Somalië: weinig hoop na vertrek van Westen

De terugtrekking van Westerse VN-troepen uit Somalië is bijna voltooid. Per boot worden de VN-militairen naar Kenia getransporteerd om van daaruit per vliegtuig naar huis te reizen. Direct terugvliegen vanuit Somalië zelf wordt te gevaarlijk geacht, omdat de vliegtuigen een gemakkelijk doelwit zouden vormen voor wraaklustige Somalische 'krijgsheren'.

Deze aftocht laat zien hoezeer de Verenigde Naties hun rol als onafhankelijke vredesstichter in Somalië hebben verloren en verward zijn geraakt in de kluwen van de Somalische burgeroorlog.

Het is niet de eerste keer dat een interventie in de Somalische clantwisten verkeerd uitpakt. In de jaren dertig, toen het land nog bestuurd werd door de Britten en de Italianen, werd er ook al gevochten tussen de verschillende Somalische clans. Niet zo hevig als nu, maar hevig genoeg om de koloniale machten tot interventie te doen besluiten.

Even ging het goed, maar al spoedig kregen de clans door dat het spel niet meer volgens de oude regels gespeeld kon worden. Ze reageerden hierop door de Britten en de Italianen in hun berekeningen op te nemen. Alvorens een overval uit te voeren, waarschuwde een clan de koloniale 'arbiter'. Deze stuurde dan soldaten, die natuurlijk te laat kwamen om de overval te voorkomen, maar nog net wel op tijd waren om een stokje te steken voor de vergeldingsactie van de clan die het slachtoffer van de overval was geworden. Zo werd de 'onafhankelijke' arbiter al snel een pion in het machtsspel tussen de verschillende clans.

Toen Amerikaanse mariniers in december 1992 landden op de stranden van Mogadishu voor operatie Restore Hope, waren de verwachtingen in de wereld hoog gespannen. Maandenlang hadden hongerende Somaliërs via de televisie Westerse huiskamers met afschuw vervuld en de publieke opinie was opgetogen dat eindelijk iets aan de tragische burgeroorlog in het land werd gedaan.

De operatie scheen tevens de heraut te zijn van een nieuw tijdperk in de geschiedenis van de Verenigde Naties. Ten tijde van de Koude Oorlog was de volkerenorganisatie tot machteloosheid gedoemd, omdat de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten in de Veiligheidsraad veelal lijnrecht tegenover elkaar stonden. Na 1989 was die patstelling doorbroken en leek het alsof de Verenigde Naties zouden uitgroeien tot een internationale scheidsrechter die een eind zou kunnen maken aan voorheen onoplosbare conflicten. Dat de Verenigde Naties hun herwonnen daadkracht ten dienste stelden aan een oplossing van de Somalische burgeroorlog, werd ook als zeer gelukkig beschouwd. Somalië ligt immers in Afrika, en vaak werden de Verenigde Naties door landen van de Derde Wereld ervan beschuldigd alleen maar aandacht te hebben voor conflicten in de Eerste Wereld.

Dat de operatie geleid zou worden door de Verenigde Staten, leek voor de hand te liggen. Ook al waren volgens vele Amerikaanse intellectuelen de hoogtijdagen van de Pax Americana in 1989 al lang geteld, de VS waren nog steeds de machtigste staat ter wereld. Bovendien was het de Amerikaanse president Bush geweest die de Golfoorlog in 1991 had aangegrepen om zijn concept van een 'nieuwe wereldorde' te lanceren. Volgens Bush zou de interactie tussen staten moeten lijken op die tussen leden van een club: als een staat hulp nodig had, dan moesten de andere leden van de internationale gemeenschap die verlenen. En al had Bush aanvankelijk geen zin om het afgelegen Somalië als volwaardig lid van de club te zien, toen de publieke opinie - continu blootgesteld aan de aanhoudende stroom gruwelijke televisiebeelden uit Somalië - smeekte om interventie, moest Bush wel volgen.

De wereld keek ademloos toe hoe op de nacht van 9 december Amerikaanse mariniers landden in de haven van Mogadishu, opgewacht door tientallen journalisten die hun beelden direct doorstraalden naar de Verenigde Staten om de prime time van de Amerikaanse televisie niet te missen. Al snel werd de rust in Somalië in voldoende mate hersteld om de voedselhulp aan de hongerende bevolking weer op gang te brengen.

Op 28 december 1992 bereikte de operatie een voorlopige apotheose: de twee belangrijkste krijgsheren in Somalië, Ali Mahdi Mohammed en Mohammed Farah Aideed, verzoenden zich met elkaar in Mogadishu en spraken hand in hand een menigte toe van duizenden aanhangers, wederom voor het oog van de televisiecamera's.

Dit aanvankelijke succes verhulde twee zwakke plekken in de operatie. Zo was er een meningsverschil tussen de Amerikaanse regering en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Boutros Boutros-Ghali, over wat het precieze mandaat van de Amerikanen nu eigenlijk was. Boutros wilde dat de Amerikanen de clans in Somalië zouden ontwapenen, maar Washington weigerde dat. De VS op hun beurt waren bang voor een nieuw Vietnam, en wilden hun rol beperken tot een puur humanitaire.

