Langer werken voor hetzelfde loon levert banen op

“Ik ben een roepende in de woestijn. Als ik zeg dat arbeidstijdverkorting leidt tot vernietiging van werkgelegenheid, luistert de politiek niet. Arbeidstijdverkorting is nu eenmaal in.” Frits Goldschmeding, als gedreven economiestudent tilde hij uitzend-, beveiliging- en schoonmaakconcern Randstad van de grond, maar zijn ideeën reiken verder. Morgen probeert hij de politiek te beïnvloeden in het debat met minister Andriessen over de nationale economie. Deel 10 in de serie: “De Beslissers”.

Op een opgeruimde tafel liggen twee pakjes Roxy-sigaretten klaar. Het inhaleren vormt de enige pauze die Goldschmeding neemt: wie in een periode van dertig jaar een bedrijf van één naar 76.000 werknemers wil laten groeien, verliest geen tijd. In september 1960, nog tijdens zijn studie economie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, besloot hij zijn scriptie 'tijdelijk werk' in praktijk te brengen. De werkstudent bouwde een concern op dat nu op de beurs een waarde van ruim 1,6 miljard gulden vertegenwoordigt.

In zijn werkkamer staat een plaquette van een aluminium jacht, dat in het najaar klaar is, maar voor de rest is hij wars van luxe, conform zijn gereformeerde afkomst. Hij mijdt politiek en theologie overigens zorgvuldig. “Ik vind niet dat een zakenman zich daar überhaupt over moet uitspreken, maar ik ontken de beginselen van mijn ouders niet. Die draag je met je mee.”

Zijn naaste medewerkers kennen zijn principes. Hij gaf zijn stafmedewerker eens een standje omdat deze op zondag veel werkte. De man volgde zijn advies op, maar Goldschmeding trof zijn medewerker 's maandags desondanks met wallen onder de ogen aan. “Zo'n weekend vrij heeft je geen goed gedaan,” grapte Goldschmeding. “Nee”, zei de man, “ik zit hier al vanaf vannacht kwart over twaalf.” Hij had de tip van zijn baas gezien als een dogma. Goldschmeding bedoelde het zakelijker: met een dag rust kun je de rest van de week harder werken.

Economisch omgaan met de middelen is bij Goldschmeding een tweede gewoonte niet te verwarren met het maken van winst. Vol afgrijzen: “Kijk de mensen op deze afdelingen aan: zijn die aan het winst maken? Ik zeg toch ook niet: nu ga ik winst maken.”

Verantwoord omgaan met mensen en middelen strekt zich bij Goldschmeding uit tot in details. Van de maatvoering van het hoofdkantoor tot de effectiviteit van de kroket in de kantine en de koffiejuffrouw die tevens de lunch serveert. Economisch omgaan met middelen is ook zijn politieke devies: langer werken voor meer banen, meer milieuregels voor meer banen.

“Stel we hebben in Nederland een werkloosheid van circa tien procent. We zijn hier in Nederland allemaal zeer sociaal voelend dus we zeggen: goed, dan gaan we wel allemaal tien procent korter werken. Wel eens uitgerekend wat het kost als iedereen: de onderwijzer, de ambtenaar, de dominee en de bedrijfsdirecteur tien procent minder werkt? De meest optimistische berekeningen tonen aan dat je dan genoegen moet nemen met een 25 tot 30 procent minder netto loon. Mensen kijken echter naar hun salarisstrook en zeggen: als ik tien procent minder werk, dan krijg ik nog 96 procent van mijn netto loon. Dat klopt bij het huidige progressieve belastingstelsel, maar macro gezien klopt het niet. Geef de Nederlandse bevolking maar eens de eerlijke keus tussen tien procent minder werken voor dertig procent minder loon of 45 uur werken voor hetzelfde loon. Iedereen kiest dan voor 45 uur. Pas dan zullen de kosten van Nederlandse produkten teruglopen en pas dan kan de werkgelegenheid toenemen. Wanneer je weer in die fase zit moet je over arbeidstijdverkorting gaan nadenken. Politici draaien de zaken om.”

Luisteren overheden naar uw betoog?

Nee, geenszins. Ik heb een aantal jaren geleden in een commissie voor arbeidstijdverkorting gezeten, maar ik werd met vreemde ogen aangekeken. Ik denk dat we hier in Nederland veel fundamenteler moeten gaan denken. Neem het milieu. Iedereen denkt dat zwaardere eisen bij de produktie om milieuvriendelijk te produceren werkgelegenheidsvernietigend zouden zijn. Onjuist: het bevordert de werkgelegenheid en het werkt ook nog kostenverlagend. Neem een potje jam: als je een leeg potje terugbrengt naar de winkel en je laat het schoonmaken, schijnt dat 15 cent te kosten. Maar die fabrikant kan die pot kopen voor een dubbeltje bij de glasfabrikant. Dus hij peinst niet over retouremballage. De overheid verwijdert die pot jam uit de prullenbak: kosten 25 cent. Dan zeg ik: als die retouremballage verplicht is, verdienen we samen tien cent per pot. Begin daarmee, en bedenk dan wie dat dubbeltje moet krijgen.

