'Opvang asielzoekers in gezin onjuist'

DEN HAAG, 23 MAART. “Een gast en vis blijven drie dagen fris.” Zo luidde, half augustus 1992, de reactie van staatssecretaris Kosto (justitie) op het plan van VluchtelingenWerk om gastgezinnen en vrijwilligers te werven voor de opvang van Joegoslavische vluchtelingen die in groten getale naar Nederland kwamen. Tijdens het Kamerdebat over het opvangbeleid, eind augustus 1992, gaf de staatssecretaris toe dat hij zich wellicht wat pregnant had uitgedrukt, maar dat het toch ging om “een zeer oud Hollands spreekwoord”.

Met het plan om de hulp van particulieren in te roepen bij de opvang van de wassende stroom asielzoekers, lijkt het kabinet de weg op te gaan die VluchtelingenWerk twee jaar geleden voorstelde. De kanttekening die Kosto toen plaatste, geldt nu blijkbaar niet meer.

VluchtelingenWerk plaatst wel degelijk een kanttekening: “Het is niet verantwoord om asielzoekers zonder status bij particulieren onder te brengen. Het kan maanden duren voor iemand hoort of hij mag blijven. Als hij is uitgeprocedeerd en is afgewezen, moet hij weg. Je gaat makkelijker weg uit een opvangcentrum dan bij een familie waar je misschien vier maanden gezeten hebt”, aldus een woordvoerster. “Laat gemeenten nu eens over de brug komen met die 2.500 wisselwoningen waar iedereen het steeds over heeft. Ook vinden wij het wrang dat het kabinet particulieren nu wel wil betalen, terwijl daar twee jaar geleden niet over werd gerept.”

In augustus 1992 meldden zich ruim drieduizend particulieren bij VluchtelingenWerk om informatie over het in huis nemen van ontheemden uit het voormalige Joegoslavië. Overal in den lande werden informatiebijeenkomsten belegd, die door tweeduizend mensen werden bezocht. Velen wilden 'iets doen', althans voor de toenmalige ontheemden. Navraag leerde dat de deur openzetten voor een asielzoeker een stap te ver ging. Of, zoals een echtpaar uit het Brabantse Son en Breugel het toen zei: “Dat zien we niet zo zitten. Voor hen bestaat toch geen bittere noodzaak hier te komen, terwijl de vluchtelingen uit het voormalige Joegoslavië hun land zijn uitgezet.”

Uiteindelijk meldden 1.400 particulieren zich aan als 'gastgezin'. Van hen werden 1.200 bezocht, waarna er 110 overbleven. Op dit moment bedraagt het aantal gastgezinnen dat vluchtelingen uit het voormalige Joegoslavië opvangt iets meer dan 70.

Het echtpaar J. Limburg uit Leiden zette in maart vorig jaar de deur open voor Vildana Mahic (23) en haar 28-jarige echtgenoot. Vildana (“een half jaar geleden ben ik moeder geworden”) praat enthousiast over deze vorm van opvang. “Toen we in oktober 1992 in Nederland kwamen, werden we in verschillende opvangcentra ondergebracht. Uiteindelijk kwamen we in de kazerne in Haarlem. Daar vonden we het vreselijk; al die mensen die van één doucheruimte gebruik moesten maken. Het eten was niet goed, we kenden niemand, we voelden ons erg ongelukkig. Via een maatschappelijk werker hoorden we dat we bij particulieren konden komen. We zeiden meteen graag.”

Natuurlijk, ze moesten aan elkaar wennen. De taal was hun vreemd. Ze begonnen snel aan een cursus Nederlands, ze vonden de weg naar de plaatselijke bibliotheek en zelfs het Nederlandse eten viel in goede aarde. Ze hebben inmiddels toestemming om in Nederland te blijven. “Dat willen we ook; alleen is het niet gemakkelijk woonruimte te vinden.”

Ook het echtpaar Quint uit Wijchen nam een 23-jarige vluchteling op. De afspraak was dat de man, die eind juni 1993 voor hun deur stond, maximaal een jaar zou blijven. “Het was wel even schrikken, je beseft eigenlijk pas de consequentie van je aanbod als de persoon in kwestie voor je staat”, zegt Quint. Alle drie zijn ze zonder grote bonje de logeerpartij doorgekomen. Maar Quint kan zich voorstellen dat het ook anders kan verkeren: “Vaak weten mensen niet waaraan ze beginnen. De begeleiding hield ook niet over. Als het plan doorgaat dat particulieren asielzoekers gaan opvangen, vind ik dat er een goed netwerk van begeleiding moet worden opgezet. Alleen geld geven is niet voldoende.”

    • Anneke Visser