Door de aanvankelijke euforie viel het ook niet op dat velen in Somalië Boutros-Ghali enorm wantrouwen. Boutros wordt niet beschouwd als een dienaar van de internationale gemeenschap, maar als een Egyptenaar. Egypte voert een politiek van verdeel-en-heers in de Hoorn van Afrika om zijn positie als regionale grootmacht te behouden. In het kader daarvan komt voortduren van de chaos in Somalië Kairo alleen maar goed uit, zo denken velen in Somalië. Daarbij speelde ook nog mee dat Boutros in de tijd dat hij minister van staat voor buitenlandse zaken in Egypte was, een buitengemeen hartelijke band had met de verdreven Somalische dictator, Siad Barre.

In januari 1993 ging het voor de eerste keer mis. Bij Kismayu, in het zuiden van Somalië, werd opnieuw hevig gevochten tussen clans. De Amerikanen besloten te interveniëren ten gunste van generaal Aideed en voerden een aanval uit op het legertje van zijn rivaal Mohamed Morgan, een schoonzoon van de verdreven Somalische dictator Siad Barre. In Mogadishu begon de bevolking juist te morren tegen de Amerikanen. Zij zouden de Somalische bevolking onnodig ruw behandelen en nooit overleg plegen met de Somalische elite in Mogadishu. Bij een uit de hand gelopen demonstratie tegen het optreden van de Amerikanen eind februari schoten Amerikaanse troepen negen leden van de clan van Aideed dood.

Op 4 mei nam de VN het bevel over van de operatie die tot dan toe onder Amerikaans bevel had gestaan. In de nieuwe VN-macht van dertigduizend man (UNOSOM) beleven de Amerikanen echter in de meerderheid. Ook de plaatselijke VN-commandant bleef een Amerikaan. De VN had zichzelf wel nadrukkelijk tot taak gesteld om de milities te ontwapenen. Bij een confrontatie tussen VN-militairen en aanhangers van Aideed kwamen op 5 juni van dat jaar 23 Pakistaanse militairen om het leven. De Amerikanen, die de facto onder eigen bevel beleven opereren, sloegen hard terug: ze voerden luchtaanvallen uit op gebouwen van Aideed. De bevolking in Mogadishu was verontwaardigd en nieuwe rellen braken uit in de stad. Ook ontstond een fel dispuut tussen de VS en andere troepenleveranciers - met name de Italianen. De laatsten wilden de Somaliërs diplomatiek tegemoet treden. De VS betichtten de Italianen, die op eigen houitje onderhandelingen met Aideed waren begonnen, op hun beurt van sabotage.

Op 13 juni ging het helemaal mis. Pakistaanse VN-troepen openden het vuur op een menigte demonstranten en doodden ten minste veertien betogers. De VN stelden generaal Aideed verantwoordelijk voor de ongeregeldheden. Onder leiding van de speciale VN-afgezant voor Somalië, admiraal b.d. Jonathan Howe, openden de Amerikanen een klopjacht op de krijgsheer. Er werd een prijs van 25.000 dollar op het hoofd van Aideed gezet.

Aideed zelf liet zich ook niet onbetuigd. Op 4 oktober zagen Amerikaanse televisiekijkers beelden van een Amerikaanse helikopterpiloot die door Aideed gevangen werd genomen bij een actie van de Amerikanen tegen de krijgsheer, waarbij ten minste twaalf Amerikaanse VN-militairen om het leven kwamen. De beelden van de doodsbange, bebloede landgenoot deden velen in de VS ertoe besluiten dat de nieuwe wereldorde geen Amerikaanse mensenlevens waard is.

Eerder al had de Amerikaanse televisiekijker kennis kunnen nemen van beelden van twee gedode landgenoten, wienr ontzielde lichamen door juichende Somaliërs door de straten werden gesleurd. De publieke opinie in Amerika, die eerst zo geporteerd was voor interventie, vond het nu welletjes: it's time for the boys to come home. Toen ook nog eens duidelijk werd dat Aideed door de klopjacht alleen maar populairder was geworden binnen zijn eigen clan (men vond de beloning van 25.000 dollar een schandalig lage taxatie van Aideeds waarde), besloten de VS in oktober na tumultueuze sessies in het Congres om deze te beëindigen. President Clinton kondigde aan dat de Amerikaanse VN-troepen voor eind maart 1994 uit Somalië teruggetrokken zouden zijn.

Hoe het na eind maart verder moet met Somalië, is vooralsnog onduidelijk. Er zal een contingent van zo'n 16.000 VN-militairen, voornamelijk uit Derde wereld-landen in Somalië blijven, maar hun taak is beperkt: van ontwapenen van de diverse clans is geen sprake meer. Een vredesconferentie die onlangs in Kairo door de Egyptische regering werd georganiseerd, leverde niets op omdat Aideed de bijeenkomst boycotte. De afgelopen dagen is in de Keniase hoofdstad Nairobi opnieuw tussen diverse clans onderhandeld, maar vooralsnog zonder resultaat. De Verenigde Naties hebben inmiddels een ultiem dreigement geuit: als de clanleiders in Nairobi niet snel een oplossing vinden, zullen de Verenigde Naties niet langer hun hotelrekening betalen.