Wat doet u zelf aan het milieu?

Bij de bouw van het nieuwe hoofdkantoor, drie jaar geleden, dachten we: we zullen ons steentje bijdragen aan het milieu: een langzame lift verbruikt minder stroom. We kwamen echter tot de ontdekking dat het niet gaat om stroom die de lift per uur verbruikt, maar om de stroom om iemand twee of tien verdiepingen op te hijsen of naar beneden te laten. Een snellere motor verbruikt minder stroom per meter maar wel meer per uur. Dus neem juist een een zwaardere motor. Er komt een economisch aspect bij. De zwaardere motoren kosten 250.000 gulden meer, maar in een gebouw met een lift voor twaalf verdiepingen staan er gemiddeld vier mensen te wachten op een lift. Dat zijn dus vier manjaren, à 80.000 gulden. Die motoren heb ik er dus binnen een jaar uit. Dan is er nog een psychologisch effect: het is aardig als de lift snel komt. Esthetisch, biologisch, ecologisch, economisch, alles hand in hand als je maar probeert een creatieve oplossing te zoeken.

Toch is uw gebouw niet zo energiezuinig als de antroposofische burcht van de vroegere ING-baas Scherpenhuysen Rom in het naburige Amsterdam Zuid-Oost.

Ik praat niet graag over mijn klanten. Maar neem van mij aan: wij wilden qua energieverbruik het goedkoopste gebouw in de omgeving. U heeft gelijk, er is een gebouw in de omgeving dat vier procent per vierkante meter goedkoper is, maar uiteindelijk is dat gebouw niet het meest energiebewust. In dat gebouw is zoveel isolatiemateriaal gebruikt - waar in de produktiefase energie voor nodig is - dat het de eerste 75 jaar niets oplevert. Ik heb tegen de ingenieurs gezegd: u moet mijn gebouw zo construeren dat het er 75 jaar staat en u moet het zodanig isoleren dat ik bij een tienvoudige energieprijs tussen nu en 75 jaar het optimum bereikt.

Architect Wim Quist schijnt verbaasd te hebben gestaan van uw bemoeienis met maatvoering, airconditioning, liften en isolatie. Waarom laat u die berekeningen niet over aan mensen die daarvoor geleerd hebben: architecten- en ingenieursbureaus?

Ik vind dat ondernemers zelf hun doelen moeten stellen. Dat kun je niet aan technici overlaten. Die moeten cijfers hebben waarmee zij aan de slag kunnen. De ingenieurs wisten in twee uur precies waar ze aan toe waren. Uiteindelijk besparen we daarmee een half miljoen energiekosten per jaar en dat gemeten over 75 jaar. Die twee uur zijn daarmee goed besteed.

Is dat uw uitgangspunt, overal verstand van proberen te hebben?

Ik heb geprobeerd een visie te ontwikkelen op het ondernemerschap voordat we in 1990 naar de beurs gingen. Ik kwam er toen op dat je als ondernemer moet proberen alle aspecten van alle belangen van alle betrokkenen simultaan te realiseren of integreren. Als je één aspect niet meeneemt, gaat het volgens mij verkeerd.

Drijft pessimisme over Nederland u naar Andriessens' platform?

Er zijn heel veel goede initiatieven in dit land. We zijn in Nederland al gauw geneigd om te zeggen dat het niet goed is. Meneer Andriessen zit daar niet op te wachten. Hij doet naar mijn gevoel een reële poging om wat meer uit de bevolking te halen. Dat is zijn goed recht. Andriessen prikkelt. Hij heeft meer van dit soort grappen en daar hou ik wel van. Dat hij een paar keer op zijn bek gaat dat maakt me helemaal niets uit, maar als je niets doet gebeurt er ook niets.

Dus maar weer wat industriefondsen en werkgelegenheidsprojecten?

