Nachtelijke horror-festival moet adrenaline doen vloeien; Een arena vol uitzinnige fans

The Weekend of Terror Part XI. Vrijdag- en zaterdagnacht in Amsterdam, Tuschinski 1 en 3; Rotterdam, Lumière 1 en 2.

Filmcritici beweren meestal dat het voor hun oordeel niets uitmaakt of ze een produkt op video bekijken, in een kleine showroom of in een volle bioscoopzaal. De cruciale test van deze stelling vormt een bezoek aan het jaarlijkse Weekend of Terror, twee nachtelijke marathonprojecties van het soort films dat tegenwoordig niet meer in de - inmiddels gesloopte of verbouwde - slonzige bioscoopzaaltjes van de periferie te zien valt, maar uitsluitend nog op video gehuurd kan worden.

De ambiance is uniek: een arena van uitzinnige horrorfans, soms uitgedost als voetbalsupporters, joelend en fluitend van enthousiasme over elk afgehakt hoofd, slijmerig monster of geëlektrocuteerde geleerde. Zelfs de organisatoren van het WoT, de liefhebbers Jan Doense en Phil van Tongeren, groeide het succes enigszins boven het hoofd, zodat ze vorig jaar bij de jubileumeditie besloten de vertoningen uit te breiden tot een soort festival van een week in het Amsterdamse Alhambra-theater. De fans waren het niet eens met deze decentralisatiepolitiek, en bleven grotendeels weg. Daarom is WoT XI weer terug in de nacht en in het Tuschinski-theater. In twee zalen draaien vrijdagnacht elk vier films, die de nacht daarop in het Rotterdamse Lumière te zien zullen zijn in ruil voor de dan naar Tuschinski verhuizende acht titels uit de eerste nacht in Rotterdam. De Amsterdamse kaartjes zijn al bijna uitverkocht, maar in de Maasstad loopt het nog geen storm. De attractie is namelijk ook de sfeer, en die moet buiten Amsterdam nog een traditie worden.

Van de zestien dit jaar geselecteerde titels zijn er twaalf helemaal nieuw. De surprise van vorig jaar, George A. Romero's verfilming van Stephen Kings The Dark Half over een schrijver die vergeefs tracht zijn horrorpseudoniem te vermoorden, wordt herhaald. En in een mini-retrospectief in aansluiting op Dario Argento's nieuwste film Trauma worden drie hoogtepunten vertoond uit het in de jaren zestig populaire 'giallo'-genre. Daaronder worden Italiaanse of Spaanse thrillers verstaan, waarin de moordenaar gemaskerd optreedt en waarvan de plastische decoratie inmiddels camp-status bereikt heeft. De term 'giallo' verwijst niet naar de gele kleur van de kuipstoeltjes en minijurken, maar die van de kaft van dat soort Italiaanse misdaadromannetjes.

Uit het pakket nieuwe bloed- en ingewandenfilms tippen we Return of the Living Dead 3 van Brian Yuzna als favoriet van het publiek, te bekronen met de zogenaamde Silver Scream Award. De specialist Yuzna, ook present in het programma als producent en co-regisseur van de raamvertelling Necronomicon naar het werk van H.P.Lovecraft, voldoet vooral aan de wensen van de liefhebbers van 'piercing' door de heldin van Return of the Living Dead 3 allerlei scherpe voorwerpen door de huid te laten steken. Pijn is voor deze zombie, uit de dood teruggekeerd door toediening van het wondermiddel trioxine, de enige remedie tegen een onstilbare honger naar mensenvlees, bij voorkeur hersenen.

Ook Warlock: The Armageddon van Anthony Hickox is een potentiële cult-hit, niet in de laatste plaats door de aanwezigheid van satanszoon Julian Sands, die steeds meer de plaats begint in te nemen van de even blonde en diabolische Klaus Kinski.

De beide kleinere zalen vormen in het WoT het relatief rustige decor voor de iets intelligentere en minder spectaculaire 'fantasy'-films. Zeer de moeite waard is Matinee van Joe Dante, de uit de school van Roger Corman voortgekomen bewonderaar van B-films uit de oude doos. Tegen de achtergrond van de Cubacrisis van 1962 brengt Dante in zijn film een hommage aan het soort producenten à la William Castle, dat met eenvoudige kunstgrepen het publiek in de middagvoorstellingen tot extase wist te brengen. John Goodman speelt zo'n showman, die de voorpremière van de film in de film (Mant, hij is half mens, half mier) begeleidt met trucs als Atomovision en Rumblerama, een in de foyer op de gevaren van de film wijzende verpleegster en voor de ingang geposteerde handlangers die protesteren tegen de zedenverwildering door het binnen getoonde produkt.

Au fond is er weinig veranderd. Al moet er nu heel wat zwaarder geschut in stelling gebracht worden om het publiek nog te kunnen schokken, de opgewonden verwachting die in de in Matinee geschilderde bioscoopzaal hangt, lijkt verdacht veel op de hoeveelheid adrenaline die het WoT doet aanmaken. Het is een van de laatste relicten van de ooit zo hechte relatie tussen bioscoop en kermis. Daar sneuvelt, bij uitzondering, dan ook de stelling dat een film niet verandert door de omstandigheden van de vertoning.

    • Hans Beerekamp