In angstige verwachting

De Griekse mythologie is zo rijk aan motieven, dat we er altijd wel iets van onze gading in vinden.

Zo bekijk ik, na mijn zwangerschap, het verhaal van Leda en de zwaan met hernieuwde belangstelling. Niet vanwege de bijzondere aard van de beschreven verbintenis tussen vrouw en vogel, maar om het resultaat ervan: Leda die eieren legt. Het verhaal komt mij nu voor als een vrouwelijke wensdroom. Zou het niet prettig zijn wanneer de ongrijpbare processen, die zich in die steeds dikker wordende buik voltrekken, zich op een wat neutraler terrein zouden afspelen? In zo'n keurig en overzichtelijk ei, wat je dan ook nog om beurten kunt bebroeden?

Behalve de lichte ontzetting dat je lichaam een geheel eigen leven gaat leiden, kennen veel zwangere vrouwen de angst dat er 'iets mis kan gaan'. Een niet irreële vrees. Ondanks de in Nederland goed georganiseerde medische begeleiding door verloskundigen en gynaecologen verloopt niet elke zwangerschap vlekkeloos (ruwweg 5 tot 10 procent van de zwangerschappen en geboorten kent complicaties). In landen waar de medische zorg minder mensen bereikt zijn de risico's veel groter en daar begeleidt dan ook, net als vroeger in onze streken, een corpus van gedragsregels de zwangerschap en geboorte. Veel van deze gebruiken, in onze ogen louter gebaseerd op magisch denken, moeten de kwade geesten en de andere gevaren, die moeder en kind bedreigen, bezweren. Ook wordt tussen bepaalde handelingen of gebeurtenissen een causaal verband verondersteld. Algemeen verspreid bijvoorbeeld is het idee dat wanneer een zwangere vrouw iets 'verkeerds' zou zien, zoals een mismaakt persoon, haar kind het gevaar loopt mismaakt ter wereld te komen. Het zien en vooral het schrikken van bepaalde dieren zou tot een monstergeboorte kunnen leiden; zo werd vroeger ook in Nederland de hazelip verklaard. Vrijwel universeel was het gebruikelijk bij een moeilijk verlopende bevalling deuren en ramen open te zetten en alle knopen in het huis los te maken. Hiemee hoopte men ook de weg voor het kind 'open' te maken.

Opmerkelijk is dat veel taboes voor zwangere vrouwen eveneens op de echtgenoot van toepassing zijn. Zo is in vele streken van Indonesië het de man verboden te jagen of andere gewelddadigheden te begaan wanneer zijn vrouw zwanger is. Door het leven van anderen te beëindigen zou, vreest men, ook het leven in de baarmoeder in gevaar gebracht worden. Op de Mentawai-eilanden, een kleine archipel voor de westkust van Sumatra, is dan zelfs het wieden van onkruid op de velden taboe. Het laten verwelken van planten zou op de foetus een vergelijkbaar effect hebben. Evenmin zal een man een boomstam-kano maken wanneer zijn vrouw in verwachting is. De Mentawaiers vrezen dat een man door iets 'uit te hollen', het 'boller' worden van zijn vrouw tegenwerkt. Deze speciaal op mannen toegespitste gedragsregels komen voort uit de gedachte dat er een magische band bestaat tussen vader en kind - ook al zit dit nog in de moederbuik.

Bij de Indianenstammen in Brazilië vinden we een extreme uitwerking van deze gedachte in een reeks van pre- en postnatale gebruiken, die onder de term 'couvade' of 'mannenkraambed' zijn samengevat. Terwijl de vrouw onopvallend in het oerwoud haar kind krijgt, is de man ogenschijnlijk ten prooi aan helse pijnen. Na de geboorte blijft de vader, als een zieke, dagen in zijn hangmat liggen. Totdat de navelstreng van het kind afvalt, wordt hij vol toewijding door de vrouwen verzorgd. Maar ook daarna blijven vader en kind nauw verbonden. Zo treft de Duitse etnoloog Karl von den Steinen, die in 1887 de binnenlanden van Brazilië bereist wanneer deze nog witte vlekken op de kaart zijn, een Indianenfamilie die eensgezind het ziekbed houdt omdat een zuigeling ziek is. De vader verlaat de hangmat alleen in hoge nood en eet slechts babyvoedsel; een pap van zoete knollen. Von den Steinen ontmoet ook een hogelijk verbaasde apotheker. Deze vertelt hoe een Indiaan, die net de medicijnen voor zijn zieke zoon bij hem kwam halen, deze voor zijn ogen onmiddellijk zelf innam.

Over de betekenis van het 'mannenkraambed' zijn door antropologen verschillende verklaringen aangedragen. Het gedrag van de man bij de bevalling zou de boze geesten, die op zo'n kwetsbaar moment altijd op de loer liggen, moeten afleiden. Maar de nauwe band tussen vader en kind is ook te begrijpen vanuit de Indiaanse visie op de oorsprong van een kind - die een wel zeer merkwaardige variant op de mythe van Leda en de zwaan te zien geeft. Volgens die opvatting ontwikkelt een kind zich uit eieren die tijdens de seksuele gemeenschap door de vader in de moeder worden geplant. Bij deze eenzijdige verbinding is het lot van de vader direct aan dat van zijn kind gekoppeld.

Een psychologische functie van deze taboes moet ook zijn dat zij de ouders de mogelijkheid bieden hun angsten te kanaliseren en om te zetten in 'goed gedrag'. Zolang zij maar het juiste voedsel eten en van bepaalde handelingen afzien, zal er 'niets misgaan'.

Kennen wij, in deze moderne en geseculariseerde tijden nog zulke gebruiken? Wat kunnen wij doen om onze vrees en bezorgdheid in goede banen te leiden? Wie rondloopt op de Negen Maanden Beurs, die tot 27 maart in de Amsterdamse Rai wordt gehouden, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat hier een nieuw soort magie in het spel is. Die van de commercie, de geoliede industrie van 'alles wat uw kindje nodig heeft'. Met slogans als 'gun uw baby het beste' weet zij in te spelen op de latente zorgelijkheid van de ouders in spe. Oude bezweringen lijken nu vervangen door de magie van de perfecte kinderkamer die de baby wacht. De liefste babykleertjes, de mooiste commode, de snoezigste wieg, de vrolijkste gordijnen - ze dienen om het onrustig gemoed van de ouders te bezweren. In die prinselijke wiegjes stoppen de ouders vooral hun eigen angst onder de wol. Wie de Rai bezoekt zal moeilijk weerstand kunnen bieden aan het bonte spervuur van babyaccessoires zonder het gevoel te hebben zijn toekomstig kind tekort te doen. En dat wil niemand. Want wie niet het 'beste' met zijn kind voorheeft, 'verdient' misschien wel niet een 'goed' kind. Zo wordt winkelen een magische handeling waarbij de moderne moeder zich - voor goed geld - gezondheid en geluk kan aanschaffen.

Het is de vraag, of zij hierbij eieren voor haar geld krijgt.

    • Jet Bakels