Ik geloof niet in werkgelegenheidsprojecten, alhoewel wij een aantal projecten voor allochtonen sponsoren. We weten toevallig iets meer af van werkgelegenheid dan van concerten of voetbal, hoewel ik niets tegen het Concertgebouw of Ajax heb. Daar stoppen we dus geld en aandacht in. Het is wel zo dat ze in het algemeen geen zin hebben, ontwikkeling, research en nieuwe investeringen, daar moet Nederland het van hebben en Nederland loopt daarbij achter. Bedrijven zoals Shell en Philips exporteren kennis, halen met graagte de ingenieurs en chemici van de Nederlandse universiteiten en ik zie Zuidoost-Azië hun prestaties nog niet één, twee drie nadoen. Dat ze vervolgens produceren in landen waar het het meest voordelig is, is niet erg. Nederland moet profiteren van internationale samenwerking. Wij denken veel internationaler dan bijvoorbeeld Duitsers. Dat moeten we nog veel beter uitbuiten. En die werkloosheid wordt ook te negatief gezien. Het is vooral een kwestie van formulering: de laatste jaren zijn er voornamelijk vrouwen toegetreden, die zich tot voor kort niet inschreven. Nederland heeft de afgelopen tien jaar wel een miljoen mensen aan de arbeidsmarkt toegevoegd. En nu gaat het een jaartje wat minder, maar de werkgelegenheid is op peil gebleven.

Wanneer de industrie het voortouw moet nemen is dat wel zorgwekkend: daar is juist de uitstoot van arbeid het grootst.

Dat is een misverstand. Mensen denken dat in Nederland de dienstverlening toeneemt ten koste van de industrie. Dat komt vooral omdat de industrie meer uitbesteedt. Philips deed vroeger bewaking, catering en dergelijke zelf. Nu doen ze het wel veel beter, de omzet per werknemer is toegenomen. Daarmee is de werkgelegenheid bij Philips niet afgenomen, maar verplaatst.

Waarom is uitbesteding zoveel effectiever?

Een schoonmaker bij Philips kan nooit promotie maken, want de chef van honderd schoonmakers van een bedrijf is meestal op een andere wijze op die plek gekomen. Bij ons kan dat wel. Bovendien denken wij steeds na hoe het beter en goedkoper kan omdat we de adem van de concurrentie in de nek voelen. Wij kunnen niet sneller stofzuigen of geen betere middelen gebruiken. Nee ons voordeel ligt op het gebied van ambitie en motivatie.

Kapitaal en techniek krijgen grote bedrijven in hoeveelheden die te groot zijn om het zelf te beheren. Je moet het maximaal beheersbare in eigen huis houden, maar veel meer uitbesteden. Hoe hoger de specialisatiegraad, hoe hoger de welvaart. Andriessen moet dat bevorderen: bedrijven die zich niet specialiseren op hun kernactiviteiten houden de maatschappelijke welvaart tegen.

Wat besteedt u zelf uit?

Ons hoofdkantoor is relatief klein. Wij werken bij voorbeeld met zeker tien verschillende externe drukkers. Zij kunnen ons allemaal verschillende soorten kwaliteiten leveren. Je kunt door uitbesteding een optimum bereiken, dat we zelf niet zouden krijgen. Op mijn klanten maak ik mijn bruto winst en op mijn leveranciers mijn netto winst.

Gebruikt Randstad zelf veel uitzendkrachten?

Ik ben zelf natuurlijk een beetje moeilijk te vervangen en mijn secretaresse ook maar we gaan er van uit dat gemiddeld tegen de twintig procent van het werk beter door uitzendkrachten gedaan kan worden. Dat is tien keer meer dan het landelijk gemiddelde, dat ligt op 2 à 2,5 procent. Uitzendkrachten geven je de mogelijkheid om bepaalde afdelingen plotseling zwaarder te bemannen, niet omdat je van gedachten verandert, maar omdat de markt wijzigt. Dat is niet alleen voor het bedrijf maar ook voor een persoon beter, want voor niemand is het zo vervelend als hij zich overbodig voelt. Een uitzendkracht is altijd welkom, anders huurt iemand hem niet in.

U heeft nog wel vaste Randstad-koffiedames

Koffie-automaten zijn niet leuker en al helemaal niet goedkoper! Per jaar valt er op elk bureau wel een plastic bekertje om. Daarmee is de winst van het plastic bekertje in een klap weg. Bovendien is zo'n bekertje milieu-onvriendelijk. Onze koffiedames verzorgen tevens de gratis lunch. Ik betaal daarvoor jaarlijks de fiscus, maar toch ben ik goedkoper uit dan andere bedrijven die geloof ik gemiddeld zo'n 3,75 gulden voor een lunch vragen. Voor zo'n bedrag gaan mensen namelijk eisen stellen en wat doet dan het gemiddelde bedrijf: die maakt dagelijks een ongezonde kroket, een kop soep of een vette loempia. Dat is ongezond en het kost minstens een tientje. In Amsterdam zeggen ze dan: schuif dat tientje maar onder m'n bord. Wij eten gezellig gratis en het is uiteindelijk, na afdracht aan de fiscus, voor het bedrijf nog goedkoper ook!

