'Massale handel in HCS was gevolg van toevalligheden'

AMSTERDAM, 23 MAART. De gebeurtenissen op 31 juli 1991 stonden gisteren centraal bij de behandeling van de zogenoemde HCS-voorkennisaffaire door het Amsterdamse gerechtshof. Op die datum kwamen grootaandeelhouders Joep van den Nieuwenhuyzen, Leon Melchior en Eric Alada Jelgersma - het trio dat kort daarop miljoenen zou hebben verdiend aan 'beursmanipulatie' - bijeen op het hoofdkwartier van ABN-Amro aan de Amsterdamse Herengracht. Ze voerden er overleg met de top van het in moeilijkheden geraakte automatiseringsbedrijf HCS, ABN-Amro's chef Bijzonder Kredieten R. Groenink en afgevaardigden van Credit Lyonnais en ING (destijds NMB).

Het overleg betrof een broodnodige kapitaalinjectie in HCS, een stap die in combinatie met het wat curieuze verloop van de daarop volgende handel in HCS-aandelen zou leiden tot het huidige proces. Rechter Mastboom las diverse getuigeverklaringen voor van deelnemers aan het 'Herengracht-beraad' waarin werd verwezen naar suggesties van Van den Nieuwenhuyzen om de koers van het HCS-aandeel te drukken tot maximaal 2,50 gulden. Daardoor zou onder anderen Van den Nieuwenhuyzen meer kunnen profiteren van een op handen zijnde onderhandse emissie van HCS-aandelen.

Van den Nieuwenhuyzen, topman van de Begemann-groep, veegde met deze citaten kordaat en welbespraakt de vloer aan. Er waren die bewuste avond in het gebouw van ABN-Amro talrijke afgevaardigden en veel bijeenkomsten en overlegrondes, zo verzekerde hij de rechter. “Maar de regie was zeer duidelijk in handen van mij en Groenink. Wij waren ook de enige twee die alle cruciale bijeenkomsten bijwoonden en een totaal overzicht van die avond konden hebben en ook hadden.” In totaal spraken Van den Nieuwenhuyzen en Groenink die avond “acht tot tien keer” onder vier ogen met elkaar.

Van den Nieuwenhuyzen: “Groenink wilde ter voorkoming van tijdverlies en negatieve publiciteit een snelle onderhandse emissie van nieuwe HCS-aandelen. Wij (Van den Nieuwenhuyzen, Melchior en Albada Jelgersma, red.) voelden als grootaandeelhouders meer voor een publieke emissie, juist om zo de schijn van manipulatie te vermijden. En de HCS-leiding eiste zelfs een gegarandeerde emissie, wat dat dan ook mocht zijn. Het resultaat was dat we er niet uit kwamen. Er werd dus geen harde afspraak gemaakt. Na afloop van het beraad kwam diep in de nacht alleen een persverklaring waarin geheel naar waarheid werd gesproken over een voorgenomen reddingsplan voor HCS waarvan de modaliteiten nader bekend zouden worden gemaakt.”

De aantijging van de in beursfraude gespecialiseerde Van Nierop dat tijdens het 'Herengrachtberaad' sprake zou zijn geweest van koersorkestratie wees Van den Nieuwenhuyzen dan ook van de hand. “De koers van het HCS-aandeel werd alleen maar beïnvloed door het persbericht en de kort daarop volgende aandeelhoudersvergadering”, aldus de verdachte. “Tot de komst van dat bericht deden wij niets. Er kan dus ook geen sprake zijn van manipulatie en onwettig gebruik van voorkennis.”

De Begemann-topman werd daarin bijgevallen door de deskundigen dr. G. Rietkerk en prof. mr. W.C.L. van der Grinten. Zij vertelden dat niet kon worden gesproken van misbruik van voorwetenschap omdat hoogst onzeker was wat de koers van het aandeel HCS ging doen.

De 80-jarige Van der Grinten wees erop dat het niet strafbaar is de koers van een aandeel te beïnvloeden om een stabiele of lagere koers te krijgen. Rietkerk voegde daaraan toe dat de koersgevoelige informatie al bekend was. “Het belangrijkste gegeven, namelijk dat grootaandeelhouders garant stonden voor reddingsplan, stond in het persbericht.”

