Planbureau: O-Europa groter concurrent dan Azië

DEN HAAG, 23 MAART. Oost-Europa is op alle fronten goedkoper dan Nederland, terwijl de Aziatische landen op high-tech-gebied een bedreiging vormen. Dat concludeert het Centraal Planbureau in het nog geheime, op 31 maart verschijnende, Centraal Economisch Plan.

Uit analyses van het CPB blijkt dat Oost-Europa in 1992 in sommige opzichten belangrijker was voor de Nederlandse concurrentiepositie dan Azië. Als concurrent overtrof Oost-Europa Azië zowel in prijs als in omvang van het pakket aangeboden goederen. Oost-Europa biedt het Nederlandse bedrijfsleven ook kansen. Als afzetgebied was Oost-Europa, volgens het CPB, in de periode 1988-1992 een sterkere groeimarkt dan Azië.

De Nederlandse concurrentiepositie staat morgen centraal in het nationale economiedebat dat moregn plaatsheeft op instigatie van minister Andriessen van economische zaken.

De handel met Azië en Oost-Europa was in 1992 (nog) van relatief gering belang. Hun gezamenlijke aandeel in de Nederlandse import was 11 procent, hun aandeel in de Nederlandse export 5 procent. Belangrijker is dat het Nederlandse bedrijfsleven de “nieuwe spelers” als concurrenten tegenkomt op buitenlandse markten. Het CPB heeft de positie van het Nederlandse bedrijfsleven op de Duitse markt - met een aandeel van 30 procent onze grootste afnemer - geanalyseerd.

De Aziaten en Oosteuropeanen samen hebben hun aandeel in de Duitse import in de periode 1988-1992 met 2,2 procentpunt vergroot tot 11 procent, ten koste van Noord-West-Europa (inclusief Nederland). De Tijgers beten niet zo hard, want hun aandeel ging iets achteruit. De rest van Azië, China en Oost-Europa waren veel expansiever. De Duitse invoer uit die landen groeide sneller dan de totale Duitse invoer. De jaarlijkse groei van de invoerwaarde uit Nederland was in deze periode gemiddeld bijna 3 procent lager dan de gemiddelde groei van de waarde van de totale Duitse invoer. Als gekeken wordt naar het aantal ingevoerde produkten, dan blijkt dat dit sterk toeneemt bij China en de rest van Azië, maar vooral bij Oost-Europa, dat reeds met een tamelijk breed produktenassortiment (de dekking stijgt van 67 procent tot 84 procent) op de Duitse markt aanwezig is. “Ook in dit opzicht zijn de Beren gevaarlijker dan de Tijgers”, concludeert het CPB.

Het CPB stelt verder dat de Nederlandse positie op de Duitse markt “in het algemeen niet ongunstig is”. Alleen Oost-Europa biedt het Nederlandse pakket goedkoper aan, terwijl Nederland het pakket van Noord-West-Europa en de VS goedkoper kan leveren dan die landen zelf. Van Oost-Europa gaat op het gebied van prijsconcurrentie de grootste dreiging uit. Niet alleen kan het sterk in prijs concurreren met Nederland, maar het kan dat ook over een tamelijk breed produktassortiment. De concurrentiepositie van Nederland op de Franse invoermarkt laat in grote lijnen hetzelfde beeld zien.

De Nederlandse uitvoer bestond in 1992 voor 27 procent uit high-tech-, voor 35 procent uit medium-tech- en voor 38 procent uit low-tech-produkten. De Nederlandse prijsconcurrentiepositie in high-tech (moderne produkten die in een technische race voortdurend worden verbeterd) is ten op zichte van traditionele concurrenten niet ongunstig. Echter, de Tijgers en de rest van Azië kunnen tegen ongeveer dezelfde prijs het Nederlandse pakket aanleveren. Oost-Europa kon in 1992 het pakket goederen dat Nederland naar Duitsland exporteerde zo'n 14 procent goedkoper aanbieden. Op medium-tech-gebied lijkt de Nederlandse concurrentiepositie over het geheel genomen net iets sterker dan bij de high-tech-produkten. Maar ook hier vormt Oost-Europa een duidelijke uitzondering, omdat het volgens het CPB “een geduchte (potentiële) prijsconcurrent lijkt te zijn”.

Hoewel Nederland gespecialiseerd is op low-tech-produkten (landbouwprodukten, voedingsmiddelen, geraffineerde olie en chemische bulkgoederen) is juist daar de groei het laagst geweest. De hoofdoorzaak daarvoor is dat de vraag naar low-tech-produkten mondiaal minder hard groeit dan die naar high-tech-produkten. De low-tech-specialisatie van Nederland bleek wel uit de sterke uitvoergroei naar Duitsland en Oost-Europa in de afgelopen jaren ondanks de toegenomen concurrentie.

De belangrijkste negatieve consequenties van de opkomst van Azië en Oost-Europa zullen zich volgens het CPB op de arbeidsmarkt voor laaggeschoolden voordoen. Het is dus zaak vooral daar de loonkosten te matigen.

    • Frank van Empel