Zijn er ook zaken waarvan u achteraf zegt: dat doen we nooit meer?

Van de tien dingen die je doet gaan er altijd twee fout. In Duitsland hebben we een staalfabriek overgenomen die maakte onderdelen voor de olie-industrie, dat is echt heel wat anders dan dienstverlenen. We zijn daarmee flink de bietenbrug opgegaan. Een ander voorbeeld is catering. Het beheren van een kantine bleek heel wat anders dan het ter beschikking stellen van personeel voor congrescentra. Daar hebben we ervaring in, maar niet in het proces van de inkoop. De schoonmaak in Frankrijk is ook mislukt, maar dat had een andere reden en zie ik niet als misser. De markt bleek daar volledig verziekt, steekpenningen en zo. Dat is uit den boze. Toen hebben we besloten: dan maar niet.

Heeft u de ambitie iets met uw theoriën te gaan doen?

Ik heb eens gedacht dat ik op mijn 45-ste jaar zou stoppen en dan wetenschapsbeoefenaar zou willen worden. Maar toen ik mij afvroeg: hoe lang zou je dat dan doen, bedacht ik me dat ik binnen twee jaar toch weer de kriebels zou krijgen om ideeën in de praktijk toe te toepassen. En een politiek diertje ben ik al helemaal niet. Er wordt vaak gezegd: in het bedrijfsleven werkt het allemaal zo snel en in de politiek duurt het allemaal veel langer. Dan denk ik: wees blij, anders kreeg je elke dag andere wetten voor je neus.

Randstad is na 35 jaar nog steeds synoniem met Goldschmeding. Hij denkt regelmatig na over zijn opvolgers, die zouden volgens hem wel in het bedrijf zitten maar niemand krijgt de indruk dat Goldschmeding veel overdraagt. 'Kroonprinsen bestaan niet, die ontstaan', meent hij. De gedachte na de beursgang in 1990 een iets rustigere tijd tegemoet te gaan, bleek een misvatting. Tussen 1983 en 1990 steeg de omzet jaarlijks met twintig procent, maar na de beursgang was het voorbij. Die beursgang op zich was voor de Amro al een drama, de bank bleef met 700.000 onverkochte aandelen achter. De emissiekoers van 48 gulden werd in 1991 en 1992 niet meer gehaald. Pas in 1993, toen het volgens Goldschmeding zelf nog echt verkeerd ging, steeg de koers. Nu zit het Randstad-aandeel weer boven de 75 gulden. Goldschmeding betitelt de markt in de afgelopen jaren als 'een ellende'.

“Het is de kunst je organisatie op tijd om te kunnen krijgen. In 1990 maakten we een nog recordwinst en het moeilijkste is dan om te zeggen: mensen prima gedaan, maar schroef nu de laden maar dicht want we gaan een moeilijke tijd tegemoet. In het afgelopen jaar hebben we met z'n allen echt bikkelhard gewerkt om de omzet op drie miljard te houden en we verwachten dat we in 1994 heel zachtjes uit het dal opkrabbelen. In 1995 moeten we weer een behoorlijke omzetgroei laten zien. Maar als ik het allemaal geweten had, dan had ik de beursintroductie iets later gedaan. Dat was een stuk gemakkelijker geweest en dan had je ook een leuker verhaal kunnen vertellen.”

Randstad

In 1960 richtte drs. F.J.D. Goldschmeding, toen nog student economie, een uitzendbureau op dat later Randstad is gaan heden. In 1965 werd de eerste stap in het buitenland gezet (België). Daarna volgden Engeland, Duitsland, Frankrijk en in het afgelopen jaar het zuidoosten van de Verenigde Staten. Randstad heeft nu 735 filialen die dagelijks werk bieden aan gemiddeld 76.000 mensen, inclusief uitzendkrachten. Daarmee ziet het bedrijf zich als de grootste particuliere werkgever in Nederland na de Koninklijke PTT Nederland. Behalve op het gebied van uitzending is Randstad actief op het gebied van schoonmaak en beveiliging in. Onder de holding vallen verschillende uitzendorganisaties: Randstad, Tempo Team, Werknet, Interlabor en Flex. Het van origine Amstelveense bedrijf heeft inmiddels Duitse, Belgische en Britse vestigingen. Vorig jaar werd in de Verenigde Staten twee uitzendorganisatie gekocht. Eén in Atlanta en één in Nashville.

    • Max Christern
    • WABE van ENK