Rietkerk toonde zich “geschokt” over de kwalificaties die het hoofd van het controlebureau van de beurs, H. te Beest, aan de gang van zaken had toegekend. Te Beest meende dat de grootaandeelhouders aanzienlijk voordeel hadden van de verkoop van 4,1 miljoen aandelen die volgde op hun beraad. Diens uitlating zette de opsporende instanties volgens Rietkerk meteen bij het begin van het onderzoek “op het verkeerde spoor”.

Rechter Mastboom tegen Van den Nieuwenhuyzen: “Maar u had wel degelijk belang bij een lagere koers van het HCS-aandeel.” Van den Nieuwenhuyzen: “Correct voorzitter, indirect wel. Maar bedenk: HCS had op dat moment in feite een negatief vermogen en een koers van 4 gulden was dus belachelijk hoog. Je kunt dus zeggen dat ik alleen maar geprobeerd heb de koers naar een realistischer niveau te krijgen.”

Hiermee gaf Van den Nieuwenhuyzen een andere lezing van de feiten dan Melchior en Albada Jelgersma. Die verklaarden akkoord te zijn gegaan met de massale verkoop van aandelen omdat een groot aantal zogenoemde baisseposities boven de markt zou hangen. Het 'sluiten' ervan zou kunnen leiden tot koersstijging.

Rechter: “Direct daarna (de ochtend na de vergadering van 31 juli, red.) gaf u commissionair Jolmer Gerritse van Suez mede namens de heren Melchior en Albada Jelgersma opdracht enkele honderdduizenden HCS-aandelen te verkopen, maar dat werden er dezelfde dag nog 4,1 miljoen. Daarmee kwam de koers onder de gewenste 2,50 gulden en op 1 augustus maakte HCS een onderhandse emissie bekend voor 2,50 gulden per aandeel. Legt u dat eens uit?”

Van den Nieuwenhuyzen: “Ik gaf in eerste instantie inderdaad opdracht voor de verkoop van een paar honderdduizend aandelen maar dat was bij wijze van spreken een eerste richtlijn om te kijken hoe de markt zou reageren.”

Nadere opdrachten kon Joep van den Nieuwenhuyzen zijn commissionair niet meer geven omdat hij onbereikbaar in Wenen vertoefde. Rechter Mastboom: “U liet uw commissionair zo met een wel erg onduidelijke opdracht achter.”

Van den Nieuwenhuyzen: “Voorzitter, met permissie, u bent geen beurshandelaar, ik wel en ik weet dat het kan zo lopen.”

Mastboom: “Maar een commissionair die zonder opdracht of overleg doorgaat tot 4,1 miljoen verkochte aandelen...”

Van den Nieuwenhuyzen: “Inderdaad, die 4,1 miljoen is wat gek, maar het gevolg van toevalligheden en communicatiegebrek.”

Rechter Mastbroek tot commissionair Gerritse: “Was die 4,1 miljoen niet gek?”

Gerritse: “Ik werkte vanuit de perceptie dat ik elk moment contact zou krijgen met Van den Nieuwenhuyzen in Wenen. Tegelijk was er een onverwacht grote vraag naar HCS-aandelen en duurde het erg lang voor de koers daalde. Dat verklaart ook mijn onzekerheid destijds.”

Uiteindelijk wist Van den Nieuwenhuyzen zijn commissionair laat op de dag toch nog telefonisch te bereiken. Mastbroek: “Als ik de uitgetikte tape van dat gesprek zo lees, dan klinkt de heer Van den Nieuwenhuyzen toch redelijk tevreden als hij over die 4,1 miljoen verkochte aandelen hoort.”

Van den Nieuwenhuyzen: “Voorzitter, u moet begrijpen dat ik zat te praten op een Weens terrasje, achter een Weens biertje, omringd door relaties van ABN-Amro. Dan ga je toch geen ruzie zitten maken? Dan heeft discussie toch geen zin?”

    • Paul Wessels
    • Ferry Versteeg