sport financieel afhankelijke spelers daarnaast door de uitsluiting het recht op arbeid hebben ontnomen. De rechter, die een klein kwartier nodig had om tot een beslissing te komen, oordeelde dat de bond wel mag bepalen wie zij selecteert voor landenwedstrijden, maar meende dat daarnaast uitsluiting voor het individuele toernooi een te zware straf is.

Hoewel Vriesekoop en Hooman gisteren maar gedeeltelijk in het gelijk werden gesteld, voelden zij zich na afloop wel de morele winnaars. Vriesekoop sprak zelfs van een principiële overwinning. “De uitspraak van de rechter heeft duidelijk gemaakt dat de rol van een sportbond beperkt is bij het aanwijzen van sporters voor individuele toernooien. Daar gaat niet alleen een belangrijke signaalfunctie vanuit naar andere bonden, maar ook - en dat is misschien nog wel belangrijker - naar andere sporters.”

Hooman knikte instemmend bij de wijze woorden van haar nieuwe vriendin. Zij was vooral blij dat nu eens duidelijk was geworden “dat de bond altijd ons de schuld geeft van alle problemen die er zijn. Terwijl dat natuurlijk niet zo is”. Dat vond Vriesekoop ook.

Beide sporters gingen na het kort geding met een vrolijk “nou, tot volgende week dan maar” uit elkaar. Tot een zoen bij het afscheid kwam het niet, hoewel Hooman die intentie wel leek te hebben. Maar met een al uitgestoken hand maakte Vriesekoop duidelijk dat het voor dergelijke intimiteiten voorlopig nog te vroeg is. Misschien dat een Europese dubbeltitel daar over anderhalve week alsnog verandering in kan brengen.

    • Paul de Lange